De politierechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft zes verdachten veroordeeld voor het opzettelijk blokkeren van de snelweg tijdens een demonstratie van Extinction Rebellion. Het tweetalige vonnis legt het zwaartepunt bij het grensoverschrijdende karakter van de actie en de gevolgen voor de verkeersveiligheid op het hoofdwegennet.
Strafeisen en vonnis
De zes demonstranten kregen ieder een taakstraf van 120 uur opgelegd en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie had daarnaast gevraagd om een ontzegging van de rijbevoegdheid, maar de politierechter wees dit af op grond van de toepasselijke wet- en regelgeving: voor het ten laste gelegde strafbare feit is een rijontzegging niet mogelijk.
| Onderdeel | Oordeel / Straf |
|---|---|
| Aantal veroordeelden | 6 |
| Taakstraf | 120 uur |
| Voorwaardelijke celstraf | 2 weken (proeftijd 2 jaar) |
| Ontzegging rijbevoegdheid | Niet toegestaan door de wet |
Achtergrond van de actie
Op 25 april 2026 plaatsten de betrokkenen hun voertuigen bewust op de A12 en de A2 bij Utrecht, met als doel de snelwegen te blokkeren zodat andere demonstranten de rijbanen konden betreden. Door die handeling kwam het doorgaande verkeer geruime tijd stil te staan; de rechtbank spreekt van een verkeersinfarct. De A12 is onderdeel van het Nederlandse hoofdwegennet en geldt als een drukke verkeersader, waardoor de rechter concludeert dat het risico op gevaarlijke situaties voorspelbaar was.
Rechterlijke overwegingen
De politierechter maakte in zijn motivatie een duidelijke scheiding tussen het doel van de actie en de middelen die werden ingezet. Het oordeel luidt dat de rechter zich niet uitlaat over de doelstellingen van Extinction Rebellion zelf; het demonstratierecht blijft een fundamenteel grondrecht. Tegelijkertijd stelt de rechtbank dat dat grondrecht niet vrijwaart van strafrechtelijke verantwoordelijkheid wanneer de uitoefening ervan de rechten, belangen en veiligheid van anderen ernstig schaadt.
- Het opzettelijk stilzetten van voertuigen op het hoofdwegennet wordt aangemerkt als ontoelaatbaar, ook binnen een demonstratie.
- De rechtbank rekent het de verdachten aan dat zij doelen van de actie boven de openbare veiligheid plaatsten.
- De voorspelbare gevolgen — verstoring en gevaar voor weggebruikers — speelden zwaar mee in de strafmaat.
De uitspraak plaatst een grensmarkering voor vergelijkbare acties: richting demonstranten is een duidelijke boodschap afgegeven dat blokkades op snelwegen niet zonder strafrechtelijke consequenties blijven. Voor handhavers en beleidsmakers kan dit vonnis als precedent dienen bij toekomstige afwegingen over proportionele ingrepen bij verstorende protestacties.
Voor de veroordeelden betekent de uitspraak dat zij onder toezicht van de strafrechtketen komen te staan zolang de proeftijd loopt. Mocht binnen de proeftijd opnieuw sprake zijn van strafbare feiten, dan kan de voorwaardelijke gevangenisstraf alsnog worden uitgevoerd.
De uitspraak van de politierechter schetst een strikte interpretatie van de grenzen van het demonstratierecht tegenover de noodzaak de openbare orde en verkeersveiligheid op het hoofdwegennet te beschermen.