Werkgroep wil einde aan telkens opnieuw uitleggen
De Werkgroep Toegankelijk Groningen (WTG) roept de gemeente op om toegankelijkheid van de openbare ruimte structureel te borgen in alle wijken en dorpen. Volgens de werkgroep wordt bij nieuwe projecten buiten het centrum te vaak opnieuw het wiel uitgevonden: ervaringskennis en eerder gemaakte afspraken komen niet automatisch terug in nieuwe plannen, waardoor vrijwilligers telkens hun standpunten moeten herhalen.
Herman in 't Veen van de WTG wijst op voorbeelden in de binnenstad waar samenwerking goed verloopt, zoals de geleidelijnen op de Grote Markt en de inrichting van het gebied bij Dudok. Maar dat succes wordt niet volgens hem doorgetrokken naar projecten in wijken en dorpen. De werkgroep adviseert de gemeente daarom om de richtlijnen voor de binnenstad — de Toegankelijkheid Openbare Ruimte (TOR) — door te trekken naar de rest van het grondgebied.
"Bij projecten in de wijken en dorpen moeten we iedere keer opnieuw uitleggen wie we zijn en wat we doen. Iedere keer is de reactie ‘goed idee’, maar dat goede idee hadden we de vorige keer ook al ingebracht."
Concreet voorstel: één richtlijn voor de hele gemeente
De WTG pleit ervoor om vast te leggen wat de gemeente doet op het gebied van toegankelijkheid bij belangrijke winkel- of buurtcentra, bijvoorbeeld bij het winkelcentrum in Haren. Met dergelijke concrete punten kunnen projectgroepen in de wijken direct aan de slag, aldus de werkgroep.
- Doorvoeren van de TOR-richtlijnen buiten het centrum
- Concrete vastlegging van toegankelijkheid bij winkel- en buurtcentra
- Structurele betrokkenheid van ervaringsdeskundigen bij projectgroepen
De werkgroep benadrukt tegelijk de waarde van de bestaande relatie met de gemeente. “Wat Groningen heeft, daar is menig gemeente jaloers op”, zegt Marlieke de Jonge van de WTG. Volgens haar lukt het in Groningen wél om ervaringsdeskundigen actief te betrekken, iets wat in veel andere gemeenten niet vanzelfsprekend is.
Ambtelijke capaciteit als knelpunt
Een groot zorgenpunt voor de WTG is de continuïteit aan ambtelijke zijde. Sinds mei is er weer een beleidscoördinator toegankelijkheid aangesteld, maar die functie is vooralsnog ingevuld voor zestien uur per week. De werkgroep noemt dat onvoldoende voor de zwaarte van de taak. In de afgelopen periode vielen meerdere coördinatoren uit door hoge werkdruk of vertrokken zij naar een andere baan, waardoor de werkgroep maandenlang zonder ambtelijke ondersteuning zat.
Wethouder Mirjam Wijnja (PRO), verantwoordelijk voor Stadsbeheer, erkent de kritiek en zegt dat het lerend vermogen binnen de gemeentelijke organisatie beter kan. Ze benadrukt dat er in de binnenstad voorbeelden zijn van goede samenwerking, maar erkent dat dit niet automatisch betekent dat die werkwijze ook in alle wijken wordt toegepast.
| Onderdeel | Standpunt of situatie |
|---|---|
| TOR-richtlijnen | Goede voorbeelden in binnenstad; WTG wil toepassing in hele gemeente |
| Ambtelijke ondersteuning | Beleidscoördinator zestal uren per week; WTG vindt dit ontoereikend |
| Voorbeelden | Geleidelijnen Grote Markt; inrichting bij Dudok; aandacht voor Haren |
De WTG waarschuwt dat zonder structurele borging en voldoende ambtelijke capaciteit het risico bestaat dat ervaringskennis fragmentarisch blijft en dat goede ideeën pas laat of onvolledig worden doorgevoerd. Daardoor blijven mensen met beperkingen in Groningen vaker geconfronteerd met ongelijke toegankelijkheid tussen centrum en wijken.
Met haar oproep richt de werkgroep zich op zowel beleidsvorming als op uitvoering: niet alleen vastleggen wat moet, maar ook zorgen dat die afspraken worden nageleefd en dat er voldoende ambtelijke capaciteit is om dat proces te ondersteunen. De komende maanden zal moeten blijken of gemeente en werkgroep tot een concrete en duurzame werkwijze komen.