In toespraken van onderwijsminister Rianne Letschert zijn sporen van generatieve kunstmatige intelligentie gevonden, zo blijkt uit onderzoek van media en analyses met detectietools. De bevindingen vormen onderdeel van een bredere inventarisatie waarbij ook toespraken van andere politici zijn onderzocht.
Wat is gevonden
Een analyse met de detectietool Pangram wees uit dat bij een in mei uitgesproken Engelse toespraak van de minister in de aula van de TU Delft ongeveer 15 procent van de tekst kenmerken vertoont die overeenkomen met gegenereerde AI-tekst. De tool vergelijkt tekstpatronen met grote datasets van zowel menselijke als door AI geproduceerde teksten en kan daarmee aanwijzingen geven voor gebruik van diensten als ChatGPT, Claude of Gemini.
Reactie van het ministerie
Het ministerie van Onderwijs bevestigt dat het beleidmatig mogelijk is om incidenteel AI-instrumenten te gebruiken bij communicatie en dat dat onder voorwaarden toegestaan is. Tegelijkertijd benadrukt een woordvoerder dat de minister zelf haar boodschap en woorden bepaalt en dat toespraken "altijd geschreven worden door een mens".
"Voor alle speeches van de minister geldt dat ze zelf haar boodschap en woorden bepaalt. En dat ze altijd geschreven worden door een mens."
Kaders en voorbeelden
De vaststelling van AI-sporen volgt op vergelijkbare signalen bij andere politici. Zo rapporteerden landelijke media eerder analysebevindingen in honderden socialemediaberichten van de premier en in toespraken van ministers en staatssecretarissen. Daarnaast meldt Pangram dat ook een Engelse toespraak van staatssecretaris Judith Tielen voor ongeveer 24 procent verwijzingen naar AI-achtige patronen bevatte.
- Pangram: detectietool met training op grote datasets van menselijke en AI-teksten.
- 15%: gemeld aandeel AI-kenmerken in een toespraak van minister Letschert.
- 24%: gemeld aandeel AI-kenmerken in een toespraak van staatssecretaris Tielen.
Gevolgen voor vertrouwen en transparantie
De discussie rond het gebruik van AI door politici raakt aan bredere vragen over transparantie. Burgers en belanghebbenden verwachten duidelijkheid over wie verantwoordelijk is voor formuleringen en op welke manier hulpmiddelen zijn ingezet. Voor het onderwijsdossier speelt ook de vraag welke rol voorbeelden van politiek gedrag hebben voor studenten en docenten bij de omgang met AI in curricula en toetsing.
Experts waarschuwen dat detectie-instrumenten zoals Pangram niet onfeilbaar zijn en dat uitspraken over exacte aandeelpercentages met voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. Dat maakt heldere richtlijnen binnen ministeries en publieke instellingen des te belangrijker, zodat het publiek kan beoordelen óf en in welke mate AI bijdraagt aan officiële communicatie.
Wat staat op het spel voor het onderwijs
Voor het ministerie van Onderwijs gaat het niet alleen om reputatie. Het gebruik van AI-instrumenten houdt ook inhoudelijke consequenties in voor hoe beleidsboodschappen worden geformuleerd en gebracht. Daarnaast is het relevant voor de onderwijspraktijk: het debat over digitale geletterdheid, toetsintegriteit en de vorming van jonge mensen krijgt betekenis als politici het onderwerp zelf naar voren brengen in woord en daad.
Het nieuws roept vragen op over interne regels: bestaan er duidelijke richtlijnen voor het gebruik van generatieve AI bij het opstellen van toespraken en andere publieke boodschappen? En zo ja, hoe worden die gehandhaafd? Het ministerie heeft aangegeven dat gebruik mogelijk is onder voorwaarden, maar gaf geen nadere details over die voorwaarden of over toezicht en verantwoording.
Vervolg
Journalisten en onderzoekers blijven onderzoeken in hoeverre AI-teksten in politieke communicatie voorkomen en welke gevolgen dat heeft voor publieke informatie. Voor nu blijft de officiële lijn dat de minister inhoudelijk verantwoordelijk is en menselijk auteurschap centraal staat, terwijl onafhankelijke detectietools zoals Pangram aanwijzingen blijven leveren die om nadere duiding en beleidsreacties vragen.