OM eist straf tegen twee invalkrachten
Het Openbaar Ministerie heeft maandag vijf jaar gevangenisstraf geëist tegen twee invalkrachten die volgens de officier hebben gehandeld bij het misbruiken van twee minderjarige meisjes in de Alphense vestiging van jeugdzorginstelling iHUB. De verdachten zijn een 29-jarige man, aangeduid als Bilal H., en een 21-jarige man, aangeduid als Abdelouahab O. De strafzaak werd behandeld bij de rechtbank in Den Haag.
Beschuldigingen en houding tijdens zitting
Bilal H. zou een meisje van 15 jaar hebben misbruikt. Tijdens de zitting bekende hij het delict en sprak hij volgens de rechtbank woorden van spijt en schaamte uit. Abdelouahab O. wordt ervan verdacht een meisje van 14 jaar te hebben verkracht. Hij ontkent de feiten en maakte gebruik van zijn zwijgrecht door vragen van de rechter niet te beantwoorden.
Aanleiding en werkomstandigheden
Beide mannen werkten via een uitzendbureau als invalkrachten bij iHUB; voor O. zou het de allereerste dienst zijn geweest, H. draaide zijn tweede nachtdienst. Hun taak bestond uit het nachtelijk toezien op meisjes die bij iHUB verbleven omdat zij slachtoffer waren of dreigden te worden van mensenhandel of uitbuiting.
- De meisjes verbleven in de instelling vanwege kwetsbaarheid voor uitbuiting en mensenhandel.
- Op de betreffende avond hielden de invalkrachten een ontsnappingspoging van de meisjes tegen.
- Voorafgaand aan het vermeende misbruik deelde een verdachte een joint met de meisjes, waarna één van hen moest overgeven.
"De verdachten hebben deze meisjes het laatste stukje vertrouwen in de medemens ontnomen en dat terwijl deze meisjes nog zo ontzettend jong zijn,"
Dergelijke woorden kwamen van de officier van justitie, die de handelwijze van de verdachten als berekenend omschreef en benadrukte dat de meisjes eerst 'stoned' zouden zijn gemaakt.
Vertragingen bij melding en forensisch onderzoek
De zorginstelling meldde signalen van grensoverschrijdend gedrag aan het uitzendbureau Zorgwerk op 7 november, over incidenten van anderhalve dag eerder. Pas op 10 november stapte de instelling naar de politie. Deze vertraging maakte forensisch onderzoek ingewikkelder, onder meer voor DNA-onderzoek. Aanvankelijk weigerde het 14-jarige meisje meteen te vertellen over het misbruik uit angst voor mogelijke consequenties, zoals verlenging van een gesloten plaatsing. Uiteindelijk werd er DNA aangetroffen in het ondergoed van één van de slachtoffers.
| Kenmerk | Details |
|---|---|
| Leeftijd slachtoffers | 14 en 15 jaar |
| Verdachten | 29-jarige Bilal H.; 21-jarige Abdelouahab O. |
| Melding aan uitzendbureau | 7 november |
| Melding politie | 10 november |
| Uitspraak rechtbank | 26 augustus |
Gevolgen voor iHUB en lopende zaken
Als directe maatregel heeft iHUB besloten in de nachtdiensten alleen nog met vrouwelijke begeleiders te werken. De instelling heeft eerder al te maken gehad met kritiek op de zorgverlening: in 2025 werd een cliëntenstop ingevoerd vanwege tekortkomingen en later weer opgeheven.
Niet alleen de twee mannen die nu terechtstaan worden verdacht. Volgens het Openbaar Ministerie is er ook een derde invalkracht die wordt verdacht van verkrachting van een bewoonster van iHUB in juli 2025. Die derde verdachte zit niet vast; voor hem is nog geen datum gepland voor de inhoudelijke behandeling.
Lokale impact en vervolg
De zaak brengt meerdere vragen terug naar de lokale praktijk van jeugdzorg: hoe snel en zorgvuldig worden incidenten gemeld, in hoeverre zijn achtergrondcontroles en begeleiding van uitzendkrachten toereikend, en wat betekent deze behandeling voor het vertrouwen van kwetsbare jongeren in de hulpverlening? De uitspraak in deze zaak staat gepland op 26 augustus. Tot die tijd blijft de rechtsgang het kader waarbinnen feiten en bewijzen worden gewogen.
Voor de families en betrokken cliënten van iHUB blijft het incident een ingrijpende gebeurtenis. De strafzaak en de maatregelen van de instelling zullen mogelijk leiden tot verdere discussie in de regio over toezicht, personeel en veiligheid binnen gesloten en semi-gesloten jeugdzorgvoorzieningen.