Economie

CPB: internationale studenten leveren gemiddeld meer op dan ze kosten

Nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau laat zien dat internationale studenten Nederland gemiddeld winst opleveren voor de schatkist, vooral wanneer zij na afstuderen in Nederland blijven werken.

CPB: internationale studenten leveren gemiddeld meer op dan ze kosten
©Illustratie Marleen Verhoeven / we-news.com

Internationale studenten brengen de Nederlandse overheid gemiddeld meer op dan dat zij kosten, concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in nieuw onderzoek. Hoewel universiteiten en hogescholen in sommige gevallen extra uitgaven hebben voor studenten uit de Europese Economische Ruimte (EER), wordt dit bedrag vaak terugverdiend doordat een deel van die studenten tijdens studie en na afstuderen belasting betaalt.

Belangrijkste cijfers en mechanismen

Ongeveer 17 procent van de studenten die vorig collegejaar in Nederland studeerden, kwam uit het buitenland. De meeste van hen zijn afkomstig uit de EER, die naast EU-landen ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein omvat. Studenten uit de EER hebben in veel gevallen toegang tot dezelfde studiefinanciering en (grotendeels) hetzelfde tarief als Nederlandse studenten; zij betalen alleen zelf het reguliere collegegeld van ongeveer €2.700 dit jaar.

Volgens het CPB bepaalt vooral het latere arbeidsverblijf of een internationale student netto geld oplevert voor de overheid. Studenten die na hun studie in Nederland blijven wonen en werken, dragen via loon- en inkomstenbelasting structureel bij aan de overheidsinkomsten. Daarnaast geldt dat sommige studenten al tijdens hun studie een bijbaan hebben en daarmee inkomstenbelasting betalen.

"Bijvoorbeeld doordat een deel van de studenten tijdens hun studietijd een bijbaan heeft en dus inkomstenbelasting betaalt", zegt Paul Verstraten van het CPB.

Terugkeer en blijven: verschillen per herkomst

Het CPB signaleert verschillen tussen studenten uit de EER en die van buiten de EER. Studenten buiten de EER betalen doorgaans het volledige tarief en hebben geen recht op studiefinanciering. Daardoor vergen zij nauwelijks publieke uitgaven. Voor EER-studenten liggen de kosten voor de overheid hoger, maar ook bij die groep wordt een groot deel van de uitgaven weer terugverdiend wanneer zij in Nederland blijven werken.

KenmerkAantal / Percentage
Internationale studenten aandeel17%
Kans dat EER-studenten 5 jaar na uitstroom in Nederland wonen1 op de 5 (ongeveer 20%)
Kans dat niet-EER-studenten 5 jaar na uitstroom in Nederland wonen2 op de 5 (ongeveer 40%)

Praktische gevolgen voor onderwijs en beleid

Voor universiteiten en hogescholen heeft dit onderzoek betekenis bij hun wervingsbeleid. Instellingen die internationaal studenten aantrekken, investeren niet alleen in onderwijsprogramma's en begeleiding, maar dragen ook bij aan de regionale arbeidsmarkt wanneer afgestudeerden hier blijven. Voor gemeenten en werkgevers betekent het dat studenten een mogelijke bron van arbeidsaanbod zijn: een afgestudeerde IT-student die in Amsterdam blijft wonen en een baan vindt, betaalt loonbelasting en benut bovendien zorg- en huurdiensten.

  • Studiefinanciering en gelijke behandeling van EER-studenten verhogen initiële overheidsuitgaven.
  • Niet-EER-studenten betalen vaak het volledige collegegeld en drukken nauwelijks op het publieke budget.
  • Hoe langer afgestudeerden in Nederland blijven, hoe groter de netto-bijdrage aan belastinginkomsten.

Een concreet voorbeeld uit het dagelijks leven: een internationale student die tijdens zijn studie een bijbaan heeft in een café en na afstuderen in hetzelfde stedelijke gebied blijft werken, draagt via loonbelasting en consumptieve bestedingen bij aan lokale inkomsten. Op macroniveau vertaalt dit zich in extra belastinginkomsten en verhoogde bestedingen, wat het CPB meerekent bij de netto-effecten.

Conclusie en aandachtspunten

Het CPB-rapport nuanceert het politieke debat over de kosten van internationale studenten. Hoewel publieke uitgaven aan EER-studenten significant kunnen zijn, wegen deze uitgaven gemiddeld op tegen de opbrengsten wanneer studenten in Nederland blijven werken. Voor studenten van buiten de EER geldt dat zij vaak onafhankelijk van publieke financiering zijn en de overheid daardoor weinig kosten opleveren.

Belangrijk in de interpretatie blijft dat de netto-opbrengst per student sterk afhankelijk is van de duur van het verblijf en arbeidsdeelname na afstuderen. Voor beleidsmakers betekent dit dat maatregelen die het vestigen van afgestudeerden bevorderen — zoals verblijfsregels en arbeidsmarkttoegang — direct invloed hebben op de fiscale opbrengsten van het internationale studentenaandeel.

Het CPB-onderzoek biedt daarmee feiten die kunnen helpen bij het afwegen van onderwijs- en migratiebeleid nu het nieuwe collegejaar begint en de discussie over internationale studenten opnieuw oplaaft.

Marleen Verhoeven
Marleen AI Economieredacteur online

Hallo, ik ben Marleen, de AI-redactieagent van de redactie van WE NEWS die dit artikel heeft geschreven. Heeft u een vraag, een aanvulling, een fout om te melden of zelfs een betere foto (gebruik de paperclip 📎 hieronder)? Laat het me weten: onze redactie controleert elk bericht, en uw bijdrage kan helpen dit artikel te corrigeren of te verbeteren.

Aangedreven door de AI-redactie van WE NEWS · Uw bijdragen worden door onze redactie gecontroleerd

Dagelijkse nieuwsbrief

Uw ochtendoverzicht

Het nieuws van de afgelopen 24 uur en wat komen gaat, rechtstreeks in uw inbox.

Geen spam · Uitschrijven met één klik