Een analyse van 37 melkveebedrijven wijst uit dat geen enkel bedrijf binnen die groep momenteel voldoet aan alle drie de door het kabinet voorgestelde normen uit de stikstofbrief van 26 juni 2026. Dat blijkt uit cijfers van Netwerk Praktijkbedrijven, die onderzoek doen naar maatregelen tegen emissies en kringloopverbetering.
Resultaten per norm
De toetsing richtte zich op drie onderdelen: ammoniak, klimaat (uitgedrukt in CO₂-equivalenten) en grondgebondenheid (maximaal aantal levensgrote eenheden per hectare). De uitkomst per onderdeel verschilt sterk:
- Voor ammoniak geldt een grens van 0,164 kilo NH₃ per fosfaatrecht uit stal en mestopslag; ongeveer één op de vijf deelnemende bedrijven zit op of onder die waarde. De scores variëren van 0,133 tot 0,310 kilo NH₃ per fosfaatrecht.
- De klimaatnorm is vastgesteld op 92 kilo CO₂-equivalent per fosfaatrecht. Slechts drie van de 37 bedrijven behalen deze grens; hun waarden liggen tussen 73 en 121 kilo. Deze drie maken gebruik van een methaanremmend voeradditief.
- Voor grondgebondenheid—een limiet van 2,6 GVE per hectare—voldoet ongeveer driekwart van de bedrijven aan de norm. Een minderheid zit duidelijk boven die grens en moet mogelijk de bedrijfsvoering aanpassen.
| Norm | Grens | Aantal bedrijven die norm halen (van 37) |
|---|---|---|
| Ammoniak (NH₃) | 0,164 kg per fosfaatrecht | ~7 à 8 |
| Klimaat (CO₂-eq) | 92 kg per fosfaatrecht | 3 |
| Grondgebondenheid (GVE/ha) | 2,6 GVE/ha | ~28 |
Interpretatie en beperkingen van de cijfers
Netwerk Praktijkbedrijven benadrukt dat de onderzochte bedrijven juist tot de meer vooruitstrevende melkveehouders behoren en sinds 2021 intensief werken aan het terugdringen van ammoniak- en methaanemissies. Maatregelen bestaan uit aanpassingen in rantsoen, diermanagement, stallen, mestopslag en bemesting. Desondanks laat de analyse zien dat het lastig is om alle doelen tegelijkertijd te realiseren.
“Juist daarom blijft praktijkonderzoek belangrijk”, zegt projectleider Tjeerd Hoekstra.
De gebruikte dataset is gebaseerd op KringloopWijzercijfers van 2025. Daarbij merkt het netwerk op dat niet alle emissiereducerende maatregelen die boeren in de praktijk toepassen zijn meegenomen in de berekeningen. Dat betekent dat sommige maatregelen mogelijk effectiever zijn dan uit deze cijfers blijkt, maar het vermindert niet de kernconclusie dat gecombineerde naleving nu zeldzaam is.
Gevolgen voor beleid en uitvoering
De constatering dat geen enkel bedrijf aan alle normen voldoet, raakt direct aan de politieke discussie over de haalbaarheid van het stikstofpakket. Het kabinet heeft met de brief van 26 juni 2026 concrete technische standaarden gepresenteerd die onderdeel zijn van bredere natuur- en emissiereductiedoelstellingen. Als ook de meest proactieve bedrijven moeite hebben, stelt dat vragen over de snelheid waarmee maatregelen kunnen worden opgeschaald en over de beschikbaarheid van beproefde technieken.
Belangrijke aandachtspunten voor beleidsmakers zijn onder meer:
- De noodzaak om effectieve maatregelen verder te onderbouwen en beter toepasbaar te maken binnen de beoordelingssystemen voor boeren.
- De rol van innovatieve middelen, zoals het vermelde methaanremmend voeradditief, bij het halen van klimaatdoelen.
- De praktische en financiële haalbaarheid voor bedrijven die nu al kampen met bedrijfsspecifieke beperkingen.
De uitkomst van Netwerk Praktijkbedrijven zal vermoedelijk onderdeel zijn van het politieke debat over hoe streng en snel de normen moeten worden ingevoerd, welke uitzonderingen of overgangsregelingen nodig zijn en welke middelen nodig zijn om boeren te ondersteunen bij transities. Voorlopig is duidelijk dat de combinatie van eisen een stevige opgave vormt voor de Nederlandse melkveehouderij.