Een rechtbank heeft de 24-jarige Tyrone H. uit Den Haag veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf voor het doodrijden van de 18-jarige Nabil uit De Lier, voor poging tot doodslag op diens beste vriend en voor mishandeling van een vrouw. De feiten speelden zich af in de vroege ochtend van 2 maart vorig jaar, nadat Nabil een groep vrienden thuis had gebracht na een avond uit in Rotterdam.
Reconstructie van de gebeurtenissen
Volgens de zitting waren er voorafgaand aan het incident spanningen ontstaan nadat een meisje in de auto van Nabil via Snapchat ruzie kreeg met iemand uit Den Haag. Een groep uit Den Haag vertrok vervolgens in de auto van Tyrone H. op zoek naar de auto van Nabil. De voertuigen troffen elkaar in Maassluis, waar een confrontatie ontstond.
- De auto van H. reed met een geopend portier tegen een vrouw aan, wat de rechtbank kwalificeerde als mishandeling.
- Daarna reed H. tot twee keer toe over de 18-jarige Nabil heen; de eerste keer tijdens een beweging naar een muur en vervolgens door achterwaarts te rijden over het slachtoffer.
- De beste vriend van Nabil kon tijdig wegduiken en bleef ongedeerd; Nabil overleed ter plaatse.
Motivering van de rechtbank
De rechtbank concludeerde dat H. bewust risico's heeft aanvaard door in die situatie de auto de stoep op te sturen richting een blinde muur, terwijl Nabil en zijn vriend op dat moment voorbijrenden. Omdat H. niet rechtsaf naar een andere straat had gestuurd — maar naar links, de stoep op — achtte de rechtbank het handelen zodanig dat sprake is van voorwaardelijke opzet op de dood van het slachtoffer. De tweede maal dat H. over Nabil reed, door achteruit te rijden, vond de rechtbank eveneens als het aanvaarden van het risico op zwaar lichamelijk letsel en dus opnieuw als voorwaardelijke opzet.
"Hij heeft de kans op de dood van het slachtoffer aanvaard en dat maakt dat er sprake is van voorwaardelijke opzet."
De rechtbank oordeelde daarnaast dat er geen sprake was van volledige opzet, waardoor de opgelegde straf een jaar lager uitviel dan de eis van het Openbaar Ministerie. Het OM had vorige maand 10 jaar gevangenisstraf geëist.
De verdediging voerde aan dat H. in paniek zou zijn geraakt omdat er met ijzeren stokken op zijn auto werd geslagen. De rechtbank geloofde dat beeld niet. Er is volgens de uitspraak mogelijk één keer met een paraplu op het voertuig geslagen, maar dat zou onvoldoende zijn geweest om het handelen van H. te rechtvaardigen.
| Tenlastelegging | Uitspraak |
|---|---|
| Dood door voertuig (18-jarige Nabil) | Veroordeling; voorwaardelijke opzet; 9 jaar gevangenisstraf |
| Poging tot doodslag (beste vriend van het slachtoffer) | Veroordeling |
| Mishandeling (vrouw aangereden met geopend portier) | Veroordeling |
Juridische en maatschappelijke context
De uitspraak geeft helderheid over de afweging tussen opzet en noodweer of panieksituatie in situaties rond confrontaties op straat. De rechtbank weegt in dergelijke zaken niet alleen de directe gedragingen — het inrijden op personen, het meerdere malen over een slachtoffer heenrijden — maar ook de motieven en alternatieve handelingsmogelijkheden die de verdachte had. In deze zaak leidde dat tot de kwalificatie van handelen als voorwaardelijke opzet: de verdachte heeft het aanvaarden van een redelijkerwijs voorzienbaar risico op de dood of zwaar letsel aanvaard.
Voor nabestaanden en betrokkenen betekent de veroordeling een formele rechtsoverweging met een concrete straf. De straf ligt lager dan de eis van het Openbaar Ministerie omdat de rechtbank volledige opzet niet aannam. Verdere juridische stappen, zoals hoger beroep, zijn uit de bron niet vermeld.
De zaak onderstreept de ernst van geweldsincidenten waarbij voertuigen als wapen worden gebruikt en de manier waarop strafrechters omgaan met intentievragen in zulke dossiers.