In delen van noordelijk Zuid‑Holland bestaan tientallen lokale woorden en uitdrukkingen die buiten de directe gemeenschap weinig mensen meer zeggen of verstaan. Radioprogramma West Wordt Wakker vroeg deze zomer luisteraars naar hun favoriete woorden; uit de reacties ontstond een mozaïek van anekdotes en taalparels uit steden en dorpen als Gouda, Voorhout, Lisse en Leiden.
Herinneringen en betekenis
De woorden die naar voren kwamen, dragen vaak herinneringen of lokale bijbedoelingen. Een inwoner van Gouda, die zich als kind op de visbanken speelde, vertelde over het woord bullebak en de waarschuwingen van zijn moeder. Voor veel mensen in die hoek van de provincie geeft het woord beelden van gevaar en avontuur: de visbanken en de boten die daar voeren.
Uit Voorhout kwam een bijnaam die zowel een karaktertrek als trots uitdrukt: dwarsdrijver. De term wordt gebruikt voor lokale inwoners die zich net even anders gedragen en heeft inmiddels zelfs een plek gekregen in het verenigingsleven — een carnavalsvereniging draagt de naam.
Regionale variatie: korte voorbeelden
- Kokebak — gebruikt om een pannenkoek aan te duiden (melding uit het noordelijk deel van de provincie).
- Bullebak — woord uit Gouda met sterke visbankassociaties en kinderlijke herinneringen.
- Dwarsdrijver — bijnaam uit Voorhout, ook naam van een carnavalsvereniging.
- Gaapstok — in Lisse gebruikt voor iemand die verveeld uit het raam staart.
- Handjeklap begonia — historische Leidse uitdrukking die in het verleden werd gebruikt om homoseksualiteit te beschrijven.
"Gaat effe in je eigen sterfbed leggen",
zei een Lissenaar lachend over een Haagse uitdrukking die zij al dertig jaar mooi vindt. Zij legt uit dat het zoiets betekent als: waar bemoei je je mee — een directe bijsturing die in de buurt herkenning oproept.
Wat zegt dit over taal en gemeenschap?
Dergelijke woorden illustreren twee verschijnselen: ten eerste de blijvende aanwezigheid van dialecten en streektaal in het dagelijkse leven; ten tweede de manier waarop woorden lokale identiteit en sociale banden versterken. Een bijnaam of gezegde vertelt vaak meer over hoe mensen elkaar zien en hoe gemeenschappen zichzelf definiëren dan over het strikt taalkundige gebruik.
Sommige termen, zoals de Leidse uitdrukking genoemd in het programma, zijn cultureel beladen en qua betekenis veranderd of niet meer gangbaar. Anderen bestaan vooral in anekdotische herinneringen en dreigen te verdwijnen met de generaties die ze nog gebruiken.
Overzicht: woord, herkomst en betekenis
| Woord | Herkomst | Beknopte betekenis |
|---|---|---|
| Kokebak | Noordelijk ZH | Pannenkoek (regionaal gebruik) |
| Bullebak | Gouda | Terugkerend begrip rond visbanken; kinderlijke herinnering aan gevaar |
| Dwarsdrijver | Voorhout | Bijnaam voor een beetje eigenzinnige inwoner; naam carnavalsvereniging |
| Gaapstok | Lisse | Iemand die verveeld uit het raam staart |
| Handjeklap begonia | Leiden | Historische uitdrukking gebruikt voor homoseksualiteit |
Praktisch: waar en hoe blijven zulke woorden levend?
Lokale media en radioprogramma's zoals West Wordt Wakker spelen een rol in het ophalen en bewaren van dit soort taalmateriaal. Door woorden te benoemen en persoonlijke verhalen te delen, worden termen opnieuw onder de aandacht gebracht. Voor inwoners en beleidsmakers die waarde hechten aan cultureel erfgoed zijn er enkele concrete wegen om deze taal te documenteren:
- Orale geschiedenissen en interviews vastleggen via lokale omroepen of historische verenigingen.
- Schriftelijke verzamelingen van dialectwoorden publiceren; lokale bibliotheken kunnen hierin faciliteren.
- Educatieve projecten op scholen die kinderen laten luisteren naar familieverhalen en regionale woordenschat.
De reacties in het radioprogramma laten zien dat veel woorden levend blijven zolang er mensen zijn die ze gebruiken en verhalen erbij vertellen. Of een woord de volgende generatie haalt, hangt uiteindelijk af van die kleine dagelijkse beslissingen: het doorvertellen aan kinderen, het gebruiken in huiselijke context en het optekenen door lokale media.
De zomeractie van Omroep West leverde een bondig culturele inventaris op van het noordelijke deel van Zuid‑Holland. Niet alle termen zijn nieuw of onbekend, maar de aandacht herinnert eraan dat taal geen statisch gegeven is: ze leeft waar mensen haar blijven gebruiken.