Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) meldt dat er dit jaar in Nederland negen mensen zijn vastgesteld met het westnijlvirus. De besmettingen zijn gevonden in verschillende provincies, waaronder Noord‑Holland, en vormden aanleiding tot nader onderzoek en voorlichting over risico’s en preventie.
Hoe werden de besmettingen gevonden?
Volgens het RIVM werd bij acht van de besmette personen de infectie vastgesteld nadat zij in het ziekenhuis waren opgenomen. Bij één persoon werd het virus ontdekt na bloedafname in het kader van donatiecontrole. Het RIVM benadrukt dat het virus sinds juli in Nederland circuleert en dat overdracht plaatsvindt via muggen; mensen geven het niet direct aan elkaar door.
Ziektebeeld en risico’s
Bij de meerderheid van de besmette mensen leidt een infectie niet tot klachten: ongeveer 80% van de geïnfecteerden blijft asymptomatisch. Wie wél ziek wordt, krijgt doorgaans griepachtige klachten. Een kleiner deel ontwikkelt ernstige westnijlkoorts, wat in enkele gevallen fataal kan verlopen.
In eerdere gevallen was er al een sterfgeval bij een in Nederland geregistreerde besmetting: eerder dit jaar is bekendgemaakt dat een patiënt in de provincie Utrecht is overleden. Daarnaast werd begin augustus een vrouw uit Drenthe gemeld die waarschijnlijk is overleden als gevolg van westnijlvirus, maar die besmetting was opgelopen tijdens een vakantie in Zuidoost‑Europa.
Wat betekent dit voor Noord‑Holland?
De bevestigde aanwezigheid van het virus in Noord‑Holland roept vragen op over lokale preventie en risicovermindering, met name in gebieden waar contact met muggen veel voorkomt. Lokale gezondheidsdiensten en gemeenten moeten zorgen voor gerichte voorlichting, controle van bloedbanken blijft van belang en mensen worden aangeraden persoonlijke beschermingsmaatregelen te treffen bij veel muggenactiviteit.
- Beschermingsadvies: gebruik DEET‑houdende repellents, draag bedekkende kleding in de schemering en sla muggenwerende middelen en horren in acht.
- Zorgmaatregelen: meld koorts en verergerende klachten tijdig aan de huisarts, vooral bij neurologische symptomen.
- Bloedvoorziening: controles bij bloeddonaties blijven belangrijk om onopgemerkte gevallen te detecteren.
Historie en verspreiding
Het westnijlvirus circuleert al langere tijd buiten Europa, met bekende gebieden in delen van Afrika, het Midden‑Oosten, West‑Azië en Noord‑Amerika. In Europa wordt het virus de afgelopen jaren steeds noordelijker vastgesteld. In Nederland werd in 2020 voor het eerst een infectie vastgesteld die in eigen land opgelopen was. Vorig jaar waren er geen meldingen van besmettingen in Nederland.
| Feit | Waarde |
|---|---|
| Totaal bevestigde gevallen (dit jaar) | 9 |
| Aantal ziekenhuispatiënten | 8 |
| Ontdekt via bloeddonatie | 1 |
| Provincies met meldingen | Noord‑Brabant, Noord‑Holland, Zuid‑Holland, Utrecht |
Adviezen van instanties
Het RIVM geeft algemene adviezen ter preventie van muggenbeten en roept op tot alertheid bij mensen met symptomen. Lokale GGD’s kunnen aanvullende informatie geven over waarnemingen in hun regio en over specifieke maatregelen voor kwetsbare groepen. Omdat een groot deel van de infecties klachtenloos verloopt, blijft surveillance van groot belang.
Voor de burgerpraktijk betekent dit: wees bedacht op muggenactiviteiten, voorkom steken waar mogelijk en raadpleeg bij verontrustende klachten de huisarts. Bloedbanken en zorginstellingen houden extra toezicht om verdere verspreiding via de bloedvoorziening te voorkomen.
De situatie wordt door het RIVM gevolgd. Bij nieuwe inzichten of een toename van het aantal gevallen zullen landelijke en regionale instanties aanvullende maatregelen en advies publiceren.