In Friesland zijn bij onderzoek door Royal GD monsters van rundvee positief getest op een orthobunyavirus, een virusgroep die wordt overgedragen door knutten en muggen. Het gevonden virus wordt omschreven als een shamonda-like virus, maar aanvullende laboratoriumtypering moet bevestigen of het daadwerkelijk om hetzelfde type gaat als bij eerdere uitbraken in Oost-Nederland.
Waar is het virus al aangetroffen?
Tot nu toe werden vergelijkbare ziektegevallen eerder onderzocht in Oost-Nederland, waar op vier bedrijven een shamonda-like virus is aangetoond. Daarnaast zijn in Duitsland, Frankrijk en Zwitserland soortgelijke virussen vastgesteld. Ook in Vlaanderen bestaat een vermoeden van betrokkenheid van dit virus bij ziekte bij runderen. De nieuwe bevestiging uit Friesland en ook uit Limburg ondersteunt volgens Royal GD het beeld dat het virus op meerdere plekken in Nederland voorkomt.
Welke klachten zien veehouders?
Bij de onderzochte dieren in Friesland en Limburg werden vooral koorts, diarree en een aanzienlijke dalende melkproductie waargenomen. Duitse ervaringen, waar het beeld al langer bekend is, laten zien dat de koorts vaak na twee tot drie dagen verdwijnt, maar de productiedaling kan fors zijn. Bij zieke dieren is sprake van een terugval van 5 tot 10 liter melk per dag.
- Belangrijkste symptomen: koorts, diarree, lagere melkproductie.
- Vermoedelijke verspreiding: knutten of muggen (vectordieren).
- Vervolgstap: nadere typering van het virus door laboratoria.
Royal GD benadrukt dat aanvullende typen van de aangetroffen monsters nodig is om met zekerheid te zeggen of het hetzelfde shamonda-like virus betreft dat in het oosten van het land is vastgesteld.
Advies aan veehouders
De berichtgeving bevat ook praktische adviezen voor de verzorging van zieke dieren. Het is belangrijk dat dieren voldoende voer en water opnemen om herstel te steunen. Duitse dierenartsen geven de volgende aanbevelingen:
- Stimuleren van de voeropname door een smakelijker rantsoen.
- Kort gehakseld ruwvoer heeft de voorkeur omdat dieren dit makkelijker opnemen.
- Bij een Total Mixed Ration (TMR) wordt een drogestofpercentage van 35 tot 40 procent aanbevolen, zodat ruwvoer minder in de bek prikt.
- Voldoende schoon drinkwater beschikbaar stellen.
Royal GD wijst er verder op dat dierenartsen en veehouders signalen moeten blijven melden. De meldingen die binnenkomen via regionale systemen zoals de Veekijker helpen bij het opsporen en volgen van ziektepatronen.
Wat betekent dit voor de Friese veehouderij?
Voor de Friese melkveehouderij kan een uitbraak van een shamonda-achtig virus ontwrichtend zijn: een forse productiedaling treft direct de inkomenspositie van bedrijven en vraagt extra zorg en management rond zieke dieren. Daarnaast kan onzekerheid over verspreiding en duur van de klachten leiden tot extra werkdruk en kosten voor boeren die al te maken hebben met seizoensdrukte en marktspanning.
| Aspect | Waarneming |
|---|---|
| Symptomen | Koorts, diarree, daling melkproductie |
| Productiedaling | Volgens Duitse ervaring 5–10 liter per zieke dier per dag |
| Verspreiding | Knutten/muggen (vectordieren); waarschijnlijk regionaal |
Totdat typering is afgerond blijft er onzekerheid over de precieze aard van het ziekmakende agens. Dat betekent dat veehouders voorzichtig moeten blijven en volgens de gebruikelijke meldprocedures handelen wanneer zij vergelijkbare verschijnselen zien.
De signalen uit Friesland onderstrepen dat vectoroverdraagbare ziekten ook in Noord-Nederland vaker opduiken en dat goede monitoring en snelle communicatie tussen veehouders, dierenartsen en onderzoeksinstellingen essentieel zijn. Voor nu ligt de nadruk op zorg voor de zieke dieren, het terugdringen van stressfactoren en het melden van verdachte gevallen aan de bevoegde instanties.
Als correspondent in Fryslân blijf ik de ontwikkelingen volgen en informeer ik wanneer aanvullende onderzoeksgegevens beschikbaar komen of wanneer regionale maatregelen worden aangekondigd.