Minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bracht vandaag een bezoek aan Flevoland om praktijkervaringen op te halen over samenwerking tussen gemeenten, waterschap, provincie en het Rijk. Doel van het bezoek is input te verzamelen voor een strategische agenda Rijk–regio, een aanpak waarmee het Rijk betere afspraken wil maken met regio’s over urgente opgaven zoals woningbouw, energietransitie en bereikbaarheid.
Flevolandse aanpak als voorbeeld
Flevoland werd door het ministerie uitgenodigd vanwege de ervaringen met de Strategische Agenda Flevoland (SAF) en de uitvoering daarvan binnen het programma 'Samen Maken We Flevoland'. Tijdens het bezoek reflecteerden regionale bestuurders en vertegenwoordigers van het Rijk op wat in deze provincie goed werkt en welke elementen bruikbaar zijn voor andere delen van Nederland.
Bij het overleg waren onder meer Commissaris van de Koning Arjen Gerritsen, dijkgraaf Hetty Klavers en burgemeester Jean Paul Gebben (gemeente Dronten) aanwezig. Zij deelden praktische ervaringen met het opstellen van gezamenlijke prioriteiten en het maken van uitvoeringsafspraken tussen overheden.
"Flevoland is ontstaan door vooruit te denken en samen te handelen. Dat is nog steeds zoals we in onze provincie werken. Het is een houding die ook vandaag nodig is. Als Rijk en regio ieder vanuit gedeeld belang samenwerken en de blik houden op wat de toekomst van Nederland nodig heeft, kunnen we de uitdagingen van vandaag én morgen aan. Daarmee werkt Flevoland aan Nederland."
Concrete leerpunten uit Flevoland
Uit de gesprekken kwamen meerdere succesfactoren naar voren die volgens deelnemende bestuurders essentieel zijn voor een werkbare Rijk–regio-agenda:
- Gedeelde agenda: gezamenlijk vastgestelde prioriteiten geven richting aan besluiten en uitvoering.
- Vertrouwen en relaties: goede samenwerking ontstaat volgens deelnemers vooral door investeren in relaties en wederzijds vertrouwen.
- Bereidheid om over grenzen heen te kijken: partijen moeten bereid zijn eigen bevoegdheden en tijdshorizon te verbinden aan een regionaal belang.
Deelnemers benadrukten dat de SAF en de bijbehorende uitvoeringsagenda concrete handvatten bieden om grote opgaven doelgericht aan te pakken. De aanpak koppelt beleidsambities aan uitvoering en maakt ruimte voor gezamenlijke prioritering.
Wat betekent dit voor landelijke samenwerking?
Minister Heerma werkt aan een strategische agenda voor de samenwerking tussen Rijk en regio’s en bezoekt daarvoor meerdere regio’s, waaronder Flevoland. Het ministerie wil van deze bezoeken leren welke werkwijzen en instrumenten regionaal succesvol zijn en hoe die op nationaal niveau kunnen worden opgeschaald of aangepast. Flevolands ervaring met een gezamenlijke agenda biedt voorbeelden van organisatorische afspraken en uitvoeringspraktijk die naar verwachting in andere regio’s toepasbaar zijn.
Tijdens het bezoek werd niet alleen teruggekeken op wat werkt, maar ook benadrukt dat structurele inzet nodig blijft om opgaven zoals de bouw van woningen, de energietransitie en het verbeteren van bereikbaarheid tijdig en efficiënt te realiseren.
Wie deed wat tijdens het bezoek?
| Actor | Rol |
|---|---|
| Minister Heerma (BZK) | Verzamelde regionale ervaringen voor strategische agenda Rijk–regio |
| Commissaris Arjen Gerritsen | Deelname namens provincie; reflectie op Flevolandse werkwijze |
| Dijkgraaf Hetty Klavers | Nam deel namens Waterschap; nadruk op samenwerking |
| Burgemeester Jean Paul Gebben | Deelname namens gemeente Dronten; praktijkervaringen gedeeld |
Het bezoek maakt deel uit van een serie regionale consultaties die het ministerie inzet om de nationale strategie te voeden met praktijkinzichten. Welke concrete aanpassingen of afspraken uit Flevoland in de uiteindelijke strategische agenda terechtkomen, is aan het ministerie om te bepalen in vervolgtrajecten met andere regio’s en departementen.
Voor Flevoland ligt de meerwaarde vooral in erkenning van een aanpak die de afgelopen jaren is uitgewerkt: werken vanuit een gezamenlijke prioritering en uitvoering om zo grote maatschappelijke opgaven samen op te pakken. Bestuurders gaven aan dat dat niet vanzelf gaat en voortdurend aandacht vereist voor vertrouwen, heldere rollen en praktische uitvoeringsafspraken.
Het vervolg bestaat uit verwerking van de opgedane inzichten in de beleidsvorming op rijksniveau en verdere uitwisseling met andere regio’s die dezelfde opgaven kennen. Voor Flevoland is het bezoek een bevestiging dat de provinciale methode als bruikbaar voorbeeld wordt gezien bij het vormgeven van landelijke samenwerking tussen Rijk en regio.