Drenthe start een tweejarige proef met een waarschuwingssysteem dat wolven moet herkennen bij runderen in een begrazingsgebied. Camera’s, automatische beeldherkenning en wolfwerende maatregelen worden daarbij in samenhang getest. De provincie wil vaststellen of beheerders sneller kunnen reageren wanneer zich een wolf in de buurt van de kudde bevindt.
Eerst beelden verzamelen, daarna waarschuwen
De pilot begint met het verzamelen van beeldmateriaal. Die beelden worden gebruikt om de software te trainen, zodat het systeem onderscheid kan maken en een wolf kan signaleren. Zodra de herkenning voldoende is ontwikkeld, krijgt de beheerder een melding wanneer de apparatuur een wolf waarneemt.
De proef is daarmee niet alleen een test van camera’s. Ook wordt onderzocht hoe de verschillende onderdelen in de praktijk op elkaar kunnen aansluiten. Een melding moet de beheerder in staat stellen om eerder in actie te komen. Later in het traject wordt bekeken of afschrikmiddelen automatisch kunnen worden ingeschakeld.
| Onderdeel | Gegevens |
|---|---|
| Looptijd | 2 jaar |
| Maximale kosten | € 148.190 |
| Geteste techniek | Camera’s en automatische beeldherkenning |
| Toepassing | Runderen in een begrazingsgebied |
Runderen in uitgestrekt terrein
De technologie wordt getest bij runderen die worden ingezet voor natuurbeheer. De dieren grazen in een groot en wisselend natuurgebied. Juist daar kunnen gebruikelijke beschermingsmaatregelen minder eenvoudig toepasbaar zijn, zo blijkt uit de toelichting op de pilot. Een systeem dat op afstand waarneemt en waarschuwt, kan in zo’n gebied een aanvulling vormen op de manier waarop beheerders toezicht houden.
De proef richt zich op een praktisch probleem: hoe kan een beheerder een kudde in een ruim gebied beschermen wanneer een wolf niet voortdurend zichtbaar is? Het antwoord wordt niet vooraf verondersteld. De pilot moet juist uitwijzen of de apparatuur in de dagelijkse praktijk betrouwbaar genoeg werkt en of een waarschuwing op tijd komt om handelen mogelijk te maken.
Techniek moet beheer ondersteunen
De provincie onderzoekt volgens gedeputeerde Henk Emmens of technologische vernieuwing dierhouders beter kan helpen. De inzet van de proef is dus niet alleen het ontwikkelen van software, maar ook het beoordelen van de bruikbaarheid voor mensen die verantwoordelijk zijn voor de dieren.
Dat maakt de reactie van een beheerder een belangrijk onderdeel van het systeem. Een automatische melding heeft pas waarde wanneer die duidelijk en tijdig binnenkomt en wanneer vervolgens passende maatregelen kunnen worden genomen. De pilot moet inzicht geven in die hele keten, van waarneming tot reactie.
Automatische afschrikking volgt later
In een latere fase wordt onderzocht of afschrikmiddelen automatisch kunnen worden ingezet. Daarmee wordt bekeken of het systeem meer kan doen dan alleen een waarschuwing doorgeven. De precieze werking van die maatregel maakt deel uit van het onderzoek en ligt bij de start van de proef nog niet vast.
- Camera’s leggen beelden vast in het begrazingsgebied.
- De software wordt met die beelden getraind.
- Bij herkenning van een wolf ontvangt de beheerder een melding.
- Later wordt automatische inzet van afschrikmiddelen onderzocht.
Onderdeel van landelijke aanpak
Voor de uitvoering is maximaal € 148.190 beschikbaar. De subsidie komt uit het Landelijk Initiatief Veebescherming. Via dat initiatief stelt het Rijk geld beschikbaar aan provincies voor projecten die moeten helpen vee tegen wolven te beschermen. De Drentse pilot maakt daarmee deel uit van de Landelijke Aanpak Wolven.
De financiering geeft de provincie ruimte om een systeem gedurende langere tijd te beproeven. De looptijd van twee jaar maakt het mogelijk om eerst de beeldherkenning op te bouwen en daarna ook de waarschuwingen en eventuele automatische afschrikking te onderzoeken. Over de resultaten is bij de start van de proef nog niets te zeggen.
Uitkomst moet uit de praktijk komen
De kernvraag is of wolven vroeg genoeg kunnen worden herkend om runderen beter te beschermen. Dat wordt niet alleen bepaald door de kwaliteit van de camera’s of de software. Ook de omstandigheden in het begrazingsgebied en de manier waarop beheerders met meldingen omgaan, zijn onderdeel van de praktijktest.
De provincie presenteert de pilot daarom als een onderzoek naar de combinatie van technologie en beheer. Pas na het doorlopen van de verschillende fases kan worden beoordeeld of deze aanpak bruikbaar is in een uitgestrekt natuurgebied. Voor Drenthe, waar runderen worden ingezet om het landschap te beheren, moet de proef vooral duidelijk maken of een wolfwaarschuwing beheerders daadwerkelijk meer tijd geeft om te reageren.