Het Openbaar Ministerie heeft dinsdag twintig maanden gevangenisstraf geëist tegen een 21-jarige man uit Amsterdam die verdacht wordt van een reeks babbeltrucs waarbij oudere vrouwen in Gouda en Reeuwijk werden benaderd en beroofd. In vier zaken zouden onder anderen pinpassen en sieraden zijn buitgemaakt; het oudste bekende slachtoffer is 90 jaar.
Werkwijze volgens aanklacht
De fraude zou volgens de zaak een vast patroon hebben. Een man of vrouw die zich voordoet als politiefunctionaris belt het slachtoffer en kondigt aan dat een collega langs zal komen om een foto te maken van sieraden of een kluis. In plaats van een echte agent verschijnt er naar aanleiding van dat telefoontje een zogenoemd bendelid bij het huis van het slachtoffer en worden pinpassen en juwelen meegenomen.
Schade en emotionele impact
Bij een van de getroffen vrouwen werden een trouwring, een armband en een ketting van haar afgepakt. Deze sieraden hadden volgens de verklaring van het slachtoffer een persoonlijke en emotionele waarde omdat ze waren gegeven door haar overleden echtgenoot. In haar verklaring zegt zij dat haar vertrouwen in medemensen door de gebeurtenis ernstig is beschadigd.
"Dat is heftig", reageerde de verdachte in de rechtszaal. "Ik vind het erg wat ik hen heb aangedaan, excuses voor het leed en trauma's."
Verdediging en bewijs
De 21-jarige verdachte ontkent dat hij bij de slachtoffers in huis is geweest en zegt dat hij nooit sieraden van een lijf zou trekken. Wel zijn er camerabeelden waarop te zien zou zijn dat hij heeft gepind met gestolen pasjes; daarvoor kan hij volgens de zittingsstukken niet ontkomen aan aansprakelijkheid. De verdachte verklaart bovendien onder druk te hebben gehandeld en zich weinig te kunnen herinneren van de gebeurtenissen die ongeveer twee jaar geleden plaatsvonden.
Hij vertelde tijdens de zitting dat leden van de groep waartoe hij behoorde hem zouden hebben bedreigd. "Als je niet meegaat, plaatsen we een bom voor je huis", zou hem zijn gezegd. De officier van justitie noemde zijn verklaring onduidelijk en betreurde volgens de zitting dat de verdachte volgens hem "schuift en draait" bij de beantwoording van vragen.
Eis en vervolg
De officier vindt de feiten ernstig genoeg om per geval een significante straf op te leggen en hield in haar betoog vast aan een eis van in totaal twintig maanden gevangenisstraf, waarbij zij vijf maanden per zaak passend achtte. De verdediging vroeg vrijspraak voor de diefstal van juwelen en stelde dat daarvoor onvoldoende bewijs aanwezig zou zijn; verder pleitte de advocaat voor een lagere straf om de mogelijkheid tot resocialisatie van de verdachte te vergroten.
| Kenmerk | Gegevens |
|---|---|
| Aantal zaken | 4 |
| Oudste slachtoffer | 90 jaar |
| Gedaagde | 21-jarige Amsterdammer |
| Eis OM | 20 maanden gevangenisstraf |
| Volgende zitting | Uitspraak op 6 oktober |
De rechtbank doet uitspraak op 6 oktober. Tot die tijd blijft onduidelijk in hoeverre de verklaringen van de verdachte onderling te rijmen zijn met het beeld dat de politie en het Openbaar Ministerie schetsen op basis van onder meer camerabeelden en verklaringen van slachtoffers.
Breder patroon en aandacht voor kwetsbaren
Dergelijke babbeltrucs met het voorwenden van politiefunctionarissen zijn eerder in verschillende regio's gesignaleerd. De aanpak van deze vorm van oplichting vraagt zowel aandacht van recherche en justitie als van gemeenschappen en mantelzorgers om kwetsbare groepen te beschermen. In deze zaak ligt daarnaast de nadruk op de psychische schade bij ouderen die hun dierbare herinneringen en vertrouwen in anderen zien verdwijnen.
- Het OM eist 20 maanden gevangenisstraf tegen de 21-jarige verdachte.
- Er zijn vier zaken in behandeling; het oudste slachtoffer is 90 jaar.
- De verdachte erkent pinden met gestolen passen, ontkent het binnentreden en beroofden van lijfjuwelen.
De zaak brengt een urgent thema naar voren: de noodzaak van gerichte preventie en opsporing bij oplichting gericht op ouderen, zeker wanneer dit gepaard gaat met georganiseerde groepen en intimidatie. De uitspraak op 6 oktober zal duidelijkheid moeten bieden over schuldvraag en strafmaat.