BARENDRECHT – De fractie van Barendrechts Belang wil van het gemeentebestuur weten hoeveel kans inwoners met een binding aan Barendrecht maken op een betaalbare woning. Raadslid Richard Carlebur heeft daarover schriftelijke vragen gesteld aan het college. De partij vraagt niet alleen naar sociale huur, maar ook naar particuliere huur, middenhuur en betaalbare koopwoningen.
Lokale voorrang in beeld
Centraal staat de vraag welke woningen daadwerkelijk met lokale voorrang worden verhuurd of verkocht. De fractie wil daarnaast weten welke afspraken de gemeente daarover heeft gemaakt met woningcorporaties en projectontwikkelaars. Daarmee vraagt Barendrechts Belang om inzicht in de praktische uitwerking van het beleid: niet alleen welke mogelijkheden op papier bestaan, maar ook hoeveel woningen daarmee voor inwoners uit Barendrecht bereikbaar worden.
De kwestie is relevant voor verschillende groepen woningzoekenden. Starters, huurders die willen doorstromen en huishoudens die op zoek zijn naar een betaalbare koopwoning vallen allemaal binnen de reikwijdte van de vragen. In de schriftelijke vragen wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende segmenten van de woningmarkt. Daardoor wil de fractie een beeld krijgen van de kansen op betaalbaar wonen in de volle breedte, in plaats van uitsluitend naar de sociale huursector te kijken.
“Lokale voorrang moet meer zijn dan een belofte op papier. Onze inwoners moeten daadwerkelijk kans maken op een betaalbare woning in Barendrecht.”
Gevolgen van bevolkingsgroei
Barendrechts Belang verwijst in de toelichting ook naar de verwachte ontwikkeling van de bevolking en woningbouw in Nederland. Volgens onderzoeksbureau ABF Research hangt ongeveer 43 procent van de geraamde woningbouwopgave tot 2039 samen met bevolkingsgroei door buitenlandse migratie. Dat landelijke cijfer wordt door de fractie genoemd in het bredere debat over de verdeling van woningen en de positie van inwoners die al een binding met Barendrecht hebben.
Ook cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek worden aangehaald. In 2024 ging ruim 8 procent van de vrijgekomen corporatiewoningen naar huishoudens met een statushouder. Van de starters die zo’n woning betrokken, had 21 procent ten minste één statushouder als lid van het huishouden. Deze gegevens hebben betrekking op heel Nederland en zijn dus niet specifiek uitgesplitst voor Barendrecht. Dat onderscheid is van belang bij de beoordeling van de lokale woningmarkt.
| Onderwerp | Gegeven uit de toelichting |
|---|---|
| Verwachte woningbouw tot 2039 | 43 procent gekoppeld aan bevolkingsgroei door buitenlandse migratie |
| Vrijgekomen corporatiewoningen in 2024 | Ruim 8 procent naar huishoudens met een statushouder |
| Starters in die groep | 21 procent had ten minste één statushouder in het huishouden |
Jaarlijkse verantwoording gevraagd
De fractie wil dat het college jaarlijks rapporteert over de resultaten van lokale voorrang. Zo moet volgens Barendrechts Belang zichtbaar worden hoeveel woningen onder dergelijke afspraken vallen en wat die afspraken voor woningzoekenden uit de gemeente opleveren. In de aangeleverde informatie staat nog niet welke antwoorden het college geeft of wanneer die worden verwacht.
De partij koppelt de schriftelijke vragen aan haar verkiezingsprogramma, waarin meer woonkansen voor eigen inwoners zijn opgenomen. De discussie gaat daarmee niet alleen over aantallen woningen, maar ook over de vraag hoe de beschikbare betaalbare woningen worden verdeeld. Voor woningzoekenden in Barendrecht maakt het verschil tussen een algemene toezegging en een aantoonbare kans bij een woningaanbod direct uit. Het college moet daarover met de beantwoording meer duidelijkheid geven.
- De vragen gaan over sociale huur, particuliere huur, middenhuur en betaalbare koop.
- Barendrechts Belang wil inzicht in afspraken met corporaties en projectontwikkelaars.
- De fractie vraagt om een jaarlijkse rapportage over de resultaten.