Plan voor 15 miljoen bomen kampt met lokale weerstand
De provincie Overijssel streeft ernaar 3.900 hectare nieuw bos aan te leggen als onderdeel van de landelijke Bossenstrategie. Dat komt neer op ongeveer 15 miljoen bomen. Tot op heden zijn er echter pas zo’n 900.000 bomen geplant, waardoor nog een groot deel van de doelstelling onbereikt blijft.
Gedeputeerde Staten waarschuwen Provinciale Staten dat provinciale regels en de houding van sommige gemeenten de realisatie voor 2030 in gevaar kunnen brengen. De discussie draait vooral om de beschikbare landbouwgrond en de wijze waarop die grond eventueel kan worden omgezet naar bos of natuur.
Regels: generieke versus specifieke landbouwgebieden
Overijssel maakt onderscheid tussen twee typen landbouwgebieden. In de zogeheten generieke landbouwgebieden gelden strengere regels: landbouwgrond moet daar zoveel mogelijk behouden blijven voor agrarisch gebruik. Dat betreft circa 30 procent van de landbouwgrond in de provincie. De overige 70 procent valt onder specifieke landbouwgebieden, waar meer ruimte is voor omzetting naar natuur of bos.
| Kenmerk | Percentage landbouwgrond |
|---|---|
| Generieke landbouwgebieden | 30% |
| Specifieke landbouwgebieden | 70% |
Gemeenten houden grond liever beschikbaar voor boeren
Sommige plattelandsgemeenten kiezen er voorlopig voor niet mee te werken aan projecten waarbij landbouwgrond wordt omgezet naar bos. Een duidelijk voorbeeld is de gemeente Tubbergen, waar de gemeenteraad op 26 november 2024 een motie aannam om voorlopig geen medewerking te verlenen.
"Het is een opeenstapeling van opgaven. Wij vinden dat te veel voor de agrarische sector," aldus wethouder Chiel Mensink over de terughoudendheid van Tubbergen.
Ook de gemeente Hof van Twente heeft zich terughoudend opgesteld. Die gemeente wil via het coalitieakkoord de ontwikkeling van nieuwe natuur beperken om de bestaande balans tussen natuur en andere activiteiten te bewaren. Politieke partijen wijzen daarnaast op al beschikbare grond die al is aangemerkt voor bos en natuur.
BBB-fractievoorzitter Ben Brok waarschuwde dat omzetting naar Natura 2000-gebieden nadelige effecten kan hebben voor agrarische buren.
Gevolgen voor boeren en planuitvoering
De weerstand van gemeenten hangt samen met zorg over de gevolgen voor agrarische bedrijfsvoering. Gemeenten als Tubbergen geven aan eerst duidelijkheid te willen over regels rond grondgebonden landbouw, die de verhouding tussen veehouderijgrootte en beschikbare grond regelen. Zonder die helderheid blijven lokale besturen huiverig om landbouwgrond op te geven voor bosaanplant.
Gedeputeerde Staten signaleren dat deze bestuurlijke terughoudendheid vertraging kan veroorzaken in de uitvoering van het provinciale bosplan. Daardoor wordt het behalen van de doelstelling vóór 2030 onzeker.
Wat staat er nu op de agenda?
Provincie en gemeenten moeten in de komende periode verdere afwegingen maken over locaties en randvoorwaarden. Belangrijke elementen zijn:
- Duidelijkheid over regels voor grondgebonden landbouw;
- Afwegingen tussen behoud van landbouwgrond en klimaat- en biodiversiteitsdoelen;
- Inschatting van lokale effecten voor agrariërs, omwonenden en Natura 2000-gebieden.
De komende maanden zijn cruciaal: als gemeenten hun standpunten niet heroverwegen of extra locaties niet beschikbaar komen, is het lastig om de resterende 14,1 miljoen bomen vóór 2030 te planten.
Voor inwoners en agrarische ondernemers betekent dit dat toekomstige plannen per gemeente kunnen verschillen. Lokale politieke besluiten en aanvullende landelijke of provinciale regelgeving zullen bepalen of en waar extra bos kan worden gerealiseerd.
De discussie in Overijssel illustreert het spanningsveld tussen klimaat- en natuurdoelstellingen enerzijds en de belangen van de landbouwsector anderzijds. Hoe dat spanningsveld wordt opgelost, bepaalt in belangrijke mate of de provincie haar ambitie voor 2030 kan waarmaken.