Een gereserveerd bedrag van €8,1 miljoen voor politieke partijen actief in provincies en waterschappen ligt al geruime tijd onbenut bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, omdat het noodzakelijke wetsvoorstel nog niet is aangenomen. Daardoor kan een groot deel van de middelen niet worden uitgekeerd, terwijl lokale politieke partijen al jaren pleiten voor een gelijk speelveld met nationale partijen.
Wachtkamer: wet moet nog door de Kamer
De middelen zijn bestemd om via de Wet op de politieke partijen (Wpp) financiële steun beschikbaar te stellen aan partijen die actief zijn in provinciale staten en waterschappen. Zonder aanneming van die wet ontbreekt de wettelijke grondslag om de bedragen daadwerkelijk over te dragen. Daardoor blijft het geld op de begroting staan, onverdeeld en onbenut.
In de begroting van Binnenlandse Zaken staat al langere tijd het totaalbedrag van €8,1 miljoen gereserveerd. Een deel daarvan is inmiddels via een alternatief pad naar lokale partijen gegaan, maar de grootste vraag is of en wanneer ook de resterende middelen hun weg naar provincies en waterschappen vinden.
Deeluitkering via gemeentefonds, rest onzeker
Een deel van het totaalbedrag, namelijk €5,4 miljoen, kon dit jaar alsnog worden ingezet voor lokale partijen door gebruik te maken van het gemeentefonds. Met dank aan een lobby van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is daarmee een deel van de beoogde steun toch uitgekeerd. De bedragen per raadszetel lopen in die regeling uiteen: kleinere gemeenten ontvangen €488 per zetel, oplopend tot €1.195 per zetel voor de grootste gemeenten.
Voor het resterende bedrag van ongeveer €3 miljoen is nog geen werkbare uitkeringsconstructie gevonden. Die ruimte is bedoeld voor partijen die actief zijn in de provincies en waterschappen.
- Totale gereserveerde post: €8,1 miljoen
- Reeds via gemeentefonds uitgekeerd: €5,4 miljoen
- Restant voor provincies en waterschappen: ≈ €3 miljoen
Verkenningen en mogelijke routes
Het ministerie van Binnenlandse Zaken onderzoekt hoe de resterende middelen in 2027 kunnen worden uitgekeerd. Voor provinciale partijen wordt overwogen om de uitkering als decentrale uitkering via het provinciefonds te laten lopen, vergelijkbaar met de aanpak die dit jaar voor gemeenten leidde tot verdeling via het gemeentefonds.
Waterschappen vormen een complicatie omdat zij een gesloten boekhouding hanteren en geen direct vergelijkbaar fonds hebben waarop eenzelfde methode kan worden toegepast. Naar verluidt voert Binnenlandse Zaken daarom gesprekken met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om te bezien of via dat departement een passende constructie kan worden gevonden voor 2027.
| Bestemming | Bedrag |
|---|---|
| Gemeenten (via gemeentefonds) | €5,4 miljoen |
| Provincies en waterschappen (nog ongelegd) | ≈ €3,0 miljoen |
| Totaal gereserveerd | €8,1 miljoen |
Gevolgen en politieke afwegingen
Het uitblijven van een structurele regeling raakt twee beleidslijnen tegelijk: de wens om een gelijk speelveld voor politieke partijen te creëren en de zorgvuldigheid rond begrotingsuitgaven en wettelijke verankering. Totdat de Wpp wordt aangenomen, ontbreekt de juridische basis om de beloofde steun permanent te regelen. Daarmee staan provinciale en waterschapsfracties voor een onzekere periode, terwijl zij wel bijdragen aan lokaal en regionaal bestuur.
Daarnaast roept de praktische uitvoering vragen op. De gemeentelijke route bleek dit jaar bruikbaar, maar is niet automatisch repareerbaar voor provincies. De gesloten boekhouding van waterschappen vereist maatwerk. De voorgestelde samenwerking met IenW voor 2027 geeft aan dat ministeries pragmatisch zoeken naar oplossingen binnen de bestaande departementale kaders, maar het is onzeker of die ad hoc-oplossingen dezelfde rechtszekerheid en administratieve eenvoud bieden als een wetelijke regeling.
Voor politieke partijen in de provincies zou de beoogde subsidie neerkomen op een bedrag van €1.137 per zetel — een specificatie die deel uitmaakt van de verkenningen maar waarvan de daadwerkelijke uitbetaling afhangt van de nog te kiezen uitvoeringsroute.
Het vraagstuk vraagt snel politieke en bestuurlijke duidelijkheid: zonder aanneming van de Wet op de politieke partijen blijft een deel van het rijksgeld onbenut en zitten regionale partijen in onzekerheid over financiering en bedrijfsvoering.