Het museum dat zich richt op de stad zelf bestaat honderd jaar. Wat begon in de Waag op de Nieuwmarkt groeide uit tot het huidige Amsterdam Museum, met een collectie van ruim 100.000 voorwerpen die de geschiedenis van Amsterdam en haar bewoners vertellen. Ter gelegenheid van het jubileum loopt van 3 september tot en met 11 december het Amsterdam Museum Festival, een programma van honderd dagen verspreid door de stad.
Een eeuw in korte feiten
| Jaar | Gebeurtenis |
|---|---|
| 1926 | Opening van het Amsterdams Historisch Museum in de Waag (2 november) |
| 1975 | Verhuizing naar het Burgerweeshuis; officiële opening door koningin Juliana |
| 2011 | Naamswijziging naar Amsterdam Museum |
| 2026 | Honderdjarig jubileum; Amsterdam Museum Festival (3 sep–11 dec) |
De collectie bestrijkt uiteenlopende objecten: van monumentale schuttersstukken uit de Gouden Eeuw tot hedendaagse kunst, mode, foto’s en alledaagse gebruiksvoorwerpen. Het museum heeft daarnaast gewezen op het belang van buurtinitiatieven: projecten zoals Geheugen van Oost gaven bewoners de ruimte om zelf de geschiedenis van hun wijk vast te leggen.
"Het Amsterdam Museum bestaat honderd jaar,"
Het jubileum wordt niet op één dag gevierd maar uitgesmeerd over honderd dagen. Het festivalprogramma omvat tentoonstellingen, workshops en rondleidingen. Bezoekers kunnen ook een kijkje nemen in het depot. Rond de officiële verjaardag gaan de deuren gratis open.
Veranderingen in locatie en koers
De oorsprong van het museum ligt in de Waag, een van de oudste gebouwen van de stad, waar het in 1926 als Amsterdams Historisch Museum opende. De instelling bracht eerder verspreid bewaarde schilderijen en voorwerpen samen onder één dak en presenteerde de stadgeschiedenis als één samenhangend verhaal. In 1975 verhuisde het museum naar het voormalige Burgerweeshuis tussen de Kalverstraat en de Nieuwezijds Voorburgwal; koningin Juliana verrichtte toen de officiële opening.
De naamswijziging in 2011 – waarbij het woord ‘Historisch’ uit de naam verdween – weerspiegelde een bredere ontwikkeling in de manier waarop het museum zijn taak interpreteert. De instelling ging niet alleen terugkijken naar wat was, maar ook aandacht besteden aan hedendaagse stadsthema’s en aan de rol van bewoners in het maken van historie. Dat blijkt onder meer uit participatieve projecten als Geheugen van Oost, dat al ruim twintig jaar bewoners betrekt bij het vastleggen van hun buurtverhalen.
- Tijdspanne festival: 3 september–11 december (100 dagen)
- Collectiegrootte: ruim 100.000 objecten
- Belangrijke locaties: Waag (Nieuwmarkt), Burgerweeshuis (Kalverstraat/Nieuwezijds Voorburgwal)
Voor Amsterdammers betekent het honderdjarig bestaan van het museum meer dan een feestje. Het festival biedt kansen om vergeten of onbekende verhalen uit de stadswijken opnieuw onder de aandacht te brengen. De tijdelijke openstelling van het depot maakt het voor inwoners mogelijk om achter de schermen te kijken en zicht te krijgen op de breedte van de verzameling, van schuttersstukken tot kleding en alledaagse objecten.
Daarnaast benadrukt de programmering de veranderende relatie tussen museum en stad: waar het instituut ooit voornamelijk collectiebeheer en tentoonstelling centraal stelde, staat nu ook ontmoeting en participatie op de agenda. Voor buurtprojecten en lokale erfgoedinitiatieven kan dat nieuwe ruimte en aandacht opleveren.
Wie het festival wil bezoeken, kan zich richten op een gevarieerd aanbod van activiteiten in verschillende delen van Amsterdam. De honderd dagen bieden zowel vaste bezoekers van het museum als Amsterdammers die normaal niet snel een museum binnenlopen meerdere momenten om zich te verdiepen in het eigen lokale verleden en in de manier waarop dat verleden wordt verteld.
Praktische informatie over de tentoonstellingen, workshops, depotbezoeken en de dagen met gratis toegang is beschikbaar via de kanalen van het museum. Het jubileumjaar is een uitnodiging om te onderzoeken wat de stad door de jaren heen is geweest en welke verhalen nog moeten worden gehoord.