Het Amerikaanse bedrijf Plug Power heeft de geplande bouw van een grote groene-waterstoffabriek op de NextGen-site in de Antwerpse haven stopgezet. Het project, waarvoor in 2022 een investering van naar verluidt tussen de €350 en €400 miljoen was aangekondigd, komt er niet. Plug Power noteerde een waardevermindering van €13,6 miljoen op de voorbereiding van de installatie en zegt de ontwikkeling te bevriezen, terwijl het wel zijn concessierecht van dertig jaar in de haven behoudt.
Aanleiding: twijfel over economische haalbaarheid
Volgens Plug Power is de economische haalbaarheid van de fabriek onvoldoende. Het bedrijf noemt de toekomst van groene waterstof te onzeker om de eerder geplande investering door te zetten. Die onzekerheid wordt, zo wijst de berichtgeving, gevoed door een veranderend politiek klimaat in de Verenigde Staten en Europa en door beleidskeuzes die minder nadruk op koolstofloze alternatieven zouden leggen.
"Er sneuvelen inderdaad veel groene waterstofprojecten in Europa", aldus Alexander Saverys, CEO van CMB.Tech, eerder dit jaar.
Ook andere spelers hebben in 2026 stappen teruggezet. CMB.Tech schroefde Europese activiteiten met groene-technologie terug en producent Cummins zag in België omvangrijke banenverliesperiodes bij zijn waterstofactiviteiten: eind 2025 verdwenen 86 banen en begin dit jaar nog eens 80, volgens vakbondsaanduidingen.
Praktische en markttechnische belemmeringen
Bronnen in de sector verwijzen naar een combinatie van factoren die projecten doen stranden: hoge productiekosten, logistieke complexiteit en een beperkte Europese afzetmarkt. Voor vervoersbedrijven zou het, zeker op korte termijn, vaak goedkoper en praktischer zijn om in te zetten op batterij-elektrische voertuigen met groter bereik. Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder concludeerde al eerder dat waterstofbussen vanuit operationeel en financieel opzicht niet aantrekkelijk zijn voor het openbaar vervoer in Vlaanderen.
- Investering die niet doorgaat: tussen €350 en €400 miljoen (zoals aangekondigd in 2022).
- Grootte van concessie: Plug Power behoudt een concessie van dertig jaar in de haven.
- Boekhoudkundige afwaardering: €13,6 miljoen op de voorbereidingskosten.
- Andere signalen: CMB.Tech en Cummins hebben hun waterstofactiviteiten al teruggeschroefd; tientallen banen verdwenen bij Cummins.
Gevolgen voor de energietransitie en industrie
Het afblazen van deze fabriek toont de fragiele balans tussen technologie-optimisme en marktrealiteit. Voorstanders van groene waterstof wijzen op de rol van waterstof in zware industrie en langeafstandstransport, waar batterijen minder geschikt zijn. Tegenstanders en pragmatische beleidsmakers benadrukken dat huidige kosten en infrastructuurtekorten projecten onbetaalbaar kunnen maken zonder sterke, langdurige beleidssteun en een voldoende grote Europese vraag.
| Onderdeel | Waarde / status |
|---|---|
| Aangekondigde investering (2022) | €350–€400 miljoen |
| Afwaardering | €13,6 miljoen |
| Concessieduur NextGen-site | 30 jaar |
| Banenverlies bij Cummins | 86 eind 2025; 80 begin 2026 |
Voor de haven van Antwerpen betekent het uitstel of de annulering van zulke projecten minder directe industriële activiteit en minder vraag naar lokale toeleveranciers. Voor beleidsmakers is het signaal helder: zonder stabiel en voorspelbaar beleid, gecombineerd met voldoende vraag en kostendaling bij elektrolysetechnologie, blijven investeringen kwetsbaar.
Plug Power zelf zegt de concessie te behouden en te kijken naar "alternatieve aanwendingen" voor de site. Dat laat de deur open voor andere industriële of logistieke bestemmingen, maar verandert niets aan de onmiddellijke terugslag voor de ambitie op grote schaal uitrol van groene waterstof in Europa.
De ontwikkeling past in een bredere trend van dit jaar waarin meerdere waterstofprojecten in Europa werden vertraagd of op een laag pitje gezet, een dynamiek die het debat over de rol van waterstof in de toekomstige energiemix aanjaagt.
Wat volgt: marktpartijen, investeerders en overheden moeten beslissen of zij met gerichte steun en schaalvergroting waterstof alsnog rendabel kunnen maken, of dat aandacht en middelen beter naar alternatieve oplossingen voor decarbonisatie gaan.