De traditionele snackbar verdwijnt langzaam uit grote delen van Overijssel. De afgelopen jaren sloten meerdere cafetaria's hun deuren of gingen failliet, onder meer in Hengelo, Enschede en Kampen. Ook eerder dit jaar en in voorgaande jaren stopten exploitanten in Nijverdal, Enschede en Haaksbergen met hun bedrijf. Tegelijkertijd nam het aantal fastfoodketens in de provincie toe; in twintig jaar tijd is dat aantal verdubbeld.
Opvolging en hogere kosten als hoofdproblemen
Lokale ondernemers noemen meerdere oorzaken voor de neergang van de zelfstandige cafetaria's. Een veelgehoorde reden is het gebrek aan opvolging: familiezaken vinden steeds minder vaak een nieuwe eigenaar. Daarnaast zorgt de stijging van kosten — ingrediënten, energie en lonen — ervoor dat kleine omzetstapjes niet meer volstaan om een zaak rendabel te houden.
Stefan Leusink, die op 21-jarige leeftijd een snackbar in Nijverdal overnam, zegt:
"Het is veel moeilijker geworden om zo'n klein zaakje nog draaiende te houden. Tien jaar geleden had je misschien aan 150 euro omzet op een dag genoeg, maar dat is vandaag de dag echt niet meer genoeg."
Leusink wijst ook op de stijgende kosten: "Alles is duurder geworden", zegt hij. Hij ziet vooral de kleine, zelfstandige cafetaria's verdwijnen en benadrukt dat ondernemers moeten inzetten op beleving om klanten te blijven trekken: gasten willen binnen of op het terras zitten, een avondje uit, en bijbestellen zoals een ijsje na het hoofdgerecht.
Concurrerende factoren: ketens en de airfryer
Naast kosten en opvolging werkt de veranderende consumptie mee aan de terugloop: landelijke berichtgeving noemde het recente fenomeen het "airfryer-effect". Ruim twee miljoen huishoudens hebben inmiddels een heteluchtfriteuse waarmee thuis eenvoudig patat kan worden bereid. Dat vermindert de behoefte om regelmatig naar de snackbar te gaan.
Tegelijkertijd profiteert de grotere, vaak landelijke, fastfoodindustrie. Waar zelfstandige cafetaria's krimpen, groeien ketens; het aantal ketens in de provincie is in twee decennia verdubbeld. Die schaalvoordelen en herkenbaarheid trekken klanten die eerder naar een lokale cafetaria zouden gaan.
Voorbeelden uit de provincie
| Gemeente | Gebeurtenis | Tijd |
|---|---|---|
| Hengelo | Een cafetaria sloot de deuren | Recent |
| Enschede | Sluiting van een zaak | Maart (jaar) |
| Kampen | Faillissement van een cafetaria | Maart (zelfde maand) |
| Nijverdal, Haaksbergen | Ondernemingen stopten | Vorig jaar en eerder |
Een overzicht van alle sluitingen in de provincie bestaat niet in regionale cijfers, maar landelijk zijn sinds de coronapandemie honderden cafetaria-ondernemers gestopt. In sommige gevallen maakt een cafetaria bovendien plaats voor woningen, zoals eerder in Denekamp gebeurde.
Wat moet een cafetaria doen om te overleven?
Ondernemers die het nog redden, zetten in op iets meer dan alleen een frituurtje. Leusink zegt dat de klant keuze en beleving wil: een plek waar je even blijft zitten, meerdere gerechten op de kaart en producten die het verschil maken. Dat vraagt vaak extra investering in personeel, inrichting en marketing — precies die middelen die kleine exploitanten soms niet hebben.
- Belang van opvolging binnen familie of verkoopklaar maken van de zaak
- Investeringen in beleving en diversiteit van het aanbod
- Concurrentie van ketens en thuisapparaten zoals de airfryer
Voor gemeenten en lokale ondernemers betekent dit dat afwegingen nodig zijn over behoud van buurtvoorzieningen, woningbouw en economische levensvatbaarheid. Waar een cafetaria verdwijnt, raakt een stukje sociale infrastructurele voorziening vaak ook verloren: ontmoetingsplaats, werkplek voor jongeren en lokale ondernemer.
De ontwikkeling tekent een bredere verschuiving in de eetpatronen en zakelijke structuren in de provincie. Of dat leidt tot een herwaardering van de lokale cafetaria's of tot verdere concentratie bij ketens, zal de komende jaren blijken.
Door Aylin Doğan, correspondent Overijssel