Het kabinet trekt volgend jaar bijna €4 miljard extra aan inkomsten uit belastingen op arbeidsinkomen, stelt het Centraal Planbureau (CPB) in de Macro Economische Verkenning. Ondanks dat enkele eerder geplande verhogingen op het laatste moment zijn verzacht, leidt de combinatie van hogere premies en belastingmaatregelen tot een neerwaartse druk op de koopkracht: gemiddeld −0,1%.
Wat verandert er voor huishoudens?
De koopkrachtraming van het CPB laat zien dat een generieke loonstijging niet automatisch leidt tot hogere bestedingen in het portemonnee. Voor 2027 verwacht het CPB dat de lonen in het bedrijfsleven gemiddeld met 4,4% stijgen, terwijl de inflatie uitkomt op 2,7%. Een groot deel van het verschil tussen loonontwikkeling en prijsstijgingen wordt door het beleid ingehouden via belastingen en premies.
Praktisch vertaald: een huishoudboekje dat dit jaar al krap rondkomt, merkt daar weinig van. Een koopkrachtdaling van 0,1% betekent in veel situaties dat een extra prijsstijging of een hogere zorgpremie direct ten koste gaat van sparen of uitgaven aan bijvoorbeeld onderhoud aan de auto of maaltijden buiten de deur.
Belastingen, winstheffing en begrotingspositie
Naast de bijna €4 miljard op arbeid, heft het kabinet ook ongeveer €2 miljard extra belasting op bedrijfswinsten. Die maatregelen verminderen de directe koopkrachteffecten maar zijn bedoeld om de overheidsinkomsten op peil te houden. Het CPB waarschuwt dat de begrotingstekorten blijven fors: in 2026 blijft het tekort op 2,7% van het bbp en daalt in 2027 naar 2,2% van het bbp. Door deze tekorten neemt de staatsschuld volgend jaar toe met 0,6 procentpunt tot 46,7% van het bbp.
| Grootheid | Raming |
|---|---|
| Gemiddelde koopkracht (2027) | −0,1% |
| Extra belasting op arbeid | €4 miljard |
| Extra winstbelasting bedrijven | €2 miljard |
| Loonstijging (2027, bedrijfsleven) | 4,4% |
| Inflatie (2027) | 2,7% |
| Begrotingstekort (2026) | 2,7% bbp |
| Staatsschuld (2026) | 46,7% bbp |
Economische groei, werkloosheid en rente
Het CPB verwacht dat de Nederlandse economie aanhoudend groeit, maar in gematigd tempo: 1,4% dit jaar en 1,2% in 2027. De arbeidsmarkt verslapt licht: het aantal werklozen stijgt van ongeveer 400.000 in 2026 naar 415.000 in 2027. Ook de langere rentes trekken nog iets aan, wat zowel consumenten met variabele leningen als bedrijven met financieringsbehoefte raakt.
Regeringsreacties en politieke context
“Blij dat we een akkoord hebben bereikt over de begroting van volgend jaar. Dat ging niet zonder slag of stoot, maar het gaat ook écht ergens over,” zei premier Rob Jetten eind augustus.
Vicepremier Dilan Yeşilgöz benadrukte eveneens dat er een akkoord is en dat de begroting Nederland vooruit moet helpen, met de VVD die volgens haar altijd oog heeft voor lagere lasten. Het CPB-beeld laat echter zien dat de politieke keuze om extra inkomsten te genereren zichtbaar wordt in de koopkrachtontwikkeling.
- Direct effect: huishoudens merken vooral stijgende zorgpremies en ingehouden loonstijgingen.
- Begrotingsruimte: extra bedrijfsheffing en belasting op arbeid versterken de overheidsinkomsten, maar het tekort blijft substantieel.
- Macrobeeld: economie groeit door, maar minder snel dan gewenst; werkloosheid stijgt licht.
Voor veel gezinnen betekent dit dat de rek er even uit is: een hogere premie of een prijsstijging bij boodschappen kan direct voelbaar worden. De maatregelen uit de Miljoenennota hebben volgens het CPB weinig effect op de economische groei op korte termijn, waardoor het kabinet vooral hoopt op langere termijn voordelen van investeringen en hervormingen.
Dit is de belangrijkste economische lezing van de Miljoenennota volgens het CPB: er is ruimte om te sturen, maar de rekening komt deels terecht bij huishoudens en de staatsschuld neemt volgend jaar zichtbaar toe.