Het aantal aanvragen voor psychische hulp bij de huisarts is in 2025 toegenomen, met name onder jongvolwassenen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van onderzoeksinstituut Nivel, die aangeven dat praktijkondersteuners geestelijke gezondheidszorg (POH-GGZ) afgelopen jaar meer gesprekken voerden dan in de vier voorgaande jaren.
Aanvraagstijging vooral onder jongvolwassenen
Volgens Nivel komt de groei van hulpvragen vooral van jongvolwassenen. Huisartsenpraktijken merkten dat meer mensen in die leeftijdsgroep zich melden met klachten die vragen om deskundige begeleiding op het gebied van mentale gezondheid. De POH-GGZ vervult daarbij een belangrijke rol als eerstelijnsverlener en schakel naar gespecialiseerde zorg.
De toename brengt druk op de bestaande eerstelijnsvoorzieningen. Huisartsen en praktijkondersteuners moeten vaker tijd en ruimte vinden voor gesprekken, triage en doorverwijzingen. Omdat Nivel rapporteert dat het aantal gesprekken in 2025 hoger ligt dan in de vier jaar daarvoor, werpt dat vragen op over capaciteit, wachttijden en de beschikbaarheid van doorverwijzingsmogelijkheden naar specialistische ggz.
Wat betekent dit voor patiënten en zorgverleners?
Praktijkondersteuners geestelijke gezondheidszorg bieden kortdurende behandeling, begeleiding bij psychosociale problemen en advies aan huisartsen over vervolgzorg. Een stijging van het aantal gesprekken kan daardoor direct doorwerken in de toegankelijkheid van die ondersteuning.
- Zorgvraag: meer jongvolwassenen zoeken hulp bij de huisarts voor mentale klachten.
- Rol POH-GGZ: toegenomen aantal gesprekken, waardoor de druk op deze functie stijgt.
- Doorverwijzing: mogelijke consequenties voor doorstroming naar specialistische ggz en wachttijden.
Regionale impact en lokale zorginfrastructuur
Voor Drenthe betekent de landelijke trend van Nivel dat ook hier praktijkondersteuners en huisartsen mogelijk vaker met volle agenda's en lastige afwegingen zitten. In dorpen en kleinere kernen, waar specialistische zorg vaak verder weg is, kan de rol van de POH-GGZ extra zwaar wegen. De huisartsenposten en eerstelijnsorganisaties zullen moeten kijken naar manieren om vraag en aanbod beter te laten aansluiten.
| Jaar | Algemene trend (Nivel) |
|---|---|
| 2021–2024 | Meer gesprekken, maar lager dan 2025 |
| 2025 | Hoogste aantal gesprekken in vijf jaar |
Nivel geeft in de samenvatting geen exacte aantallen in de doorgegeven tekst, maar benadrukt de relatieve stijging in 2025 ten opzichte van de voorgaande vier jaar. Die ontwikkeling past in een bredere, nationale zorgtrend waarbij mentale gezondheid van jongvolwassenen structureel meer aandacht krijgt.
Praktische informatie voor wie hulp zoekt
Voor inwoners die zelf worstelen met mentale klachten is de huisarts doorgaans het eerste aanspreekpunt. De praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg kan vaak snel een eerste hulpverleningstraject aanbieden of adviseren over vervolgstappen. Wie acute suïcidale gedachten heeft of direct gevaar ziet, wordt geadviseerd contact op te nemen met de huisarts, de huisartsenpost of de acute hulpverlening.
Voor niet-acute vragen kunnen patiënten zich melden bij hun eigen huisarts. Veel huisartsenpraktijken hebben informatie beschikbaar over wachttijden en mogelijke alternatieven, zoals lokale welzijnsinstellingen of regionaal georganiseerde jeugd- en jongerenvoorzieningen.
Vervolg en aandachtspunten
De Nivel-cijfers onderstrepen dat beleidsmakers en zorgverleners moeten blijven investeren in de eerstelijns geestelijke gezondheidszorg. Belangrijke aandachtspunten zijn het vergroten van capaciteit, het verbeteren van doorverwijzingsroutes en het versterken van preventieve en laagdrempelige maatregelen, zeker gericht op jongvolwassenen.
Voor Drenthe betekent dat zowel ruimte in de eerstelijnszorg als samenwerking tussen huisartsen, POH-GGZ, welzijnsorganisaties en gespecialiseerde ggz noodzakelijk is om te voorkomen dat wachttijden oplopen en mensen tussen wal en schip raken.
De inzichten van Nivel bieden aanknopingspunten voor verder onderzoek naar oorzaken van de stijging en naar effectieve manieren om de druk op huisartsenpraktijken te verlichten, zonder dat de kwaliteit van zorg eronder lijdt.