Aanleiding en verzoek van lokale partijen
Drie lokale partijen in Veenendaal — Lokaal Veenendaal, ProVeenendaal en de VVD — hebben het college om nadere toelichting gevraagd over mogelijkheden om te experimenteren met maximale snelheden op fietspaden en met het verplaatsen van voertuigen zoals bakfietsen en andere zware fietsconstructies. De partijen wijzen op toenemende onveiligheid door de opkomst van snelle e-bikes, fatbikes en bakfietsen en pleiten voor lokale ruimte om te testen of snelheidbegrenzing gedrag positief kan beïnvloeden.
Wat houdt het experiment in?
Volgens het college biedt het Rijk via het Meerjarenplan Fietsveiligheid ruimte voor gemeenten om op specifieke locaties experimenten uit te voeren. Concreet gaat het om twee typen proeven:
- een maximumsnelheid van 20 km/uur op geselecteerde fietspaden;
- maatregelen gericht op het verplaatsen van voertuigen, waarmee gedoeld wordt op het beheersen van de positie en het gedrag van bakfietsen en andere grote fietsvoertuigen.
"Het experiment houdt in een testlimiet van 20 kilometer per uur voor alle fietspadgebruikers. Dus zowel voor gewone fietsen als elektrische varianten."
Bewijsdoel en testlocaties
De proef moet volgens het college vooral inzicht geven in de vraag of een snelheidslimiet het gedrag van fietsers positief beïnvloedt en of daarmee het aantal gevaarlijke situaties afneemt. Op dit moment zijn als testlocaties andere gemeenten genoemd: Houten en Amsterdam, waar de proeven na de zomer van start gaan.
Motieven van raadsleden
Raadsleden die het initiatief ondersteunen wijzen op concrete problemen op drukke fietspaden: snelheidverschillen tussen snelle e-bikes en klassieke fietsen, en onverwachte manoeuvres van zware fietsen die de doorstroming en die veiligheid belemmeren. Barbara van Ravenswaaij (Lokaal Veenendaal), Ronald van der Weerd (ProVeenendaal) en Yvonne Bottema (VVD) gaven aan dat zij zien dat er ruimte is om lokaal gerichte maatregelen te nemen en dat landelijke ontwikkelingen hiervoor een kader bieden.
Vragen voor het college
De partijen vroegen het college in hoeverre Veenendaal gebruik kan maken van die experimenteerruimte en welke plekken in de stad zich lenen voor een dergelijke proef. Ook wilden zij weten welke juridische en praktische voorwaarden eraan verbonden zijn, en op welke wijze handhaving en evaluatie zouden plaatsvinden indien Veenendaal een experiment zou starten.
Concrete elementen van het voorstel
Uit het beschikbare antwoord van het college blijkt dat de proef zich richt op:
| Onderdeel | Doel |
|---|---|
| 20 km/uur op fietspaden | verminderen snelheidverschillen en gevaarlijke situaties |
| Verplaatsen van voertuigen | beïnvloeden positie en gedrag van bakfietsen en soortgelijke voertuigen |
Gevolgen voor Veenendaal
Voor Veenendaal zou deelname aan het experiment gevolgen kunnen hebben voor de inrichting van fietspaden, signalering en handhavingscapaciteit. Verder is er aandacht nodig voor communicatie naar fietsers over de proef en voor toetsen van effectiviteit: verminderen de snelheidsverschillen en nemen onveilige situaties daadwerkelijk af? De advies- en onderzoeksfase in Houten en Amsterdam kan daarbij als referentie dienen, maar lokale omstandigheden bepalen uiteindelijk of maatregelen ook in Veenendaal werken.
De komende periode zal duidelijk moeten maken of het college de mogelijkheden en vereisten van het Rijk zodanig interpreteert dat Veenendaal kan deelnemen aan een experiment. Voor veel inwoners is het onderwerp relevant: het gaat om dagelijkse veiligheid op routes naar school, werk en winkelgebied en om de samenhang tussen verkeersgedrag, infrastructuur en handhaving.