Het aantal gemelde besmettingen met het westnijlvirus in Nederland is in één week aanzienlijk toegenomen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) ontving zestien nieuwe meldingen, waarmee het totaal voor dit jaar uitkomt op 44 patiënten. Onder de nieuwe meldingen bevindt zich ook één geval in Overijssel. Van de inmiddels 44 patiënten zijn er vijf overleden, zo meldt het RIVM.
Waar zijn de besmettingen vastgesteld?
De meeste besmettingen lijken te zijn opgelopen na een muggenbeet. Volgens het RIVM betrof het bij alle zestien nieuwe gevallen een overdracht door de beet van een besmette mug. In veel gevallen werd het virus vastgesteld nadat patiënten met gezondheidsklachten in het ziekenhuis waren opgenomen.
De verdeling van de vermoedelijke besmettingslocaties is als volgt:
| Provincie | Aantal meldingen |
|---|---|
| Zuid-Holland | 23 |
| Utrecht | 10 |
| Noord-Holland | 4 |
| Noord-Brabant | 4 |
| Gelderland | 2 |
| Overijssel | 1 |
De cijfers geven de provincie aan waar de besmetting vermoedelijk is opgelopen; ze zeggen niet per se iets over de woonplaats van de patiënt.
Sterfgevallen en onderzoek naar oorzaken
Het RIVM meldt dat er in 2026 tot nu toe vijf sterfgevallen zijn geregistreerd in verband met een westnijlvirusinfectie. Dat betekent niet automatisch dat het virus in alle gevallen de directe doodsoorzaak was. Bij sterfgevallen wordt onderzocht welke rol het virus en eventuele andere ernstige aandoeningen hebben gespeeld.
Maatregelen voor bloedveiligheid
Uit voorzorg heeft Sanquin, de organisatie die in Nederland bloed verzamelt en verwerkt, eerder al negen provincies aangewezen als risicogebied voor extra screening van bloeddonaties. Alleen Groningen, Friesland en Drenthe vielen buiten die aanduiding. Inmiddels rapporteert het RIVM dat Sanquin in heel Nederland alle donaties van bloed, bloedplaatjes en plasma test op aanwezigheid van het westnijlvirus.
Het RIVM benadrukt dat de kans klein is dat iemand via een transfusie met het virus wordt besmet, maar de extra testen zijn bedoeld om die kans zo veel mogelijk te beperken en daarmee de veiligheid van transfusies te waarborgen.
Wat betekent dit voor inwoners en lokale zorgverleners?
- Wees alert op symptomen: koorts, hoofdpijn, spierpijn en, in ernstiger gevallen, neurologische klachten kunnen voorkomen bij een westnijlvirusinfectie.
- Bij twijfel of bij ernstige klachten: neem contact op met de huisarts of zoek medische hulp. Veel gevallen worden ontdekt nadat patiënten in het ziekenhuis zijn opgenomen.
- Voorkom muggenbeten door gebruik van muskietennet, repellents en door stilstaand water in de omgeving te verwijderen.
Voor zorgverleners geldt dat zij verdachte gevallen moeten melden bij de GGD en het RIVM zodat mogelijke clusters vroegtijdig worden opgespoord. Omdat het aantal meldingen snel kan veranderen is nauwgezette registratie belangrijk voor het inzicht in de verspreiding van het virus.
Regionale impact en vervolgstappen
De melding van een besmetting in Overijssel verdeelt de aandacht tussen landelijke maatregelen en lokale preventie. Lokale gezondheidsdiensten volgen de situatie en richten zich op voorlichting aan kwetsbare groepen en monitoring van mozquito-activiteit. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat grootschalige aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn buiten de bestaande tests van bloeddonaties en publiekelijke voorlichtingsadviezen.
Het RIVM en Sanquin blijven de situatie volgen en passen hun adviezen aan als daar aanleiding toe is. Voor actuele informatie over risicogebieden en aanwijzingen voor de bevolking is het advies de websites van RIVM en lokale GGD’s te raadplegen.
De recente toename onderstreept dat het westnijlvirus een terugkerende, seizoensgebonden bedreiging is die aandacht vraagt van zowel de gezondheidszorg als van burgers zelf.