De provincie Noord-Holland presenteert dit najaar een geactualiseerde Omgevingsvisie die moet bepalen hoe de beperkte ruimte in de provincie tot 2050 wordt verdeeld. Het document geeft een duidelijke koers: woningen moeten vooral binnen bestaande steden en dorpen komen, natuur en water krijgen meer ruimte, en bedrijven krijgen alleen plek als ze bijdragen aan innovatie en de circulaire economie.
Provincie wil eerder meebeslissen
Het provinciebestuur stelt in de visie voor om eerder en nadrukkelijker betrokken te zijn bij plannen van gemeenten en waterschappen. De bedoeling is dat de provincie eerder kan meewegen in de verdeling van ruimte, om te voorkomen dat lokale plannen op termijn botsen met regionale ambities op het vlak van natuur, waterveiligheid en duurzame energie.
"Woningen moeten vooral binnen bestaande steden en dorpen komen, bij voorkeur in de buurt van openbaar vervoer," zegt gedeputeerde Esther Rommel.
De visie is primair richtinggevend, maar markeert volgens ingewijden een duidelijke koerswijziging in provinciaal beleid: minder vrijblijvendheid en meer sturing bij de ruimtelijke keuzes die gemeenten maken.
Prioriteiten en conflicten
In de nieuwe visie zijn de hoofdlijnen helder, maar de keuzes leiden onvermijdelijk tot belangenconflicten. Tot de expliciete prioriteiten behoren:
- Verdichting binnen bestaande kernen, met voorkeur voor locaties bij openbaar vervoer;
- Meer ruimte voor water en natuur, onder meer voor wateropvang en het verbinden van natuurgebieden;
- Bedrijven en industrie alleen waar sprake is van innovatie en circulariteit;
- Behoud van het buitengebied als groen en open landschap, tenzij maatregelen nodig zijn voor waterbeheer of natuurverbindingen;
- Ruimte voor draagvlak voor duurzame energie, met aandacht voor participatie van omwonenden.
Als voorbeelden van mogelijke knelpunten noemt de provincie projecten als woningbouwplannen in Schagen-Oost, beschermingszones rond Natura 2000-gebieden en de geplande windturbines bij de Noorder IJplas in Amsterdam. De concrete uitwerking van waarop en waar precies iets wel of niet kan, volgt later; de Omgevingsvisie moet eerst de richting aangeven.
Waarde van de visie
Bestuurlijk gezien geeft de Omgevingsvisie de provincie een instrument om regionale samenhang te bevorderen. Voor gemeenten betekent het dat lokale plannen eerder langs provinciale beleidskaders worden gelegd. Voor inwoners en belangenorganisaties is het relevant omdat de visie keuzes al op hoofdlijnen vastlegt die gevolgen hebben voor leefomgeving, mobiliteit en natuurbehoud.
Wat verandert er praktisch?
De visie zelf is geen uitvoeringsprogramma; de concrete invulling laat op zich wachten. Wel is duidelijk dat de provincie sneller wil kunnen ingrijpen bij plannen die niet passen bij de nieuwe prioriteiten. Dat kan betekenen dat gemeentelijke uitbreidingsplannen lastiger door de provinciale molen komen, vooral als ze ver van openbaar vervoer liggen of negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden of waterhuishouding.
Voor initiatiefnemers van bijvoorbeeld woningbouwprojecten en energieprojecten wordt het belangrijk om in een vroeg stadium aan te sluiten bij provinciale kaders en om aan te tonen hoe hun plannen bijdragen aan gewenste doelen zoals duurzaamheid en natuurverbindingen.
Overzicht: hoofdlijnen van de Omgevingsvisie
| Ruimtelijke functie | Provinciale voorkeur |
|---|---|
| Woningen | Binnen bestaande steden/dorpen, bij voorkeur dicht bij OV |
| Natuur | Meer ruimte, verbindingen tussen gebieden |
| Water | Ruimte voor opvang en waterveiligheid |
| Bedrijven/industrie | Alleen bij bijdrage aan innovatie/circulaire economie |
| Duurzame energie | Ruimte, met aandacht voor lokale participatie |
De komende maanden zullen Provinciale Staten het plan bespreken. De versie die deze zomer openbaar werd, functioneert als kompas; de provincie benadrukt dat de concrete implementatie en ruimtelijke vertaling in samenhang met gemeenten en waterschappen moeten volgen.
Voor inwoners betekent de visie dat lokale bouw- en energieplannen mogelijk strenger worden beoordeeld op regionale effecten. Voor gemeenten is het een signaal dat zij hun ruimtelijke ambities meer zullen moeten afstemmen op provinciale prioriteiten. De precieze gevolgen per gemeente worden pas duidelijk bij de vervolgstappen die nog uitgewerkt moeten worden.