Samenvatting van een lokale geschiedenis van geweld
In zijn boek over de periode 1975–2015 zet oud-rechercheur en oud-gevangenisdirecteur Henk Dillerop de gevallen van geweld in Leeuwarden op een rij. Volgens Dillerop werden in die veertig jaar 50 mensen vermoord. Het boek gaat verder dan misdaadcijfers: het bevat interviews met nabestaanden en persoonlijke herinneringen van Dillerop zelf, en belicht de gevolgen van de misdrijven voor gezinnen en de politiepraktijk.
Getuigenissen en trauma's
Dillerop beschrijft schrijnende momenten die hij als jonge agent meemaakte. Eén voorbeeld beeldt de directe impact op kinderen uit: een man kwam, hand in hand met zijn dochter van negen jaar, het politiebureau binnen en verklaarde in tranen: "Ik heb mijn vrouw vermoord." Dillerop: "Negenjarige kinderen houden van hun papa én hun mama." Hij zegt dat hij die gebeurtenis nog vaak herinnert en dat hij het meisje daarna nooit meer sprak.
"Ik heb mijn vrouw vermoord"
In het boek staan ook verhalen van nabestaanden die probeerden een dagelijks leven te hervatten na een moord. Een dochter van een slachtoffer uit 1986 probeerde bloed uit de vloerbedekking te wassen en sneed later de vlek uit als het niet lukte. Zulke details benadrukken het voortdurende verdriet en de praktische, vaak traumatische nasleep voor families.
Wie werden slachtoffer?
Dillerop interviewde nabestaanden van alle vijftig slachtoffers. De aantallen in het boek laten zien hoe divers de slachtoffers waren:
- 6 kinderen
- 7 vrouwen
- 37 mannen
| Periode | Aantal moorden in Leeuwarden |
|---|---|
| 1975–2015 | 50 |
Veranderingen in politie en hulpverlening
Het boek schetst ook de ontwikkeling in de aanpak van politie en hulpverlening. Dillerop noemt momenten waarop hij zich schaamde over de toenmalige werkwijze. Hij beschrijft bijvoorbeeld een weduwe van een kermisdrama uit 1988 die zich bij het politiebureau meldde en te horen kreeg: "Wacht even, we zijn nog aan het eten." Zulke voorbeelden illustreren dat slachtoffergerichte voorzieningen en procedures niet altijd aanwezig waren.
Volgens Dillerop waren slachtofferhulp en familierechercheurs in die jaren nog in opkomst. Pas in 2005 kregen nabestaanden spreekrecht tijdens strafzittingen bij de rechter, een verandering die volgens het boek ruimte bood voor meer betrokkenheid van slachtoffers bij het strafproces.
Recherchepraktijk en dagelijkse realiteit
Naast de dossiermatige reconstructies geeft Dillerop een inkijk in het politieleven: het afluisteren van verdachten in een tapkamer en het rijden in onopvallende politieauto's. Die beelden tonen een politiewereld die balanceert tussen ruw politiewerk en menselijke reacties op geweld.
Presentatie en lokale ontvangst
Bij de presentatie in het Historisch Centrum Leeuwarden zat een deel van de nabestaanden in de zaal. Dillerop werd daar geïnterviewd door verslaggever Wietske Koen van LC. De lokale belangstelling voor het boek onderstreept dat de verhalen van slachtoffers en hun naasten een blijvende plek innemen in de Leeuwarder herinnering en dat reflectie op vroegere werkwijzen nog steeds actueel is.
Het boek biedt Leeuwarders een samengestelde reflectie op veertig jaar ernstig geweld in hun stad — niet alleen als statistiek, maar als reeks persoonlijke tragedies met blijvende gevolgen voor families en voor de professionele ontwikkeling van politie en slachtofferhulp.