Tijdens een bezoek van de Vietnamese president en partijleider is op 13 augustus in Auckland het Vietnam–Nieuw-Zeeland Forum voor Hoger Onderwijs en Beroepsopleiding 2026 gehouden, met als centrale boodschap dat beide landen gezamenlijk moeten werken aan de ontwikkeling van hoogwaardige menselijke hulpbronnen voor de snelle transities in economie en technologie.
Hoofdpunten van het forum
Het forum vond plaats aan de Auckland University of Technology en werd bijgewoond door delegaties uit beide landen. Namens Vietnam sprak secretaris-generaal en president To Lam. Aan Nieuw-Zeelandse kant trad minister Penny Simmonds op, verantwoordelijk voor Hoger Onderwijs, Wetenschap, Innovatie en Technologie.
Volgens berichtgeving van VNA en VietnamPlus is tijdens het forum een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van onderwijs ondertekend. De partijen benadrukten dat onderwijs de basis vormt van de bilaterale betrekkingen en dat gerichte samenwerking moet bijdragen aan duurzame en inclusieve ontwikkeling.
Doelen en aandachtspunten
De gezamenlijke ambities richten zich op het versterken van vaardigheden en kennis die nodig zijn voor structurele veranderingen in de economie. Concreet noemen de deelnemers de volgende aandachtsgebieden:
- Digitale economie — versterken van digitale vaardigheden en versnellen van digitale transformatie in onderwijs en beroepsopleidingen.
- Groene economie — opleiden van personeel dat kan bijdragen aan verduurzaming en energietransitie.
- Circulaire economie — ontwikkeling van kennis en beroepspraktijken gericht op herstel en hergebruik van grondstoffen.
- Kenniseconomie — stimuleren van onderzoek, innovatie en vaardigheden voor een kennisegedreven arbeidsmarkt.
Minister Simmonds gaf volgens de berichtgeving haar waardering voor de langdurige samenwerking tussen beide landen en noemde onderwijspartnerschappen cruciaal voor het opbouwen van een veerkrachtige basis voor de toekomst.
Waarom dit relevant is
De overeenkomst en het forum zijn geen louter symbolische gebeurtenis. Ze weerspiegelen twee belangrijke trends in internationaal onderwijsbeleid:
- Een verschuiving naar praktijkgerichte, arbeidsmarktgerichte samenwerking tussen universiteiten en beroepsopleidingen, afgestemd op concrete economische transities.
- Een groeiende aandacht voor het combineren van technologische bekwaamheid met duurzaamheidsdoelen, zodat opgeleide krachten direct inzetbaar zijn in sectoren die transformaties doormaken.
Voor Vietnam betekent dit dat internationale partnerschappen ruimte bieden om snel capaciteit op te bouwen in sectoren waar de landelijke economie snel evolueert. Voor Nieuw-Zeeland biedt het kansen om kennisuitwisseling en studentmobiliteit te versterken binnen een strategisch partnerschap.
| Focusgebied | Geïdentificeerde doelstelling |
|---|---|
| Digitale economie | Versnellen van digitale transformatie en digitale vaardigheden in onderwijs |
| Groene en circulaire economie | Opleiden van personeel voor verduurzaming en circulair ondernemerschap |
| Kenniseconomie | Bevorderen van onderzoek, innovatie en adaptieve vaardigheden |
Gevolgen voor onderwijs en kansengelijkheid
Hoewel de verklaring geen concrete financiële afspraken of exacte programma’s noemt, bevat de nadruk op “duurzaam, inclusief en veerkrachtig” onderwijs indirect een relevant thema voor kansengelijkheid: samenwerking moet volgens de deelnemers leiden tot praktische en effectieve activiteiten die breed toegankelijk zijn. Dat kan positief uitpakken voor studenten en werkzoekenden die nu nog minder aansluiting vinden bij snel veranderende arbeidsmarkten.
Voor Nederlandse onderwijsprofessionals en beleidsmakers biedt het initiatief een referentiepunt: samenwerking tussen landen en instellingen kan helpen bij het vormgeven van curricula en bijscholing die aansluiten op wereldwijde transities. Tegelijk blijft de vraag welke concrete stappen, financiering en randvoorwaarden nodig zijn om inclusiviteit daadwerkelijk te borgen.
Het forum onderstreept dat onderwijs, beleid en arbeidsmarkt meer dan ooit met elkaar verbonden zijn. Het vervolg van deze samenwerking zal bepalen of de aangekondigde doelen ook leiden tot meetbare verbetering van vaardigheden en kansen in beide landen.