De eerste ronde van universitaire toelatingen in 2026 heeft geleid tot meer dan 633.000 bevestigde inschrijvingen, een stijging van ongeveer 4,2% ten opzichte van dezelfde fase in 2025. Uit de voorlopige gegevens blijkt dat STEM-opleidingen (science, technology, engineering, mathematics) een aanzienlijk deel van die groei opvangen: ruim 212.600 kandidaten hebben zich ingeschreven voor een STEM-richting, oftewel 33,6% van het totaal.
Veranderende studiekeuzes en selectiviteit
De cijfers wijzen op een duidelijke verschuiving in studiekeuzes. Het Departement Hoger Onderwijs van het ministerie zegt dat STEM een bredere en gedifferentieerde groep opleidingen omvat, en dat niet elke STEM-opleiding per definitie tot de meest selectieve behoort. Tegelijkertijd tonen specifieke vakgebieden dit jaar een duidelijke toename van de selectiedruk: opleidingen in kunstmatige intelligentie en datawetenschap rapporteren toelatingsscores van meer dan 25 punten, waar dat voor veel andere richtingen lager ligt.
Voor opleidingen die gerelateerd zijn aan microchips en halfgeleiders geldt dat meer dan 60% van die studierichtingen een toelatingsscore van minstens 22,5 punten kent. Ook informatica, elektrotechniek, werktuigbouwkunde en materiaalkunde laten veel opleidingen zien met toelatingsgrenzen op of boven dat niveau.
Regionale en sectorale implicaties
Naast de 'top-ICT'-gebieden ziet het ministerie ook groei in studies met een langetermijnontwikkelingsperspectief, zoals maritieme opleidingen, scheepvaart en spoorweggerelateerde richtingen. Die toename suggereert dat studenten niet uitsluitend kiezen voor traditoneel hoog scorende vakken, maar ook voor sectoren met toekomstige arbeidsmarktkansen.
- Totaal bevestigde inschrijvingen: >633.000 (stijging ~4,2% t.o.v. 2025)
- STEM-aanvragen: >212.600 (33,6% van totaal)
- Hoge toelatingsscores: AI & datawetenschap >25 punten; >60% microchip/halfgeleider-opleidingen ≥22,5 punten
| Indicator | Waarde |
|---|---|
| Bevestigde inschrijvingen (fase 1) | >633.000 |
| Stijging ten opzichte van 2025 | ~4,2% |
| Aantal STEM-aanvragen | >212.600 (33,6%) |
Gevolgen voor onderwijsbeleid en kansen
De toegenomen belangstelling voor STEM heeft meerdere consequenties. Ten eerste kan de stijgende vraag naar technisch en technologisch opgeleide afgestudeerden de druk op selectieve opleidingen verder opvoeren, met mogelijke gevolgen voor de spreiding van talent over universiteiten. Ten tweede roept de veranderende vraag de vraag op naar gelijke toegang: als bepaalde opleidingen schaars worden en toelatingsscores stijgen, kan dat een barrière vormen voor studenten uit minder bevoorrechte regio's of scholen.
Het ministerie signaleert kwaliteitsverbetering bij de instromende studenten in sommige vakgebieden, maar benadrukt dat STEM uiteenlopende competenties omvat. De beleidsmatige uitdaging is om zowel hoogwaardige opleidingen te ondersteunen als brede toegankelijkheid te waarborgen, zodat kansen niet ongelijkmatig verdeeld raken naarmate sommige richtingen populairder en selectiever worden.
Voor universiteiten en hogescholen betekent deze ontwikkeling dat zij hun aanbod, capaciteit en samenwerking met het bedrijfsleven moeten afstemmen op veranderende arbeidsmarktbehoeften. Voor studenten en scholieren is het belangrijk goed geïnformeerd keuzes te maken en niet alleen te sturen op korte termijn populariteit, maar ook op persoonlijke aanleg en langetermijnperspectief.
De definitieve toelatingsprocedures en eventuele aanvullende ronden moeten nog volledig worden afgerond. De gepresenteerde cijfers vertegenwoordigen de eerste fase van aanmelden en bieden nu al belangrijke aanwijzingen voor de resterende toelatingsperiode en het toekomstige beleid rond hoger onderwijs en arbeidsmarktontwikkeling.