LEIDEN — In delen van Zuid-Holland staan buslijnen en haltes onder toenemende druk doordat wegen en dorpskernen zodanig worden heringericht dat grote voertuigen er niet meer door kunnen rijden. Dat is de zorg van CDA-fractievoorzitter Michel Rogier in de Provinciale Staten.
Busroutes verschuiven door fysieke obstakels
Rogier signaleert dat haltes soms verdwijnen niet louter vanwege een tekort aan reizigers, maar doordat de fysieke ruimte in straten en dorpskernen het rijden met bussen bemoeilijkt. In sommige gevallen besluiten vervoerders daarom een halte over te slaan of een lijn in te korten. Dat heeft directe gevolgen voor mensen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer, zeker in kleinere kernen.
Volgens Rogier heeft openbaar vervoer naast een economische ook een duidelijke sociale functie: een halte kan voor één of twee personen het verschil maken tussen thuis blijven en naar familie, sport of winkels gaan. “Al is zo’n halte niet rendabel, als die één of twee personen net nog even naar die familie, sportvereniging of naar het winkelcentrum kan, vinden wij dat heel erg belangrijk.”
Provinciale maatregelen en lokale fricties
De provincie Zuid-Holland heeft geprobeerd knelpunten aan te pakken door ruim €15 miljoen beschikbaar te stellen. Met dat geld worden volgens de provincie aanpassingen mogelijk gemaakt zodat grotere bussen door stedelijk gebied en kleinere kernen kunnen rijden. Toch maakt Rogier duidelijk dat die inspanningen deels tenietgedaan worden als gemeenten tegelijk wegen versmallen of nieuwe obstakels aanbrengen.
Gemeentelijke maatregelen zoals verkeersdrempels, chicanes, rotondes of smallere straten hebben vaak een andere doelstelling: verkeersveiligheid en leefbaarheid. Die doelstellingen kunnen echter botsen met de toegankelijkheid voor openbaar vervoer. Rogier waarschuwt dat zulke herinrichtingen te vaak gebeuren zonder vroegtijdig overleg met vervoersmaatschappijen.
“Maar daarentegen heb je ook nog eens die andere dynamiek en dat is dat gemeentes zelf die openbare ruimte weer gaan verbouwen.”
Vervolgstappen en aanbevelingen
Rogier pleit voor structurele afstemming tussen gemeenten en vervoerders in de planfase van wegenprojecten. Volgens hem moet overleg plaatsvinden voordat een herinrichting uitgevoerd wordt, zodat alternatieven voor haltes en routes tijdig kunnen worden meegewogen. Ook reizigersverenigingen noemt hij expliciet als partij die nadrukkelijk bij plannen moet worden betrokken.
- Provincie: ruim €15 miljoen beschikbaar om knelpunten in busnetten aan te pakken.
- Probleem: gemeentelijke wegontwerpen maken sommige routes onmogelijk voor bussen.
- Oplossing volgens CDA: eerder en structureel overleg tussen gemeenten, vervoerders en reizigersorganisaties.
Praktische gevolgen voor reizigers
Voor bewoners van dorpen kan het verdwijnen van een halte betekenen dat zij grotere afstanden moeten lopen of afhankelijk worden van anderen voor vervoer. Voor ouderen, mensen met een beperking of jongeren zonder auto kan dit leiden tot verminderde sociale mobiliteit. Vervoersmaatschappijen kunnen op hun beurt kiezen voor lijnen met meer reizigers om financiële systemen rendabel te houden, waardoor kleinere verbindingen onder druk komen te staan.
| Belanghebbende | Zorgen |
|---|---|
| Reizigers in kleine kernen | Verlies van nabije haltes, langere looptijden |
| Vervoerders | Onmogelijk routeontwerp door lokale obstakels |
| Gemeenten | Wensen voor verkeersveiligheid en leefbaarheid kunnen conflicteren |
Geen simpele keuze
De discussie legt een fundamenteel spanningsveld bloot tussen stedelijke inrichting en toegankelijke mobiliteit. Enerzijds willen gemeenten veilige, rustige en verkeersluwe straten; anderzijds vereist goed openbaar vervoer ruimte en bereikbaarheid. Volgens Rogier is het onvoldoende om problemen pas te signaleren als een weg klaar is en een bus er niet meer door kan.
De oproep van het CDA is duidelijk: koester de halte en denk bij elke herinrichting aan de bereikbaarheid voor het openbaar vervoer. Hoe provincie, gemeenten en vervoerders dit concreet gaan organiseren, zal de komende tijd duidelijker worden na verdere gesprekken en mogelijk aanvullende investeringen.
Het dossier raakt zowel provinciaal beleid als lokaal uitvoeringsbeleid. Voor reizigers en gemeenten geldt dat vroegtijdig overleg en gezamenlijke afwegingen cruciaal zijn om te voorkomen dat maatregels voor veiligheid en leefbaarheid ten koste gaan van de bereikbaarheid van kwetsbare groepen.