Een Amerikaanse rechtbank in New York heeft vrijdag geoordeeld dat de federale overheid het recht heeft om de zogenoemde de minimis-vrijstelling voor kleine ingevoerde pakjes te beëindigen. Het vonnis bevestigt daarmee een beleidsmaatregel van president Donald Trump die vorig jaar via een uitvoerend besluit bepaalde dat zendingen met een waarde onder $800 niet langer automatisch vrijgesteld zijn van invoerheffingen.
Aanleiding en rechtsstrijd
De rechtszaak was aangespannen door verschillende importeurs die vonden dat Trump zijn bevoegdheden had overschreden. De eisers stelden dat alleen het Congres het recht heeft om invoerheffingen vast te stellen en te wijzigen. Het Hof voor Internationale Handel veroordeelde die uitleg niet en beschouwde de eerdere vrijstelling als een administratief "voorrecht" dat ingetrokken kon worden door de uitvoerende macht.
Wat verandert er praktisch?
De regering beperkte de vrijstelling zodanig dat slechts particuliere geschenken met een waarde onder $100 nu vrij blijven van extra heffingen. Zendingen tussen $100 en $800 vallen voortaan onder de toezicht- en belastingmaatregelen. De maatregel was aanvankelijk met name gericht op post en pakketverkeer vanuit China, dat volgens Amerikaanse autoriteiten het grootste deel van deze zendingen verzorgt.
- Vrijstelling behouden: particuliere geschenken onder $100
- Nieuw regime: zendingen tussen $100 en $800 kunnen belast worden
- Aanleiding: sterke stijging van kleine pakjes en zorgen over illegale goederen
Argumenten van de overheid en cijfers
De Amerikaanse douane- en grensbewaking (CBP) bracht naar voren dat het aantal kleine zendingen enorm is toegenomen: van 134 miljoen in 2015 tot meer dan 1,36 miljard in 2024. De CBP stelt bovendien dat deze zendingen een groot aandeel vormen in onderschepte illegale goederen: volgens de overheid waren ze goed voor 98% van de in beslag genomen verdovende middelen, 97% van de namaakproducten en 70% van gevaarlijke gezondheidsproducten die vorig jaar werden onderschept.
| Jaar | Aantal kleine zendingen |
|---|---|
| 2015 | 134 miljoen |
| 2024 | 1,36 miljard |
"Hij zei dat hij 'een belachelijk cadeau heeft beëindigd en ervoor heeft gezorgd dat buitenlandse goederen aan de regels worden onderworpen'."
Die uitspraak, gedaan door president Trump op het sociale medium waarop hij communiceert, onderstreept de politieke lading van de juridische goedkeuring. Voor de regering gaat het niet alleen om inkomsten, maar ook om het beperken van criminele en potentieel gevaarlijke zendingen.
Gevolgen en vervolg
De uitspraak is een belangrijke juridische zege voor de president, maar de praktijk van handhaving brengt uitdagingen met zich mee. Het CBP zal extra capaciteit en procedures moeten inzetten om miljarden extra zendingen adequaat te controleren en waar nodig heffingen te innen. Importeurs en logistieke bedrijven hebben eerder gewaarschuwd voor hogere kosten en vertragingen, en zij kunnen tegen het vonnis in beroep gaan of nieuwe juridische stappen overwegen.
Voor de internationale handel en consumenten kan de uitspraak leiden tot hogere prijzen of langere levertijden voor kleine, goedkope aankopen uit het buitenland. Voor leveranciers van logistieke diensten betekent het mogelijk extra administratieve lasten en een grotere focus op risicoselectie bij inspecties.
Politiek gezien versterkt de uitspraak de uitvoering van het handelsbeleid van de regering-Trump en toont het hoe bestuursrechtelijke instrumenten ingezet kunnen worden om economische stromen te beïnvloeden zonder tussenkomst van het Congres. Of die aanpak op lange termijn houdbaar is, hangt af van verdere juridische procedures en de praktische uitvoerbaarheid op de grensposten.
De zaak illustreert bovendien de spanning tussen uitvoerende macht en parlement in kwesties die grote economische gevolgen hebben. Vooralsnog betekent de uitspraak dat de administratie de ruimte krijgt om de minimis-vrijstelling te schrappen en daarmee het grens- en handelsbeleid ingrijpend te wijzigen.