Friesland heeft de provinciale doelstelling voor de aanleg van nieuw bos binnen het Natuurnetwerk Nederland al ruimschoots gehaald. Waar voor 2030 werd gemikt op 223 hectare, was eind juni al 250 hectare gerealiseerd. In de maanden daarna is dat oppervlak verder gegroeid tot ongeveer 350 hectare. Daarmee laat de provincie op dit onderdeel een ander beeld zien dan het landelijke bosbeleid, waar de voortgang achterblijft.
Landelijke doelstelling loopt achter
Het ministerie van Landbouw presenteerde in 2020 een landelijke bossenstrategie. Daarin staat dat er in 2030 37.000 hectare bos moet zijn bijgekomen. Dat betekent een uitbreiding van ongeveer 10 procent. De extra bomen moeten bijdragen aan een sterker en aantrekkelijker landschap en aan een grotere opslag van CO2.
Ruim halverwege de periode tot 2030 is landelijk ongeveer 4.000 hectare nieuw bos aangeplant. De Friese resultaten binnen bestaande natuurgebieden steken daar duidelijk bij af. Gedeputeerde Matthijs de Vries, die natuur in zijn portefeuille heeft, ziet dat de uitvoering in de provincie op gang is gekomen.
„De vaart zit er flink in”, concludeert gedeputeerde Matthijs de Vries.
Vooral natuurorganisaties leggen bos aan
De aanleg vindt vooral plaats op terreinen van It Fryske Gea, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. De belangrijkste gebieden liggen in Gaasterland, Zuidoost-Friesland en op de Waddeneilanden. Ook het nieuwe Kinderbos bij Oudehorne maakt deel uit van het gerealiseerde areaal.
Dat juist op deze locaties relatief snel bos kan ontstaan, heeft volgens de beschikbare informatie te maken met de bestemming van de grond. Het gaat al om gebieden die onderdeel zijn van de natuur, maar die nog niet volledig als natuurgebied waren ontwikkeld. Daardoor is de stap naar bosaanleg daar eenvoudiger dan op grond die nog een andere functie heeft.
Naast aanplant is op sommige plekken sprake van natuurlijke bebossing. Bomen en struiken krijgen daar de ruimte om zich zonder volledige aanplant door mensen te ontwikkelen. Die natuurlijke groei vormt een aanvulling op de projecten waarbij gericht bomen en struiken worden geplant.
Kinderbos betrekt jonge inwoners
Bij Oudehorne krijgt de bosuitbreiding bovendien een educatieve en verbindende kant. Het bestaande bosgebied wordt uitgebreid met een Kinderbos. Kinderen helpen daar mee met het planten van bomen en struiken. Zo wordt bosaanleg niet alleen een beleidsdoel op papier, maar ook een activiteit waarbij inwoners van Friesland zelf betrokken zijn.
De projecten sluiten aan bij de Friese traditie om landschap en natuur dichtbij de gemeenschap te organiseren. De verschillende gebieden hebben ieder hun eigen karakter, van de bosrijke omgeving van Gaasterland tot het landschap van Zuidoost-Friesland en de eilanden. Nieuwe aanplant verandert dat landschap geleidelijk, maar gebeurt binnen de natuurgebieden waar de provinciale strategie daarvoor ruimte heeft aangewezen.
Buiten natuurgebieden blijft aanleg achter
De voortgang is minder groot bij het bos dat buiten het Natuurnetwerk Nederland moet komen. In de Friese Bomen- en Bossenstrategie is daarvoor een ambitie van 315 hectare opgenomen. Het gaat daarbij vaak om landbouwgrond. Die route verloopt, net als in de rest van Nederland, aanzienlijk trager.
Een belangrijke reden is dat er onvoldoende geld beschikbaar is en dat agrarische grond duur is. De provincie heeft onlangs een eerste subsidieregeling geopend. Daarin is €3,2 miljoen beschikbaar voor de aanleg van 36 hectare bos. Voor een veel groter areaal is op dit moment geen financiering voorhanden.
| Onderdeel | Oppervlak of bedrag |
|---|---|
| Landelijke bosdoelstelling tot 2030 | 37.000 hectare |
| Landelijk gerealiseerd | 4.000 hectare |
| Friese doelstelling binnen NNN | 223 hectare |
| Friesland gerealiseerd binnen NNN | Ongeveer 350 hectare |
| Friese ambitie buiten NNN | 315 hectare |
| Eerste provinciale subsidieregeling | €3,2 miljoen voor 36 hectare |
Financiering bepaalt verdere groei
De provincie houdt vast aan de ambitie om ook buiten de natuurgebieden bos aan te leggen. Het provinciebestuur ziet dus geen aanleiding om die doelstelling eenvoudig te verplaatsen naar gebieden binnen het Natuurnetwerk Nederland. Daarmee blijft de beschikbaarheid van geld een bepalende factor voor de komende jaren.
De financiële ruimte werd kleiner nadat het vorige kabinet het Nationaal Programma Landelijk Gebied schrapte. Dat programma had gevolgen voor de inrichting van het landelijk gebied, waaronder plannen voor natuur en bos. Zolang er geen aanvullende middelen zijn, zal de ontwikkeling op landbouwgrond naar verwachting minder snel gaan dan de aanleg op bestaande natuurterreinen.
Friesland heeft daarmee een voorsprong binnen een belangrijk deel van de eigen bossenstrategie, maar de opgave is niet volledig afgerond. De 350 hectare binnen het natuurnetwerk laat zien dat uitbreiding mogelijk is wanneer grond en beleid bij elkaar komen. Voor de resterende ambitie buiten natuurgebieden zijn vooral financiële middelen en betaalbare grond nodig. De Friese aanpak blijft daardoor twee gezichten houden: snelle groei in natuurgebieden en een voorzichtige start op landbouwgrond.