Asielminister Bart van den Brink heeft toegezegd dat hij persoonlijk zal spreken met gemeenten die worden geconfronteerd met een mogelijke indeplaatsstelling voor de vestiging van een asielzoekerscentrum (azc). De verklaring kwam nadat Kamerleden hadden geklaagd dat wethouders bij contacten met het ministerie vaak geen directe gesprekspartner op ministerieel niveau treft.
Achtergrond: toezicht en escalatie
Het kabinet heeft de afgelopen maanden 42 gemeenten onder "actief toezicht" geplaatst omdat ze niet voldoen aan de verplichtingen uit de Spreidingswet. Dat is volgens het regeringsbeleid de derde stap op de zogenoemde escalatieladder. Als gemeenten ondanks toezicht en overleg blijven weigeren opvang te bieden, kan stap vier volgen: de publiek aangekondigde indeplaatsstelling, waarbij het kabinet de regie overneemt en een locatie aanwijst.
| Stap op escalatieladder | Betekenis |
|---|---|
| Stap 3 — Actief toezicht | Gemeenten worden op het matje geroepen; naleving Spreidingswet wordt gevolgd |
| Stap 4 — Indeplaatsstelling | Kabinet kan locatie aanwijzen en regie overnemen |
Waarom persoonlijk contact?
De oproep voor direct ministerieel overleg kwam onder meer van CDA-Kamerlid Mona Keijzer, die tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen wees op het ongenoegen bij veel wethouders. Volgens Keijzer krijgen gemeenten te horen dat ze zich kunnen melden bij het ministerie, maar weten zij niet met wie zij daadwerkelijk spreken. Dat bezwaar leidde tot een voorstel om in de motie vast te leggen dat de minister bij de vierde stap persoonlijk in gesprek moet gaan — een motie die door het kabinet niet strikt noodzakelijk werd geacht.
"Ik vind het gewoon horen bij de verantwoordelijkheid als minister", zei Van den Brink over het voeren van persoonlijke gesprekken.
Van den Brink vertelde na de ministerraad aan de pers dat hij dergelijke gesprekken al van plan was en dat persoonlijk contact past bij zijn rol. Tegelijk gaf hij aan dat het praktische probleem van agenda en capaciteit een rol speelt: het aantal betrokken gemeenten is momenteel "gewoon heel veel", waardoor het niet altijd mogelijk is om direct bij elke stap persoonlijk aanwezig te zijn.
Ambities en verwachtingen
De minister benadrukte dat het kabinet hoopt te voorkomen dat aanwijzingen nodig zijn en dat het uitgangspunt blijft dat gemeenten zelf werken aan naleving van de Spreidingswet en het realiseren van opvang. In zijn woorden:
"We gaan alles op alles zetten om in deze gespreksronde te komen tot betere afspraken"en hij signaleerde dat overleg al leidt tot verbeteringen en ontwikkelingen in de asielopvang.
In de Kamer konden sommige opmerkingen op verbittering rekenen. SGP-Kamerlid Diederik van Dijk stelde vorige week dat gemeenten die door het kabinet worden opgeroepen "aan de schandpaal zijn genageld"; die constatering leverde onder meer een zucht van erkende ontevredenheid op bij de minister zelf.
Gevolgen voor lokaal bestuur
- Gemeenten die onder actief toezicht staan krijgen extra druk om concrete opvangplaatsen te realiseren en afspraken te maken met het Rijk.
- Een indeplaatsstelling betekent dat lokale autonomie deels wordt voorbijgestreefd: het kabinet kan locaties aanwijzen tegen de wil van het gemeentebestuur in.
- De toezegging voor persoonlijk contact moet de communicatie verbeteren en mogelijk weerstand verminderen, maar is afhankelijk van middelen en beschikbare tijd van het ministerie.
De toezegging van Van den Brink is bedoeld om de verstoorde relatie tussen sommige gemeenten en het kabinet te herstellen en om de complexiteit van de landelijke opvangopgave beter bespreekbaar te maken. Of die persoonlijke gesprekken daadwerkelijk escalerende procedures voorkomen, zal blijken uit de komende gesprekken en de mate waarin gemeenten bereid zijn extra opvanglocaties beschikbaar te stellen binnen de voorwaarden van de Spreidingswet.
De situatie blijft gespannen: het kabinet wil spreiding van asielzoekers over het land bevorderen en tegelijkertijd voorkomen dat de druk volledig op enkele regio's komt te liggen. De toezegging van de minister is een stap in de richting van directe politiek-bestuurlijke dialoog, maar confronteert ook met praktische grenzen in capaciteit en tijd.