Tuwi opent op 16 september 2026 een nieuwe locatie in Zwijndrecht waar metaalbewerkingsmachines en digitale procesbesturing in de praktijk worden samengebracht. De vestiging is gehuisvest samen met LSV Metaalbewerking en werkt volgens de formule Connext. Het doel: productie-efficiëntie verhogen door machines, werkvoorbereiding en procesbesturing als één samenhangend systeem te laten functioneren.
Praktijkomgeving in plaats van showroom
De locatie onderscheidt zich doordat het geen traditionele showroom of losse demonstratieopstelling betreft. De machines draaien in een operationele productieomgeving bij LSV Metaalbewerking en verwerken daadwerkelijke orders en productiedata. Daardoor ontstaan demonstraties onder realistische omstandigheden, met aandacht voor de dagelijkse productiepraktijk.
Volgens de partijen vermindert deze aanpak handmatige overdracht en het aantal correctierondes, omdat orderinformatie, programmering en productie beter op elkaar kunnen aansluiten. Bedrijven krijgen zo meer inzicht in capaciteit en kunnen realistischer plannen, wat bijdraagt aan een hogere leverbetrouwbaarheid. Het uiteindelijke streven is: meer output met dezelfde personeelsbezetting.
Samenwerking tussen partijen
Tuwi levert en integreert het fysieke machinepark. De digitale keten – van werkvoorbereiding tot eindproduct – wordt ingericht door AESC. Binnen Connext werken die onderdelen niet los van elkaar, maar vormen ze een verbonden productiesysteem. De werking daarvan wordt aangetoond binnen de productieomgeving van LSV Metaalbewerking, zodat ondernemers het volledige proces kunnen beoordelen in een realistische context.
- Opening: 16 september 2026
- Locatie: gedeelde vestiging met LSV Metaalbewerking in Zwijndrecht
- Formule: Connext (integratie machinepark en digitale keten)
Wat verandert er voor lokale metaalbedrijven?
Veel metaalbedrijven investeren traditioneel afzonderlijk in nieuwe machines of software. In de praktijk sluiten werkvoorbereiding en productie daardoor niet altijd goed op elkaar aan. De nieuwe locatie biedt een concrete mogelijkheid om te zien hoe die keten gecombineerd kan worden en welke winst in tijd en capaciteit te behalen is.
Praktische voordelen die Tuwi en partners beloven zijn onder meer:
- minder overdrachtsmomenten tussen planning en productie;
- minder correctierondes door betere aansluiting van programmering op machines;
- meer inzicht in beschikbare capaciteit en betrouwbaardere planningen.
“De verschillende onderdelen werken niet los van elkaar, maar vormen samen één verbonden productiesysteem.”
Deze demonstratieomgeving is bedoeld voor ondernemers en medewerkers uit de metaalindustrie die willen onderzoeken hoe ze hun productieproces kunnen verbeteren. Na de opening blijven bezoeken mogelijk, zodat bedrijven de samenwerking tussen machines en de digitale keten in de praktijk kunnen bekijken.
Lokale betekenis en gevolgen
Voor Zwijndrecht kan de nieuwe locatie meerdere effecten hebben. Ten eerste versterkt het de regio als kennis- en demonstratiecentrum voor industriële digitalisering in de metaalsector. Dat kan toeleveranciers, ingenieurs en werknemers in de regio trekken die zich willen bijscholen of samenwerken met het demonstratieproject.
Daarnaast biedt de opstelling een kans voor MKB-metaalbedrijven om zonder grote eigen investeringen praktische ervaring op te doen met geïntegreerde productiesystemen. Dat kan leiden tot efficiëntere productie, minder stilstand en een verbetering van de concurrentiepositie van lokale ondernemers.
| Partij | Rol |
|---|---|
| Tuwi | Leveren en integreren van het machinepark |
| AESC | Inrichten van de digitale keten |
| LSV Metaalbewerking | Operationele productieomgeving voor demonstraties |
De locatie is geen eindpunt maar een stap in een proces waarin fysieke en digitale werkzaamheden nauwer verbonden raken. Voor Zwijndrecht betekent dat concreet: een zichtbare plek waar innovatie in de metaalproductie dagelijks getest en getoond wordt. Ondernemers uit de regio kunnen daar vanaf 16 september 2026 terecht om in de praktijk te ervaren welke rendementsverbeteringen mogelijk zijn zonder dat zij direct grote investeringen hoeven te doen.