De aanhoudende droogte heeft in delen van de Oostvaardersplassen geleid tot een omvangrijke vissterfte en een felle discussie over hoe daarop had moeten worden gereageerd. Hengelsportvereniging Almere stelt dat een deel van de vissen gered had kunnen worden door ze te verplaatsen naar de Lage Vaart. Waterschap Zuiderzeeland wijst die optie af en waarschuwt dat een dergelijke verplaatsing de waterkwaliteit in de Lage Vaart ernstig zou kunnen verslechteren.
Wat gebeurde er in de natuurgebieden?
Door droogte vielen enkele waterpartijen in de Oostvaardersplassen droog of bleven plaatselijk slechts enkele centimeters water over. Dat maakte vissen kwetsbaar en heeft volgens lokaal toezichthoudend personeel en vrijwilligers geleid tot massale sterfte. De exacte omvang van de vissterfte is nog niet door een onafhankelijke telling bevestigd; wel zeggen betrokkenen dat op meerdere plekken veel dode vissen zijn aangetroffen.
Verschillende inzichten tussen hengelsporters en waterschap
Voorzitter Arnold Veen van Hengelsportvereniging Almere gaf aan dat volgens hem ten minste een deel van de populatie verplaatst had kunnen worden naar andere wateren. Hij wijst erop dat Staatsbosbeheer bereid was te helpen, maar dat er geen plek werd gevonden om de vissen tijdelijk onder te brengen.
"Staatsbosbeheer wilde graag iets doen aan die vissen, maar kon ze nergens kwijt. Het waterschap wilde ze niet in de Lage Vaart hebben en ook Rijkswaterstaat zag niets in verplaatsing naar het Markermeer. Waarom kunnen die vissen niet gewoon gered worden?"
Het waterschap verdedigt zijn afwijzing met ecologische argumenten. Aquatisch ecoloog Martijn Hokken van Waterschap Zuiderzeeland legt uit dat de Lage Vaart volgens recente beoordelingen al niet voldoet aan de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Extra invoer van vissen, in het bijzonder karpers, zou de ecologische balans verder kunnen verstoren en de kans op blauwalg vergroten.
Discussie over de rol van karper
Een belangrijk twistpunt is de veronderstelde rol van karper in de waterkwaliteit en ecologie van de Lage Vaart. Volgens Hokken kan een hoger aandeel karper leiden tot troebel water, minder waterplanten en een verslechterd leefgebied voor andere vissoorten. De hengelsportvereniging betwist dat beeld en wijst op cijfers uit onderzoeksrapporten van het waterschap zelf, die een sterke afname van karperbiomassa laten zien.
| Jaar | Karpers (kg/ha) |
|---|---|
| 2018 | 35 kg/ha |
| 2025 | 8 kg/ha |
De hengelsporters halen deze cijfers aan om te benadrukken dat de problemen in de Lage Vaart niet uitsluitend aan karper toegeschreven kunnen worden. Tegelijkertijd benadrukt het waterschap dat de samenstelling van de visstand — met name veel brasem en karper — een belangrijke component blijft in de KRW-beoordeling.
Ruimtelijke en bestuurlijke afwegingen
De discussie raakt aan meerdere beleidsvelden: natuurbeheer, waterkwaliteit en praktische crisismaatregelen. Verplaatsen van vissen is logistiek en ecologisch complex. Er moeten geschikte ontvangende wateren beschikbaar zijn, vergunningen en kwaliteitscontroles worden geregeld en er is risico op introductie of versterking van problematische soorten of ziekteverwekkers.
Gevolgen voor omwonenden en recreatie
Voor omwonenden en recreanten heeft de vissterfte directe gevolgen. Dode vissen beïnvloeden het aanzien van natuurgebieden en kunnen geur- en hygiëneproblemen veroorzaken. Lokale verenigingen en vrijwilligers zijn vaak degenen die eerste hulp bieden of meldingen doen, maar zij beschikken niet altijd over de middelen voor grootschalige reddingsacties.
Wat gebeurt er nu?
Waterschap Zuiderzeeland benadrukt dat besluiten over verplaatsing van vis niet lichtvaardig genomen mogen worden. De organisatie wijst erop dat schadelijke neveneffecten op de Lage Vaart en mogelijk andere wateren moeten worden voorkomen. De hengelsportvereniging dringt aan op heldere protocollen voor vergelijkbare noodsituaties in de toekomst, zodat direct actie mogelijk is wanneer waterpartijen dreigen droog te vallen.
- Belangrijkste knelpunt: strijd tussen directe reddingsactie en lange termijn waterkwaliteit.
- Feitelijke gegevens: gemelde afname van karper van 35 kg/ha in 2018 naar 8 kg/ha in 2025.
- Openstaande vragen: omvang van de vissterfte, geschikte ontvangende wateren en duidelijke protocollen bij droogtecrises.
De situatie onderstreept de spanningen tussen acute natuurbescherming en structurele ecologische doelen. In het bijzonder benadrukt het de noodzaak voor regionale afstemming tussen beheerders, waterschappen en natuurorganisaties, zodat in toekomstige droogteperiodes sneller en eenduidiger kan worden gehandeld zonder onbedoelde schade aan waterkwaliteit en biodiversiteit.
Correspondent Flevoland