Grasland blijkt een onverwachte bondgenoot in de strijd tegen de gevolgen van klimaatverandering: ondanks weken van hitte en droogte vertoonde veel gras na regenval snel herstel. Dat schrijft onderzoeks- en veldwerk vanuit Vlaanderen, waar vergelijkingen met maïs en vroeg geoogste snedes benadrukken dat grasland, mits goed beheerd, een robuuste bron van voeder blijft.
Veerkracht en timing van groei
De observaties laten zien dat gras vroeg in het jaar al een groot deel van de jaaropbrengst kan produceren. Tijdens droge zomers, wanneer de groei stagneert, is het merendeel van de benodigde droge stof vaak al in het voorjaar gevormd. Dat betekent dat de timing van snedes en van grasgroei cruciaal is voor de uiteindelijke opbrengst en voederzekerheid.
Op proefvelden in Merelbeke-Melle (ILVO) werd dit jaar de eerste snede van Engels raaigras op 27 april geoogst, met een opbrengst van gemiddeld 4,6 ton droge stof per hectare. Ter vergelijking: in een goed jaar ligt de gemiddelde opbrengst in Vlaanderen rond 12 ton DS/ha voor gras en ongeveer 15 ton DS/ha voor maïs. Die cijfers geven een beeld van de potentie, maar ook van de verschillen in groeipatroon en kwetsbaarheid tussen gewassen.
| Gewas | Gemiddelde opbrengst (DS/ha) | Opmerking |
|---|---|---|
| Gras (Vlaanderen, goed jaar) | 12 ton | Voornamelijk voorjaarsgroei |
| Maïs (Vlaanderen, goed jaar) | 15 ton | Later in het seizoen geoogst |
| Engels raaigras (eerste snede, ILVO) | 4,6 ton | Gerooid op 27 april |
Soortenkeuze en beheer als adaptatie
Belangrijk in de praktijk is dat grasland niet altijd homogeen hoeft te zijn. Mengsels met soorten als klaver, weegbree of chicorei vergroten de functionaliteit van grasland en kunnen de droogtetolerantie verhogen. Daarnaast speelt duurzaam bodem- en waterbeheer een centrale rol: door betere bodemstructuur en vochtvasthoudend vermogen kunnen bedrijven zich steviger wapenen tegen langere droge perioden.
- Soortenmengsels verhogen biodiversiteit en bieden meer veerkracht onder stress.
- Tijdige snedes benutten voorjaarsgroei, waardoor droogte in zomer minder impact heeft.
- Bodem- en waterbeheer zijn essentieel om opname en behoud van vocht te verbeteren.
Gevolgen voor de landbouwpraktijk
Voor melk- en vleesveehouderij blijft gras de belangrijkste eiwitbron. Omdat grasland ongeveer twee vijfde van het landbouwareaal in de EU bedekt, zijn de keuzes die boeren nu maken van schaal- en systeemniveau relevant voor de voedselaanvoer. De praktijk laat zien dat juist landbouwsystemen die inzetten op productieve, kruidenrijke graslanden en op droogtetolerante rassen, minder gevoelig zijn voor extreme weersschommelingen.
Dat betekent niet dat er geen uitdagingen zijn: veel graslanden stoppen met groeien bij aanhoudende droogte en liggen er verdord bij. Maar het snel terugveren na regenval illustreert een belangrijke eigenschap van gras: herstelvermogen. Dit herstelvermogen kan worden vergroot door gerichte teeltkeuzes en beheermaatregelen, aldus de veldobservaties.
Voor beleidsmakers en agrarische adviesdiensten is de boodschap helder: ondersteunen op het gebied van kennisoverdracht, bodemverbetering en selectie van droogtetolerante soorten kan helpen om de voedselvoorziening en de economie van het platteland beter bestand te maken tegen klimaatverandering. Voor boeren zelf ligt de uitdaging in het implementeren van maatregelen die zowel ecologisch als economisch houdbaar zijn.
De recente waarnemingen uit Vlaanderen bieden concrete aanknopingspunten voor Nederland: door nadruk te leggen op soortenkeuze, timing van oogst en bodemgezondheid kan grasland een betrouwbare pijler blijven in een droger wordend klimaat.