Het ministerie van Onderwijs en Training heeft een conceptcirculaire voorgelegd die de regels voor toelating tot het voortgezet onderwijs wijzigt. Een van de belangrijkste wijzigingen is dat het toelatingsexamen voor openbare middelbare scholen voortaan uit slechts twee vakken zou bestaan: wiskunde en literatuur. Daarmee vervalt de huidige verplichting tot een derde examenvak, die volgens de geldende circulaire 30/2024/TT-BGDĐT nog bestond.
Wat verandert er concreet?
Onder de voorgestelde regeling bepaalt artikel 15 van het ontwerp dat toelating tot het openbaar voortgezet onderwijs wordt vastgesteld op basis van toetsen in de twee genoemde kernvakken. Voor scholen die toelatingstestjes of aanlegstoetsen organiseren, blijven vergelijkbare vakken gelden: wiskunde en Vietnamees.
| Huidige regeling | Voorgestelde regeling |
|---|---|
| Toelatingsexamen in drie vakken (wiskunde, literatuur en een derde vak door het ministerie gekozen) | Toelatingsexamen in twee vakken (wiskunde en literatuur); derde vak vervalt |
Argumenten voor en tegen
Voorstanders van de maatregel wijzen op twee directe voordelen: een vermindering van stress bij kandidaten en lagere kosten voor zowel gezinnen als overheid. Vanuit bergachtige en afgelegen regio's, waar middelen en organisatorische capaciteit beperkt zijn, klinkt de oproep voor versobering sterker. Een schooldirecteur uit de provincie Thanh Hoa stelde dat een derde examenvak niet alleen extra druk veroorzaakt, maar ook staats- en lokale middelen onnodig belast.
"Het organiseren van examens in drie vakken is niet alleen een verspilling van staats- en lokale middelen, maar legt ook extra druk op de kandidaten," aldus de heer Son.
Tegenstanders en andere deskundigen waarschuwen echter voor mogelijke neveneffecten. Een van de zorgen is dat leerlingen, wanneer slechts twee vakken doorslaggevend zijn, geneigd kunnen zijn zich te richten op één favoriet vak of op die vakken waarin ze al sterk zijn. Daardoor zouden brede algemene vaardigheden, keuzevrijheid in vervolgprofielen en passende differentiatie bij plaatsing in gevaar kunnen komen.
- Vermindering van toetsbelasting en kosten: argument voor vereenvoudiging.
- Risico op eenzijdige focus van leerlingen en mogelijke afname van brede basiscompetenties.
- Onzekerheid over de rol van lokale en speciale toelatingsprocedures bij scholen met aanlegtoetsen.
Gevolgen voor kansengelijkheid en examinering
De voorgestelde wijziging heeft relevante implicaties voor kansengelijkheid. In theorie kan minder toetsen de druk op kwetsbare gezinnen verlichten en mogelijk deelname aan examens vergroten. Tegelijkertijd bestaat het risico dat leerlingen met specifieke talenten of uit gebieden met minder breed onderwijsaanbod onevenredig worden benadeeld wanneer breedte van kennis minder wordt getoetst.
Daarnaast rijst de vraag hoe de onderwijsinspectie en scholen de plaatsing en selectie gaan vormgeven als zij niet langer over een derde toets beschikken. Wordt meer gewicht gegeven aan cijfers uit het basisonderwijs of worden aanvullende toelatingscriteria ontwikkeld? Het ontwerp bevat hierover nog weinig concrete uitwerking, waardoor betrokkenen hun zorgen uitten in de consultatieronde.
Volgende stappen
Het ministerie vraagt om feedback op de conceptcirculaire. Als het ontwerp wordt goedgekeurd en definitief wordt vastgelegd, zal het een duidelijke breuk betekenen met de huidige regeling zoals neergelegd in circulaire 30/2024/TT-BGDĐT. De uiteindelijke beslissing zal bepalend zijn voor de manier waarop leerlingen toegang krijgen tot het voortgezet onderwijs en voor de organisatie van examens op lokaal en nationaal niveau.
Voor beleidsmakers blijft het zoeken naar een balans tussen het verminderen van druk op scholieren en het waarborgen van brede, eerlijke selectiecriteria. De consultatieronde biedt scholen, experts en maatschappelijke organisaties de mogelijkheid hun standpunten in te brengen voordat het voorstel definitief wordt.