Tekort aan vakmensen bedreigt voortgang bouwprojecten in en rond Kampen
Steeds meer bouwbedrijven kampen met vertraging door een tekort aan personeel. Volgens het recent gepubliceerde rapport van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) had in de eerste helft van 2026 23 procent van de bedrijven last van vertragingen door gebrek aan medewerkers, tegen 20 procent een jaar eerder. Dit heeft consequenties voor de uitvoering van nieuwbouw en onderhoudswerk in regio’s als Kampen.
"Steeds meer bouwbedrijven kampen met vertraging door personeelstekort."
Het EIB rekent voor de periode 2027–2030 op een behoefte van 73.000 nieuwe arbeidskrachten in de bouwsector. Van die behoefte is een belangrijk deel gericht op technisch personeel en op leermeesters, terwijl juist die groepen moeilijk te vinden blijken. De vacaturegraad ligt nog altijd hoog: gemiddeld 74 vacatures per duizend banen in de eerste helft van 2026, iets lager dan de 79 in 2025 maar ruim boven het landelijke gemiddelde.
Wat betekent dit concreet voor Kampen?
Voor Kampen, als stad met lopende woningbouwprojecten, renovaties en regionale infra-opgaven, betekent een structureel personeelstekort dat projecten langer duren of worden verschoven. Gemeentelijke diensten, woningcorporaties en lokale aannemers kunnen te maken krijgen met:
- vertragingen in geplande opleveringen van woningen en utiliteitsprojecten;
- hoger beroep op onderaannemers of externe teams, met risico op stijgende kosten;
- minder capaciteit voor onderhoud van wegen en waterwerken, relevant in laaggelegen delen van de regio.
De opgave van het EIB laat zien dat 47.000 van de benodigde arbeidskrachten nodig zijn als vervanging van werknemers die met pensioen gaan of arbeidsongeschikt raken; daarnaast moeten ruim 26.000 mensen instromen om groei op te vangen. Het rapport verwacht 52.000 instromers uit opleidingen en ruim 21.000 zij-instromers te moeten aantrekken.
Druk op mbo-opleidingen en leermeesters
Hoewel het aantal mbo-studenten in bouwopleidingen in 2025 met 4 procent steeg, zet het tekort aan leermeesters de praktijkopleiding onder druk. Bedrijven hebben door volle orderportefeuilles minder tijd om BBL-studenten te begeleiden; tegelijk gaat een deel van de ervaren leermeesters binnenkort met pensioen. Voor specifieke richtingen, zoals grond-, weg- en waterbouw (gww), is de situatie nog nijpender: de instroom bij bepaalde gww-kaderopleidingen daalde in 2025 met 14 procent en ligt bijna 45 procent lager dan in 2020.
Lokale opleidingscentra en bedrijven in en rond Kampen zullen moeten samenwerken om praktijkplaatsen en begeleiding veilig te stellen. Zonder voldoende leermeesters kunnen studenten niet de praktijkervaring opdoen die noodzakelijk is voor directe inzet op projecten.
Concurrentie om technisch personeel neemt toe
Het EIB signaleert dat ook Defensie en de defensie-industrie sterke concurrenten zijn voor technisch personeel. Gemiddeld ongeveer 1.100 arbeidskrachten per jaar verschuiven naar die sector, met name monteurs, elektrotechnici, machinisten en technisch kaderpersoneel. Voor regionale werkgevers betekent dit extra druk bij het behouden en werven van vakmensen.
| Factor | Gegeven |
|---|---|
| Bedrijven met vertraging (H1 2026) | 23% |
| Vacaturegraad (vacatures per 1.000 banen) | 74 |
| Benodigde arbeidskrachten (2027–2030) | 73.000 |
| Daarvan vervanging | 47.000 |
| Instroom uit opleidingen | 52.000 |
Voor Kampen is de kernvraag hoe snel werkgevers, onderwijsinstellingen en de gemeente de gezamenlijke arbeidsmarkt kunnen versterken. Mogelijke maatregelen die lokaal effect kunnen hebben zijn onder meer betere samenwerking tussen scholen en bedrijven, stimulering van zij-instroom en het aantrekkelijker maken van het vak met behoudsmaatregelen voor ervaren medewerkers.
Het EIB-rapport benadrukt dat zonder deze stappen niet alleen landelijke, maar ook lokale bouwopgaven onder druk blijven staan. Voor bewoners en bedrijven in Kampen kan dat betekenen dat geplande projecten trager gaan, prijzen onder druk komen te staan en dat de uitvoering verschuift naar grotere marktspelers die personeel kunnen aantrekken.
De komende jaren wordt zichtbaar hoe gemeenten en regionale partijen reageren op de signalen uit het EIB-onderzoek en welke maatregelen daadwerkelijk worden ingezet om de bouwarbeidsmarkt weer in balans te brengen.