Gemeente en stichting blijven tegenovergestelde standpunten houden
De gemeente Rijswijk en Stichting Beheer Exploitatie Sportfaciliteiten Rijswijk zijn er niet in geslaagd hun geschil over het sportpark aan de Schaapweg in der minne te regelen. Na meerdere aangeboden voorstellen van de gemeente, waarvoor de stichting geen instemming gaf, heeft het college besloten opnieuw naar de rechter te stappen.
De kern van het conflict betreft de juridische en financiële afwikkeling van de opstallen — de kantine, kleedkamers en tribune — op Sportpark Prinses Irene. De gemeente is eigenaar van de ondergrond; het opstalrecht voor de gebouwen lag tot 1 juli 2026 bij de stichting. Bij het aflopen van dat recht ontstond onenigheid over de vraag of de stichting recht heeft op een vergoeding bij overdracht van de opstallen aan de gemeente.
Drie voorstellen, nul akkoord
Volgens het gemeentebestuur zijn er in totaal drie voorstellen gedaan om tot een oplossing te komen, maar geen daarvan leverde overeenstemming op. Een van de meest verregaande voorstellen combineerde een betaling met een bankgarantie voor het resterende bedrag dat de stichting eist, onder voorbehoud van de uitspraak van de rechter. Ook dat voorstel werd afgewezen door de stichting. De gemeente schrijft dat zij «tot het maximale» is gegaan om te schikken, maar dat de onderhandelingen zonder resultaat bleven.
“Voor iedereen die hier wekelijks samenkomt en sport is de nieuwe rechtszaak een zware dobber.”
Deze passage komt van wethouder Larissa Bentvelzen, die de situatie voor de gebruikers van het sportpark als bijzonder vervelend bestempelt. Het college wil met de rechtsgang kansen scheppen om zowel juridische duidelijkheid te krijgen over de waarde van de opstallen als praktische toegang tot de gebouwen voor sporters te herstellen.
Twee rechtsprocedures: bodemprocedure en kort geding
De gemeente start twee procedures:
- Een bodemprocedure om vast te stellen dat de vergoeding voor de opstallen op Sportpark Prinses Irene op nul euro vastgesteld moet worden.
- Een kort geding met als doel dat sporters opnieuw toegang krijgen tot het clubgebouw, de kleedkamers en de tribune.
Met deze gecombineerde aanpak zoekt het college zowel naar een langetermijnjuridische uitspraak over de eigendomssituatie en vergoeding als naar een snelle voorlopige voorziening waarmee de praktische problemen voor verenigingen en hun leden kunnen worden beperkt.
Gevolgen voor verenigingen en gebruikers
De voetbalvelden op het sportpark worden verhuurd aan RVC Celeritas. Voor deze gebruikers betekent de huidige situatie beperkingen in de faciliteiten en onzekerheid over toekomstig beheer en onderhoud. De gemeente benadrukt dat zij bij het aflopen van het opstalrecht de belangen van de sporters voor ogen houdt, maar stelt dat er juridisch geen reden is om een vergoeding te accepteren voor opstallen waarvan de waarde volgens het college nihil zou zijn.
| Onderwerp | Status |
|---|---|
| Opstalrecht | Beëindigd per 1 juli 2026 |
| Aantal voorstellen | 3 (alle geweigerd) |
| Juridische stappen gemeente | Bodemprocedure + kort geding |
Hoe snel de rechter uitspraak doet in beide procedures en of dat leidt tot heropening van clubgebouw en kleedkamers is nog niet bekend. De rechterlijke afhandeling zal bovendien bepalen of de gemeente gelijk krijgt in haar stelling dat de opstallen geen marktwaarde hebben die tot een vergoeding zou moeten leiden.
Voor nu blijft de situatie ongewis voor de vaste gebruikers van Sportpark Prinses Irene. De gemeente zegt dat zij gehandhaafd blijft inzetten op een oplossing die zowel juridische helderheid biedt als de belangen van sporters beschermt.