De voorbereiding op de jaarlijkse Indiëherdenking aan de Zuiderweg heeft geleid tot nieuwe inzichten over wie in Hoogeveen wordt herdacht. Uit nader onderzoek blijkt dat de groep oorlogsweduwen en nabestaanden die na de oorlog uit Nederlands‑Indië naar Nederland terugkeerden aanzienlijk omvangrijker is dan eerder werd aangenomen. Een aantal van deze vrouwen en mannen vond uiteindelijk een nieuw bestaan in en rond Hoogeveen.
Herinnering en vragen
De initiatiefnemers van de herdenking stelden zichzelf aanvankelijk de vraag: ‘Maar wie of wat herdenken we?’ Dat leidde tot een zoektocht langs archieven en bevolkingsregisters, waarmee namen en verblijfplaatsen van voormalige bewoners van Nederlands‑Indië konden worden gekoppeld aan adressen in de gemeente Hoogeveen.
„Maar wie of wat herdenken we?”
Enkele gevallen: Josephine Koster en Dirk Antoon Lorrier
Een duidelijk voorbeeld is Josephine Koster, geboren op 21 oktober 1915 te Salatiga (Nederlands‑Indië). Zij was eerst gehuwd met Dirk Antoon Lorrier, geboren op 24 augustus 1915 te Amsterdam. Lorrier diende als militair in Indië; hij was soldaat 2e klas en mitrailleurschutter bij de Cavalerieregimenten en was in dienst van de overzeese troepen. Op 12 oktober 1938 vertrok hij naar de Oost aan boord van het MS 'Dempo'. Lorrier werd na de Japanse inval geïnterneerd in een Japans krijgsgevangenenkamp. Op 25 april 1943 maakte hij een transport van Singapore richting Japan; hij overleed tijdens die periode in Japan.
Hertrouw en vestiging in Nederland
Na de oorlog hertrouwde Josephine met George Edmund Stecher, geboren op 6 maart 1891 te Klaten (Nederlands‑Indië). Het echtpaar trad in het huwelijk op 10 februari 1951 te Bandoeng. In de administratieve overboekingen die daarop volgden, werden zij op 23 juni 1953 van Indonesië naar Veenwouden ingeschreven. Van daaruit verhuisden zij naar Assen en vervolgens, op 3 augustus 1953, naar Hoogeveen, waar hun vestiging geregistreerd staat op Philipsonstraat 7. George overleed op 15 mei 1962 te Deventer; desalniettemin bleef zijn weduwe op het adres in Hoogeveen staan.
Betekenis voor Hoogeveen
De vondst van deze familiekronieken en adresgegevens plaatst de Indiëherdenking in een lokale context. De aanwezigheid van uit Indië afkomstige weduwen en weduwnaars in Hoogeveen laat zien dat de nasleep van de oorlog ook hier diepe sporen heeft nagelaten. Zij brachten verhalen, verlies en rouw mee, maar probeerden tegelijk een nieuw bestaan op te bouwen in Drenthe. Voor de hedendaagse gemeenschap roept dat vragen op over geheugen, erkenning en de zichtbaarheid van die geschiedenis in de stad.
- De omvang van de groep oorlogsweduwen die naar Nederland terugkeerde blijkt groter dan eerder gedacht.
- Sommige van deze weduwen vonden een nieuw thuis in Hoogeveen; namen en adressen zijn terug te vinden in registratiegegevens.
- De lokale herdenking wordt hierdoor breder en persoonlijker: niet alleen namen van in Hoogeveen geboren slachtoffers zijn relevant, maar ook teruggekeerde nabestaanden.
Tabel: Belangrijke data in het onderzochte voorbeeld
| Persoon | Geboortedatum en -plaats | Belangrijke data |
|---|---|---|
| Josephine Koster | 21-10-1915, Salatiga | Hertrouwd 10-02-1951 (Bandoeng); overgeschreven naar NL 23-06-1953; ingeschreven Hoogeveen 03-08-1953 |
| Dirk Antoon Lorrier | 24-08-1915, Amsterdam | Vertrok naar Indië 12-10-1938 (MS 'Dempo'); geïnterneerd; transport naar Japan 25-04-1943; overleden tijdens krijgsgevangenschap |
| George Edmund Stecher | 06-03-1891, Klaten | Hertrouwd met Josephine 10-02-1951; overleed 15-05-1962 (Deventer); weduwe bleef wonen aan Philipsonstraat 7 |
De nieuwe informatie onderstreept het belang van lokale bronnen en nazaten bij het vullen van het collectieve geheugen. Voor Hoogeveen betekent het dat de jaarlijkse herdenking aan de Zuiderweg niet alleen terugkijkt naar slachtoffers die hier geboren of gestorven zijn, maar ook naar de vrouwen en mannen die na traumatische ervaringen in Azië hun leven hier in Drenthe voortzetten. Daarmee wordt de herdenking concreter en persoonlijker voor nabestaanden en buurtgenoten.
De organisatoren van de herdenking geven aan dat dit onderzoek vervolg krijgt, met het doel meer namen, verhalen en adressen te verifiëren zodat deze in toekomstige herdenkingen en lokale archieven kunnen worden opgenomen.