In de Zeeuwse ringrijwereld roept de naam Sebastiaan Sturm meteen beelden op van precisie, rust en regelmaat op de rug van een paard. De ruiter, inmiddels woonachtig in Ovezande, veroverde tussen 2007 en 2018 niet minder dan zeven keer de Zeeuwse titel en is daarmee een van de meest succesvolle ruiters uit de provincie. Toch spreekt Sturm terughoudend over zijn status als buitengewoon kampioen.
Van Gapinge naar Ovezande: een leven met ringen
Sturm groeide op in Gapinge, een dorp dat in de ringrijcultuur een bijzondere plek inneemt. Daar zette hij zijn eerste onzekere passen in het spel met ringen en pvc-pijpjes, en daar ontwikkelde zich wat later de ruiter die op het Molenwater in Middelburg zo vaak als favoriet aan de start verscheen. Tegenwoordig woont hij met zijn vrouw en kinderen in Ovezande, waar hij achter het huis paarden houdt en een eigen oefenbaan heeft aangelegd.
Routine, maar geen automatisme
Sturm legt uit dat hij niet het hele jaar door intensief traint. Zodra het voorjaar begint en het uur vooruitgaat, keert de zin in trainen terug: een paar weken intensief op zijn oefenbaan, gevolgd door regelmatigheid zodra de competitie start. In wedstrijdperiodes zit hij wekelijks op zijn paard, en extra uren scheppen volgens hem niet altijd het verschil.
"Tuurlijk is het een lichamelijke sport, maar 70 tot 80 procent zit tussen je oren"
Die opmerking onderstreept hoezeer het mentale aspect volgens Sturm de uitslag kan bepalen. Oude titels en ervaring wegen, maar op de dag zelf beginnen alle rijders weer op nul. Een goed paard en de vorm van de dag zijn cruciaal; de rust bewaren en focus houden beslissen vaak de strijd.
Waar het om draait
Het ringrijden op provinciaal niveau is een samenspel van vaardigheid, materiaal en concentratie. Voor Sturm zijn de belangrijkste elementen:
- Paard: de correcte afstemming tussen ruiter en dier;
- Voorbereiding: trainen in de maanden voor het seizoen;
- Mentaliteit: kalmte en focus op wedstrijddag.
Hij noemt zelf het mentale spel het grootste verschilmaker: wie zich laat afleiden of krampachtig wordt, verliest terrein. Dat maakt het ringrijden spannend voor toeschouwers en zwaar voor deelnemers.
Een Zeeuwse traditie met lokaal karakter
Het Zeeuws kampioenschap en het prestigieuze Beeldje van Beatrix op het Molenwater trekken elk jaar ruiters uit de hele provincie. Voor veel dorpen zijn de jaarlijkse ringrijfeesten een bindpunt; ze verbinden generaties en brengen lokale trots naar voren. Voor Sturm vormde Gapinge die voedingsbodem: als kind al met een pvc-buis in de tuin trainen, later op de paard, en uiteindelijk jaren lang de te kloppen man op de wedstrijddag.
Toch niet het einde
Hoewel zijn topjaren feitelijk achter hem liggen, zegt Sturm dat hij nog niet klaar is. Hij relativiseert de plaats die hij inneemt in de geschiedenis van het Zeeuwse ringrijden, maar laat ook doorschemeren dat de ambitie, en het geloof in eigen kunnen, aanwezig blijven. Dat reikt verder dan titels alleen: het gaat om beheersing van het vak en de uitdaging om zich telkens opnieuw te meten met tegenstanders en omstandigheden.
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Aantal Zeeuwse titels | 7 (tussen 2007 en 2018) |
| Woonplaats | Ovezande |
| Oorsprong | Gapinge |
| Belangrijk wedstrijdterrein | Molenwater, Middelburg |
Voor veel jonge ruiters in Zeeland blijft Sturm een voorbeeld: niet alleen vanwege de resultaten, maar ook door de manier waarop hij zijn sport benadert. Het is een sport die weinig ogen krijgt buiten de provincie, maar die binnen Zeeland sterke tradities kent en plaatselijke helden voortbrengt.
Of Sturm nogmaals naar de top streeft, hangt van meerdere factoren af: gezondheid van de paarden, gezinssituatie, en het altijd aanwezige mentale spel. Voor nu blijft hij trainen waar het begon, dichtbij huis, met het besef dat op de dag zelf alles weer op nul begint.