Maastricht wil samen met Lanaken en Maasmechelen de aanpak van jeugdoverlast over de grens heen verbeteren. Aanleiding is het risico dat maatregelen in één gemeente het probleem niet oplossen, maar jongeren vooral naar een andere plek sturen. De drie gemeenten willen daarom gezamenlijk naar de overlast kijken.
Probleem houdt zich niet aan gemeentegrenzen
De kwestie speelt in een grensregio waarin inwoners, jongeren en bezoekers zich relatief gemakkelijk tussen verschillende gemeenten bewegen. Een maatregel die in Maastricht wordt genomen, kan daardoor gevolgen hebben voor Lanaken of Maasmechelen, en andersom. Juist dat maakt een afzonderlijke aanpak kwetsbaar.
In de berichtgeving wordt gewezen op een zogenoemd waterbedeffect. Wanneer jongeren op de ene locatie worden geweerd of wanneer daar strengere regels gelden, kan de overlast zich verplaatsen. Dat betekent niet dat het probleem verdwijnt. Voor bewoners kan de situatie zelfs onduidelijker worden als niet helder is welke gemeente op welk moment verantwoordelijk is.
"Door samenscholingsverbod verplaatsen problemen zich over de grens."
De discussie gaat onder meer over samenscholingsverboden. Zo'n verbod kan lokaal worden ingezet om groepen jongeren uit een gebied te weren, maar lost volgens de betrokken gemeenten niet vanzelf de achterliggende overlast op. Zonder afstemming kan een ingreep in de ene plaats juist extra druk leggen op een nabijgelegen gebied.
Graffiti zichtbaar onderdeel van overlast
Een zichtbaar onderdeel van de problematiek is graffiti. Op verschillende plekken worden ongeoorloofde sporen achtergelaten, waar inwoners aanstoot aan nemen. Daarmee gaat het niet alleen om de vraag waar jongeren samenkomen, maar ook om de gevolgen voor de leefomgeving en het gevoel van orde in buurten en openbare ruimtes.
De beschikbare informatie noemt geen aantallen overlastmeldingen en geeft ook geen overzicht van de locaties waar de problemen zich voordoen. Evenmin is bekend welke gezamenlijke maatregelen Maastricht, Lanaken en Maasmechelen precies voor ogen hebben. Wel is duidelijk dat de gemeenten erkennen dat de grens in de praktijk geen einde maakt aan de verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte.
Afstemming moet verplaatsing voorkomen
Voor Maastricht is samenwerking met de buurgemeenten van belang omdat een aanpak pas effect heeft als die aansluit op de situatie aan beide kanten van de grens. Het gaat daarbij om meer dan handhaving alleen. Ook de uitwisseling van informatie en het tijdig herkennen van verplaatsingen kunnen bepalend zijn voor de manier waarop gemeenten reageren.
- Maastricht, Lanaken en Maasmechelen willen gezamenlijk optrekken.
- Lokale verboden kunnen volgens de betrokken partijen leiden tot een verplaatsing van de overlast.
- Graffiti wordt genoemd als een zichtbare vorm van overlast waar inwoners zich aan ergeren.
De samenwerking past bij het karakter van de grensregio, waar de dagelijkse werkelijkheid niet altijd samenvalt met bestuurlijke grenzen. Voor inwoners telt vooral waar de overlast merkbaar is, niet welke gemeente formeel aan zet is. Een gezamenlijke aanpak kan daarom meer duidelijkheid bieden dan losse maatregelen die elkaar niet opvolgen.
| Betrokken gemeenten | Onderwerp |
|---|---|
| Maastricht | Jeugdoverlast en leefbaarheid |
| Lanaken | Grensoverschrijdende afstemming |
| Maasmechelen | Voorkomen van verplaatsing |
Welke afspraken de drie gemeenten uiteindelijk maken en wanneer die worden uitgevoerd, is nog niet bekend. Voor Maastricht ligt de kern van de opgave in het voorkomen dat jongeren eenvoudig van de ene naar de andere kant van de grens worden gestuurd. De aangekondigde samenwerking moet duidelijk maken hoe de gemeenten dat gezamenlijke probleem ook gezamenlijk kunnen benaderen.