Meer dan de helft van de Amerikaanse kiezers zegt er financieel op achteruit te zijn gegaan sinds Donald Trump in januari 2025 aan zijn tweede ambtstermijn begon. Uit een nieuwe landelijke peiling van Focaldata voor de Financial Times blijkt dat 53 procent van de geregistreerde kiezers deze achteruitgang ervaart. Onder onafhankelijke kiezers stijgt dat aandeel naar bijna 57 procent, en opvallend genoeg meldt bijna een kwart van de zelfverklaarde Republikeinen dat zij er slechter voor staan.
Economische beoordeling kantelt in voordeel Democraten
De cijfers weerspiegelen een bredere verschuiving: dossiers die traditioneel als een Republikeins sterk punt gelden — inflatie, kosten van levensonderhoud, werkgelegenheid en de algemene economie — worden door kiezers nu vaker toegekend aan de Democraten. Bij de generieke stembusvraag voor het Huis van Afgevaardigden staat de Democratische partij volgens de peiling op 44 procent, tegen 39 procent voor de Republikeinen.
"Twee op de drie ondervraagden zeggen dat de economie de verkeerde kant op gaat."
De achteruitgang in het vertrouwen komt mede door twee politieke keuzes van het Trump-bewind die in de peiling worden aangewezen als bijdragen aan hogere prijzen: de militaire confrontatie met Iran en een tarievenbeleid dat brandstof-, consumentenprijzen en rentelasten heeft opgedreven. Hoewel de inflatie in juli licht terugliep doordat brandstof goedkoper werd, bedroeg de inflatie nog 3,4 procent — hoger dan toen Joe Biden het Witte Huis in januari 2025 verliet.
Peilingdetails en betekenis voor de midterms
De Focaldata-peiling werd online uitgevoerd tussen 7 en 10 augustus 2026 onder 1.913 geregistreerde kiezers. De foutmarge is circa 2,9 procentpunt. De timing is politiek gevoelig: de Amerikaanse tussentijdse verkiezingen (midterms) vinden over minder dan drie maanden plaats, en economische thema’s vormen traditioneel een bepalende factor voor het kiesgedrag.
- 53% van de geregistreerde kiezers zegt er financieel op achteruit te zijn gegaan sinds januari 2025.
- Bij onafhankelijken loopt dit op tot bijna 57%.
- Bij de partijkeuze voor het Huis van Afgevaardigden leiden de Democraten 44–39.
De peiling toont dat inflatie en koopkracht consequent als de belangrijkste problemen van het land worden genoemd. Dat kiezers nu vaker zeggen dat de Democraten deze kwesties beter kunnen aanpakken, is opvallend: het doorbreekt een lange periode waarin de Republikeinen op economische dossiers als onverslaanbaar werden gezien.
Gevolgen en onzekerheden
Voor het Witte Huis betekent de verschuiving dat economische communicatie en beleidsreacties centraal moeten staan in de aanloop naar de verkiezingen. Als kiezers de perceptie behouden dat hun koopkracht verslechtert, kan dat bij een aanzienlijke groep onafhankelijken en gematigde kiezers tot overstap naar de Democraten leiden. Voor de oppositie biedt dit kansen om te scoren op dossiers waar zij eerder achterstonden.
Toch blijven er onzekerheden. Peilingen zijn momentopnames en kunnen sterk reageren op nieuwe gebeurtenissen, zowel economisch als geopolitiek. Factoren als verdere prijsontwikkelingen, renteaanpassingen, en de afloop van internationale spanningen — met name rondom Iran — kunnen het politieke speelveld in korte tijd veranderen.
| Kengetal | Waarde |
|---|---|
| Aandeel kiezers die zich armer voelen | 53% |
| Aandeel onafhankelijken dat zich armer voelt | ~57% |
| Democraten in generieke Huisvraag | 44% |
| Republikeinen in generieke Huisvraag | 39% |
| Peilingomvang | 1.913 respondenten |
| Foutmarge | ±2,9 procentpunt |
Voor Nederlandse politici en waarnemers is de relevantie duidelijk: veranderingen in het Amerikaanse economische sentiment hebben door de grote schaal van de Amerikaanse economie en de rol van de dollar ook politieke en economische gevolgen in Europa. Voor Trump persoonlijk is het rapportcijfer kwetsbaar geworden op een terrein dat lang als zijn sterkste argument gold: de economie. Of die kwetsbaarheid daadwerkelijk uitmondt in electorale verliezen hangt af van hoe snel en effectief het Witte Huis antwoordt op de directe bezorgdheden van kiezers over prijzen en koopkracht.
Bron: Focaldata voor de Financial Times.