Gedeputeerde Staten (GS) van Fryslân hebben zich bereid verklaard om de koppeling tussen sanering van windmolens in het buitengebied en het toestaan van nieuwe turbines op bedrijventerreinen te versoepelen. Daarmee wijkt het provinciebestuur af van een eerdere, striktere opstelling. De wijziging staat beschreven in de reactienota op het concept van de nieuwe Omgevingsvisie ’In werkenber Fryslân, klear foar de takomst’.
Achtergrond en aanleiding
Voorheen wilde het provinciebestuur alleen nieuwe windturbines op bedrijventerreinen toestaan als vooraf machines in het buitengebied waren verwijderd. Die harde voorwaarde laat nu ruimte voor een andere volgorde: sanering en nieuwbouw kunnen in de tijd naast elkaar plaatsvinden. Doel is te voorkomen dat de verplichting tot sloop nieuwe, belangrijke ontwikkelingen belemmert of vertraagt.
Het onderwerp leeft sterk: van de 115 ingediende reacties op de omgevingsvisie ging het merendeel over duurzame energie, in het bijzonder windenergie. De discussie raakt ruimtelijke kwaliteit, netcapaciteit en de economische positie van het bedrijfsleven in verschillende Friese plekken.
„een parallelle aanpak waarbij sanering en nieuwbouw in de tijd naast elkaar kunnen plaatsvinden.”
Wat verandert er concreet?
De provincie telt momenteel 384 windmolens in het buitengebied. Onder de oude visie 'De Romte Diele' was clustering van turbines toegestaan op de grote bedrijventerreinen in Leeuwarden, Sneek, Drachten en Heerenveen en niet op andere terreinen. De nieuwe Omgevingsvisie maakt het mogelijk ook op andere bedrijventerreinen wind op te stellen, mits rekening gehouden wordt met netcongestie en andere lokale criteria.
GS legt de uitvoering in de praktijk deels neer bij afspraken met gemeenten en windmoleigenaren. Belangrijke vraagpunten zijn onder meer welke termijn van het tegelijk of 'dubbeldraaien' van oude en nieuwe turbines acceptabel wordt gevonden.
| Aspect | Huidig (De Romte Diele) | Nieuwe benadering (concept Omgevingsvisie) |
|---|---|---|
| Toestaan op bedrijventerreinen | Beperkt tot vier grote terreinen | Uitbreiding naar meer terreinen mogelijk |
| Voorwaarde sanering | Sanering vóór nieuwbouw | Sanering en nieuwbouw parallel mogelijk |
| Dorpen | Geen solitaire dorpsmolens | Standpunt blijft ongewijzigd |
Economische en netwerktechnische overwegingen
De provinciale motivatie verwijst expliciet naar netcongestie in delen van Fryslân en de noodzaak voor bedrijven om zelf stroom op te wekken en op te slaan. Voor locaties als Dokkum (Betterwird) en Hallum (bedrijvencluster rondom Hellema) kan lokaal opgewekte energie van doorslaggevend belang zijn voor de concurrentiepositie van ondernemingen.
GS benadrukt dat zij vasthoudt aan grotere, samenhangende oplossingen voor windenergie omdat die volgens de provincie beter zijn voor het Friese landschap en de beschikbare netcapaciteit. Tegelijk wil het provinciebestuur dat dorpen en energiecoöperaties kunnen deelnemen aan windprojecten en er betaalbare stroom van kunnen verkrijgen.
„Omdat we het principe ’energie voor en door de Friezen’ belangrijk vinden.”
Knelpunten en vragen die blijven
De verruiming roept verschillende praktische en politieke vragen op:
- Welke concrete termijnen gelden voor het 'dubbeldraaien' van oude en nieuwe turbines?
- Hoe worden natuur- en landschapswaarden gewaarborgd bij toename van clustering op nieuwe terreinen?
- Op welke wijze worden gemeenten en eigenaren verantwoordelijk gehouden voor tijdige sanering?
GS zegt dat hierover nadere afspraken gemaakt moeten worden met gemeenten en windmoleigenaren. Of die maatregelen de kritiek van bezwaarmakers wegnemen, is onzeker: de reactiestroom reflecteert uiteenlopende belangen van omwonenden, milieuorganisaties, netbeheerders en het bedrijfsleven.
Vervolg en lokale impact
De wijziging in de reactienota is nog geen definitief beleid; het betreft een standpunt in het proces van vaststelling van de nieuwe Omgevingsvisie. De komende tijd volgen gesprekken tussen provincie, gemeenten en marktpartijen om details te concretiseren. Voor bedrijventerreinen die kampen met beperkte netcapaciteit kan de versoepeling perspectief bieden om eigen energie-oplossingen te realiseren zonder dat bestaande ontwikkelingsprojecten stilvallen.
Voor omwonenden en dorpsbelangen blijft het belangrijk de ontwikkeling te volgen en deel te nemen aan lokale inspraaktrajecten, omdat het provinciale beleid ruimte kan scheppen voor turbines op nieuwe locaties, terwijl het standpunt tegen nieuwe solitaire dorpsmolens gehandhaafd blijft.
De komende fase van het Omgevingsvisie-traject zal duidelijker maken hoe Fryslân de balans zoekt tussen energieopgave, landschap en lokale economie.