Een groot deel van de werknemers staat open voor ondersteuning rond geestelijke gezondheid, maar praktische barrières en angst voor stigmatisering houden velen tegen. Dat blijkt uit cijfers die AXA Verzekeringen bekendmaakte in aanloop naar de Werelddag voor Geestelijke Gezondheid.
Groot verschil tussen vraag en gebruik
Volgens het overzicht is ongeveer 80 procent van de werknemers bereid om deel te nemen aan welzijnsprogramma’s die hun werkgever aanbiedt. Tegelijkertijd bestaan er flinke onduidelijkheden over hoe hulp daadwerkelijk te bereiken is: bijna de helft van de werknemers geeft aan niet te weten hoe zij toegang kunnen krijgen tot beschikbare ondersteuning, en rond 21 procent zegt niet te weten of er überhaupt hulp bestaat binnen of via hun werkgever.
Die kloof tussen wens en gebruik wijst volgens betrokkenen op een probleem in zichtbaarheid en implementatie van zorg- en ondersteuningsmaatregelen binnen organisaties. AXA roept werkgevers, beleidsmakers en zorgverleners op om samen te werken zodat hulpbronnen beter vindbaar en toegankelijk worden.
Stigma remt openheid
Veel werknemers kiezen ervoor psychische klachten niet te delen. Ongeveer 48 procent geeft de voorkeur aan privacy bij psychische problemen, en circa 41 procent zegt gesprekken over hun mentale gezondheid te vermijden uit angst beoordeeld te worden. Deze terughoudendheid beïnvloedt de manier waarop bedrijfsleiders en collega’s de bedrijfscultuur ervaren: slechts de helft van de werknemers noemt de eigen werkplek ondersteunend of open voor gesprekken over geestelijke gezondheid.
Volgens deskundigen beschadigt die stilte niet alleen het individuele welzijn, maar ook de bedrijfsvoering: onbesproken problemen kunnen verzuim, verminderde productiviteit en personeelstekorten verergeren.
Jongeren lopen meer ziekteverzuim op
De cijfers laten zien dat jongere werknemers extra kwetsbaar zijn. In de leeftijdsgroep van 18 tot 34 jaar meldde 44 procent het afgelopen jaar ziekteverzuim wegens psychische klachten, tegenover een algemeen gemiddelde van 31 procent. Opmerkelijk is dat deze jongere groep tegelijkertijd vaker aangeeft zich gesteund te voelen door de werkgever, wat suggereert dat kwetsbaarheid en bereidheid om hulp te zoeken naast elkaar kunnen bestaan.
Het patroon wijst erop dat investeringen in preventie, herkenning en laagdrempelige hulp binnen organisaties gericht moeten zijn op jongere werknemers, maar niet alleen op hen: de algemene onduidelijkheid over toegang tot zorg raakt alle leeftijdsgroepen.
Wat moet er gebeuren?
AXA benadrukt dat meerdere partijen aan zet zijn. Werkgevers kunnen concreet stappen zetten door beleid en beschikbare ondersteuning helder en actief te communiceren, trainingen voor leidinggevenden aan te bieden en vertrouwelijke, laagdrempelige routes naar hulp in te richten. Zorgverleners en verzekeraars kunnen samenwerken om bestaande diensten beter vindbaar te maken.
- 80% bereid om deel te nemen aan werkgeversprogramma’s
- ~50% weet niet hoe hulp te bereiken
- 21% weet niet of er hulp bestaat
- 48% geeft psychische problemen liever privé
- 41% vermijdt praten uit angst voor oordeel
| Groep | Aandeel ziekteverzuim door psychische klachten |
|---|---|
| 18–34 jaar | 44% |
| Algemeen gemiddelde | 31% |
De uitkomsten onderstrepen dat beleid alleen effectief is wanneer het niet beperkt blijft tot symbolische maatregelen. Voor werknemers moet zowel de informatievoorziening verbeteren als de veilige ruimte om over problemen te spreken. Zonder die twee elementen blijft het verschil tussen vraag en daadwerkelijk gebruik van zorg groot.
Meer achtergrondinformatie en de volledige cijfers zijn gepubliceerd door AXA Verzekeringen in verband met de Werelddag voor Geestelijke Gezondheid.