De man die ervan verdacht wordt verantwoordelijk te zijn voor de explosie bij het D66-partijkantoor in Den Haag zei donderdag in de rechtbank dat zijn handelen een protestactie was tegen onder meer het asielbeleid. Volgens de verdachte wilde hij met zijn actie aandacht vragen voor wat hij noemde de "afbraak van Nederland".
Verdachte schetst motief
De verdachte verklaarde dat hij op 7 mei naar de Lange Houtstraat is gegaan om schade aan het pand van D66 toe te brengen. Het kantoor raakte die avond beschadigd; volgens het Openbaar Ministerie waren op dat moment ongeveer dertig mensen binnen aanwezig, voornamelijk leden van de jongerenafdeling van de partij. De verdachte zegt niet te hebben geweten dat er mensen aanwezig waren en benadrukte dat hij nooit de bedoeling had mensen in gevaar te brengen.
"Het is nooit mijn intentie geweest om mensen in gevaar te brengen. Als dit wel mijn intentie was geweest, was ik op een ambtenarentijd gekomen."
Openbaar Ministerie ziet mogelijk terroristisch oogmerk
Het Openbaar Ministerie (OM) verdenkt de man van handelen met een terroristisch oogmerk. De officier van justitie stelde in de zittingszaal dat de verdachte een politieke boodschap had en daarmee andersdenkenden wilde monddood maken. Het OM onderbouwt die kwalificatie met het veronderstelde motief en de politieke lading van het beoogde doelwit.
De zaak krijgt een bijzondere procedurele wending: de verdachte wordt binnenkort opgenomen voor observatie in het Pieter Baan Centrum, het forensisch psychiatrisch onderzoekscentrum dat in strafzaken wordt ingezet om de psychische toestand van verdachten te beoordelen.
Praktische gevolgen en vervolgstappen
De voorgeleiding in Den Haag betrof vooral het vaststellen van de intenties en de omstandigheden van de daad; de observatie in het Pieter Baan Centrum moet duidelijkheid geven over de geestelijke gesteldheid van de verdachte en over de vraag of sprake is van verminderd toerekeningsvatbaarheid of gevaar voor de samenleving. Op basis van het onderzoeksrapport kan het OM vervolgstappen bepalen, zoals het handhaven van de terroristische kwalificatie of het aanpassen van de tenlastelegging.
- Datum incident: 7 mei (jaar niet nader gespecificeerd in de zittingstekst).
- Locatie: Partijkantoor D66, Lange Houtstraat, Den Haag.
- Aantal aanwezigen: circa 30 personen volgens het OM.
- Procedurele stap: Observatie in het Pieter Baan Centrum.
Zodra het Pieter Baan Centrum zijn bevindingen rapporteert, zal dat belangrijke invloed hebben op de verdere strafrechtelijke behandeling. Beschuldigingen van een terroristisch oogmerk beïnvloeden niet alleen de strafrechtelijke kwalificatie maar ook de veiligheidsmaatregelen en de publieke discussie over politieke geweldsancties in Nederland.
| Aspect | Bekende feiten |
|---|---|
| Datum van het incident | 7 mei |
| Locatie | Lange Houtstraat, D66-partijkantoor, Den Haag |
| Aantal aanwezigen | ~30 volgens het OM |
| Huidige status verdachte | Verdacht van handelen met mogelijk terroristisch oogmerk; op te nemen in het Pieter Baan Centrum |
De zaak zal nauwgezet worden gevolgd vanwege de politieke dimensie en de veiligheidsimplicaties. De verklaring van de verdachte dat het een protestactie betrof, staat tegenover de ernstige beschuldiging van het OM dat het doel en de boodschap politiek gemotiveerd waren en dat daarmee de openbare orde en de veiligheid van andersdenkenden werden bedreigd. De uitkomst van het psychiatrisch onderzoek is cruciaal voor de vervolgstappen in het strafproces.
Eventuele vervolginformatie en reacties van betrokken partijen, waaronder D66 en politie, werden tijdens deze zitting nog niet in de rechtbank gepresenteerd. Verdere details worden verwacht na afronding van het onderzoek in het Pieter Baan Centrum en eventuele vervolgbeslissingen door het Openbaar Ministerie.