De Zeeuwse overheden hebben overeenstemming bereikt over de verkoop van hun gezamenlijke belang in de kerncentrale van Borssele aan de Nederlandse Staat. Het Rijk betaalt €158,5 miljoen voor het pakket dat via ZEH en dochter ZEH Energy 70 procent van EPZ omvat. Het Duitse energiebedrijf RWE houdt de overige 30%.
Achtergrond en structuur van de transactie
De centrale in Borssele staat sinds 1973 in bedrijf en was decennialang grotendeels in publieke Zeeuwse handen. Die aandelenparticipatie zat de afgelopen jaren bij ZEH, een samenwerkingsverband van negentien publieke aandeelhouders waarin de provincie Zeeland grootaandeelhouder is en 50 procent van de zeggenschap bezit. De andere aandelen zijn vooral in handen van Zeeuwse gemeenten.
Met de verkoop aan het Rijk verdwijnen de financiële risico’s die de Zeeuwse overheden tot nu toe zelf droegen. Dat heeft direct gevolgen voor de kaspositie van ZEH en de uitkeerbare middelen aan de aandeelhouders.
Groot financieel effect voor Zeeland
Door de voorgenomen overname verwacht ZEH dat er in 2027 voor ongeveer €1,1 miljard kan worden uitgekeerd aan de huidige aandeelhouders. Als eigenaar van de helft van ZEH heeft de provincie recht op ongeveer de helft van dat bedrag. De verkoopprijs van €158,5 miljoen is een aparte betaling voor het meerderheidsbelang in EPZ; daarnaast beschikt ZEH zelf reeds over aanzienlijke reserves die nu vrijkomen omdat de risico’s afschuiven naar het Rijk.
Waarom wilden de Zeeuwse aandeelhouders verkopen?
Bestuurders in Zeeland maakten enkele jaren geleden de afweging dat zij niet de risico’s wilden dragen van een langere exploitatie van Borssele na 2033. Hoewel de centrale in recente jaren winst maakte, zijn de opbrengsten volatiel en zijn er grote investeringen nodig als de centrale ook na 2033 in bedrijf moet blijven. Het Rijk en ZEH gingen daarom met elkaar in gesprek, waarna in juli 2025 een eerste niet-bindend bod volgde. Die onderhandelingen hebben nu geleid tot een akkoord.
Wat verandert er voor de toekomst van de centrale?
De transactie maakt het voor het Rijk realistischer om te kiezen voor exploitatie van Borssele na 2033. Recent stemde de Eerste Kamer in met aanpassing van de Kernenergiewet, waardoor 2033 niet langer een verplichte sluitingsdatum is. Dat betekent echter nog niet automatisch dat de centrale definitief langer openblijft: daarvoor is nog een afzonderlijk investeringsbesluit nodig.
- Verkocht belang: 70% van EPZ via ZEH/ZEH Energy aan de Staat.
- RWE behoudt: 30% van EPZ.
- Koopsom: €158,5 miljoen.
- Verwachte uitkering aan aandeelhouders in 2027: circa €1,1 miljard.
| Partij | Belang in EPZ | Opmerking |
|---|---|---|
| ZEH (publieke aandeelhouders) | 70% | Wordt verkocht aan de Staat; eigenaar is ZEH, met 19 aandeelhouders |
| RWE | 30% | Blijft aandeelhouder |
Praktische gevolgen voor Zeeland
Voor de Zeeuwse gemeenten en de provincie betekent de transactie zowel financiële ruimte als politieke keuzes. De vrijkomende middelen kunnen structureel of incidenteel worden ingezet voor regionale opgaven, zoals infrastructuur, klimaatadaptatie of lokale voorzieningen. Tegelijk verdwijnen de directe bestuursverantwoordelijkheden en financiële risico’s rond de kerncentrale voor de Zeeuwse publieke aandeelhouders.
De verkoop verandert ook de positie van het Rijk: als meerderheidsaandeelhouder krijgt het meer zeggenschap over eventuele investeringen en beslissingen over de looptijd van de centrale. Dat kan invloed hebben op regionale afspraken over veiligheid, toezicht en lokale participatie rond nucleaire zaken.
Vervolgstappen
De transactie volgt op langdurige gesprekken tussen ZEH en het Rijk. Hoe snel de overdracht definitief wordt gevoegd, en welke voorwaarden daaraan verbonden zijn, valt nog te bezien in de komende afwikkelingsfase. Eveneens moet een investeringsbesluit worden genomen wil Borssele daadwerkelijk na 2033 openblijven.
De verkoop markeert een omslag in de relatie tussen Zeeland en de centrale: van lokaal publiek eigendom naar grotere rol van het Rijk, met belangrijke financiële consequenties voor de Zeeuwse overheden.