Op akkerbouwpercelen in Nederland zijn dit seizoen glasvleugelcicaden aangetroffen, onder andere op de Zuid-Hollandse Eilanden. Het biedeninstituut IRS meldt dat vangplaten op in totaal 104 akkerbouwpercelen zijn uitgezet in het kader van de publiek-private samenwerking VectPath AB. Op 14 percelen is de rietglasvleugelcicade gevonden; deze soort staat bekend als de belangrijkste potentiële verspreider van de plantenziekten stolbur, rubbery taproot disease (RTD) en syndrome basses richesses (SBR).
Monitoring en verspreiding
De vangplaten vormen onderdeel van een landelijke monitoringsactie die dit jaar extra aandacht krijgt vanwege de ernstige schade die vergelijkbare ziekten in Duitsland veroorzaken, onder meer bij suikerbieten, aardappelen en peen. De aanwezigheid van de cicaden is een signaal dat de risicoanalyse wordt aangescherpt, maar volgens IRS is er nog geen direct bewijs dat de gevonden insecten daadwerkelijk de genoemde ziekten bij zich dragen.
Naast de rietglasvleugelcicade werden op 11 percelen de zogenoemde brandnetelglasvleugelcicade aangetroffen; deze vondsten waren uitsluitend in Limburg. De onderzochte exemplaren uit de vangplaten zijn tot nu toe in het laboratorium van IRS in Dinteloord getest, zonder aanwijzingen voor besmetting met stolbur, RTD of SBR.
Mogelijke maatregelen bij een positieve vondst
"Als het IRS daadwerkelijk besmette cicaden vindt, dan zijn maatregelen nodig om verdere verspreiding van de ziekten te voorkomen. De telers van de betreffende percelen krijgen dan het advies om het geteelde gewas zo snel mogelijk te rooien en het land braak te houden in de herfst en de winter."
Het IRS geeft aan dat zo’n ingrijpende handelswijze — rooien en braaklegging — bedoeld is om een lokale besmetting snel te isoleren en verdere verspreiding te voorkomen. Dergelijke maatregelen hebben echter directe economische consequenties voor telers; daarom wordt binnen VectPath AB samengewerkt aan protocollen en communicatielijnen om snel en gericht te handelen.
Wat betekent dit voor akkerbouwers in Zuid-Holland?
Voor telers op de Zuid-Hollandse Eilanden en elders in de provincie geldt: waakzaamheid. De aanwezigheid van cicaden op vangplaten is op zichzelf nog geen bewijs van ziekteverspreiding, maar biedt wel een vroegtijdig signaal dat kan leiden tot vervolgonderzoek of tijdelijke teeltmaatregelen. IRS en partners adviseren boeren om bedreigingen te melden en mee te werken aan aanvullende monsters indien gevraagd.
Praktische aandachtspunten voor telers:
- Controleer vangplaten en meld verdachte vondsten aan regionale adviseurs of IRS.
- Houd administratie en percelen goed gedocumenteerd voor snelle identificatie bij vervolgonderzoek.
- Bereid u voor op mogelijke aanwijzingen tot rooien en braaklegging van besmette percelen, en bespreek verzekerings- en vergoedingsopties met brancheorganisaties.
Regionale en economische context
De maatregelen die in Duitsland nodig waren bij uitbraken geven een indruk van wat er op het spel staat: oogstverliezen en aanvullende beheerskosten kunnen fors zijn. De Nederlandse monitoring via VectPath AB is daarom opgezet om vroegtijdig te detecteren en zo ingrijpen mogelijk te maken voordat problemen op grote schaal ontstaan. Voor de regionale akkerbouwsector, die in sommige gebieden een belangrijk deel van de lokale economie vormt, is dat cruciaal.
| Gegevens | Aantal / Opmerking |
|---|---|
| Totaal percelen met vangplaten | 104 |
| Percelen met rietglasvleugelcicade | 14 (voornamelijk Limburg, Zeeland en Zuid-Holland) |
| Percelen met brandnetelglasvleugelcicade | 11 (alleen Limburg) |
IRS benadrukt dat verdere maatregelen pas volgen bij aantoonbare besmetting van de cicaden. Tot die tijd blijft het doel van de monitoring het verzamelen van informatie en het vergroten van paraatheid bij boeren en ketenpartijen. Binnen VectPath AB werken zaad- en groentenbedrijven, onderzoek en akkerbouwcollectieven samen om continuïteit van aanvoer en bestrijding te waarborgen.
Voorlopig advies aan telers: blijf rapporteren bij afwijkingen, volg instructies van IRS en lokale adviseurs, en bespreek risicomanagement met uw samenwerkingspartners. De situatie wordt actief gevolgd; een snelle detectie kan voorkomen dat een lokaal probleem uitgroeit tot een brede landbouwcrisis.