Het college van de provincie Noord‑Brabant gaat de komende weken met vijf pluimveehouders om de tafel. Doel van de gesprekken is te onderzoeken of er alternatieven zijn voor de voorgenomen intrekking van hun bedrijfsvergunningen. Dat maakte de provincie bekend na een spoeddebat in het provinciehuis in Den Bosch, waar een motie van de coalitiepartijen VVD en Lokaal Brabant werd aangenomen.
Afspraken zonder garantie op behoud vergunning
Het provinciebestuur benadrukt dat het in gesprek gaan met de betrokken ondernemers niet betekent dat de intrekking van de vergunningen van tafel is. De gesprekken moeten helderheid geven over mogelijkheden om tot andere oplossingen te komen, maar een definitieve beslissing over vergunningen blijft aan het college voorbehouden.
Voor de betreffende pluimveehouders is dit een belangrijke stap: enerzijds krijgen zij de kans hun zienswijze te presenteren en mogelijke alternatieven te onderzoeken; anderzijds blijft de bedreiging van intrekking bestaan. De provincie stelde geen aanvullende details beschikbaar over de inhoud van de gesprekken of de criteria waarop een alternatief zou worden beoordeeld.
Reactie van de jonge boeren
De voorgestelde aanpak heeft inmiddels geleid tot een scherpe reactie van het Brabants Agrarisch Jongeren Kontakt (BAJK). De organisatie van jonge boeren zegt dat de voorgenomen intrekkingen een principiële grens overschrijden.
"Het BAJK wil voorlopig over geen enkel landbouwdossier met de provincie Noord‑Brabant praten. Voor de jonge boeren is met de voorgenomen intrekking een principiële grens bereikt."
BAJK geeft daarmee aan het vertrouwen in het provinciebestuur voorlopig te hebben opgezegd. De jonge boerenorganisatie stelt dat herstel van dat vertrouwen voorwaarde is voor toekomstig overleg.
Politieke context
De beslissing om gesprekken te laten volgen op een motie van VVD en Lokaal Brabant toont de politieke gevoeligheid rond het dossier. Tijdens het spoeddebat in het provinciehuis is gekozen voor een meer bemiddelende route: eerst praten, daarna mogelijk ingrijpen. Of dat tot een andere uitkomst leidt dan intrekking, hangt af van de gesprekken en van de juridische en bestuurlijke beoordeling door het college.
De provincie heeft geen termen genoemd voor wanneer zij een definitieve beslissing verwacht. Ook is niet publiek gemaakt welke vijf pluimveehouders het betreft of welke vergunningen op het spel staan.
Wat betekent dit voor boeren en omgeving?
Voor de betrokken bedrijven staat de bedrijfsvoering op het spel: intrekking van een vergunning kan leiden tot sluiting of ingrijpende aanpassingen. Voor omwonenden en andere belanghebbenden kan de uitslag van de gesprekken gevolgen hebben voor geur‑, stikstof‑ en milieubelasting in de betreffende gebieden. De provincie spreekt van een zoektocht naar oplossingen, maar laat de juridische route open.
- Provincie: gaat in gesprek met vijf pluimveehouders; intrekking nog mogelijk.
- VVD en Lokaal Brabant: dienden motie tijdens spoeddebat; zij kregen steun in Provinciale Staten.
- BAJK: staakt overleg met provincie zolang intrekkingen dreigen.
| Betrokkene | Standpunt / rol |
|---|---|
| Provincie Noord‑Brabant | Gaat in gesprek met vijf pluimveehouders; intrekkingen blijven een optie |
| VVD & Lokaal Brabant | Indienen en aannemen van motie die gesprekken bepleit |
| BAJK | Weigert voorlopig overleg; vertrouwen is geschaad |
Afwegingen en volgende stappen
De komende weken zijn cruciaal: dan wordt duidelijk of de gesprekken leiden tot concrete alternatieven voor intrekking, of juist tot bevestiging van het voornemen om vergunningen te schrappen. Voor bewoners en landbouworganisaties is het wachten op meer details van het provinciebestuur over criteria, termijnen en de uitkomst van de gesprekken.
Het BAJK heeft duidelijk gemaakt dat het niet meedoet aan overleg zolang de mogelijkheid van intrekking blijft bestaan. Die harde lijn kan het provinciale proces bemoeilijken: zonder deelname van een belangrijke belangenvereniging is draagvlak voor oplossingen lastiger te realiseren.
De provincie heeft niet aangegeven of ze bereid is de gesprekken openbaar te maken of om derden, zoals mediatororganisaties, erbij te betrekken. Voor nu staat één ding vast: er volgen gesprekken, maar de juridische stappen blijven mogelijk.