De provincie Overijssel benadrukt dat er nog geen besluit is genomen over het afschot van verwilderde katten. In een brief aan Provinciale Staten van 14 april 2026 noemen Gedeputeerde Staten het onderwerp als onderdeel van een breder pakket maatregelen om weide- en akkervogels beter te beschermen, maar stellen zij dat nader onderzoek nodig is alvorens over concrete ingrepen te besluiten.
Achtergrond: zes keuzes voor weidevogels
In de brief beschrijven Gedeputeerde Staten zes keuzes om het voortbestaan van kwetsbare weide- en akkervogels te verbeteren. Eén van die keuzes is het versterken van het zogenaamde predatiebeheer. Bij dat beheer wordt niet alleen gekeken naar bekende predatoren zoals de vos, maar ook naar de invloed van verwilderde katten. Dat betekent volgens de provincie niet automatisch dat afschot de uitkomst zal zijn.
Welke maatregelen geschikt zijn, wat juridisch mogelijk is en hoe een aanpak er precies uit kan zien, moet nog worden uitgewerkt. De provincie benadrukt dat het doel is om weide- en akkervogels meer kansen te geven, en dat daarbij zorgvuldig wordt gekeken naar effectiviteit, juridische kaders en passende maatregelen.
Wie werkt mee aan de uitwerking?
Gedeputeerde Staten geven aan dat de verschillende keuzes dit jaar samen met diverse partijen verder worden uitgewerkt. Betrokken partijen zijn onder meer:
- gemeenten
- natuurorganisaties
- de Faunabeheereenheid
- agrarische organisaties
- agrarische collectieven
Het doel van deze samenwerkingsvorm is om een breed gedragen en juridisch houdbaar pakket van maatregelen te ontwikkelen dat uiterlijk in 2027 tot beleid moet leiden.
Rol van Provinciale Staten en de Omgevingsverordening
Mocht een maatregel voor het beheer van verwilderde katten een wijziging van de Omgevingsverordening vergen, dan ligt de uiteindelijke beslissing bij Provinciale Staten. De provincie stelt dat een dergelijke aanpassing niet door het college alleen kan worden doorgevoerd; het is een formeel besluit dat politieke besluitvorming vereist.
| Stap | Verwachte timing |
|---|---|
| Uitwerking keuzes met partners | rest van 2026 |
| Vaststelling beleid | 2027 |
Waarom deze discussie nu?
De discussie rond het beheer van predatie volgt op langdurige zorgen over de achteruitgang van bepaalde weide- en akkervogelsoorten. Predatie, waaronder door vossen en mogelijk verwilderde katten, wordt door boeren en natuurbeheerders genoemd als een belangrijke oorzaak van eier- en kuikenverlies. De provincie zoekt naar maatregelen die aantoonbaar effect hebben en juridisch realiseerbaar zijn.
Reacties en scherpte in het publieke debat
De kwestie is gevoelig. In de openbare discussie zijn dierenopvangorganisaties en dierenliefhebbers kritisch over maatregelen die dierenwelfare in gevaar zouden kunnen brengen, terwijl agrariërs en terreinbeheerders vaak aandringen op maatregelen die directe bescherming van nesten en kuikens kunnen bieden. De provincie plaatst deze belangen naast elkaar en benadrukt dat zij bewust kiest voor een fase van verkenning en overleg.
Wat betekent dit voor inwoners?
Voor bewoners en eigenaren van katten geldt dat er op dit moment geen nieuw provinciaal beleid is dat direct invloed heeft op het houden of beschermen van katten. Eventuele toekomstige ingrepen zouden via een politiek proces moeten worden besloten. Belanghebbenden wordt aangeraden om tijdens de uitwerkingsfase actief mee te denken via de georganiseerde overleggen of via lokale vertegenwoordigers.
De provincie sluit af met de kernboodschap dat het uiteindelijke doel is om de kansen van weide- en akkervogels te verbeteren en dat daarvoor zorgvuldig wordt gekeken naar wat werkt, wat juridisch mogelijk is en wat passend is.