Een klein netwerk van ouders uit Tongeren heeft zelf een oplossing gevonden voor een groeiend knelpunt in het leerlingenvervoer: zij organiseren de rit naar het buitengewoon onderwijs in Bilzen, zodat kinderen niet meer urenlang in de bus hoeven te zitten. Initiatiefnemers zijn taxichauffeur Thierry Vanhay en zijn partner Elke Van San. Samen brengen zij elke schooldag zes kinderen naar dezelfde school.
Achtergrond: lange schoolritten en kwetsbare leerlingen
Voor veel leerlingen in het buitengewoon onderwijs zijn lange busritten alledaagse realiteit. Volgens cijfers van vervoerder De Lijn stappen dagelijks ruim 41.000 leerlingen uit het buitengewoon onderwijs in een bus. Bijna driekwart heeft voor een enkele rit minder dan een uur reistijd, maar voor ongeveer 2.400 leerlingen duurt een enkele rit langer dan anderhalf uur — dat is 5,9% van alle leerlingen, een stijging ten opzichte van vorig jaar toen dat 4,5% was.
Waarom ouders zelf in actie kwamen
De directe aanleiding voor het initiatief uit Tongeren was de zorg van ouders dat een aantal kinderen niet goed tegen lange ritten kan. Ouders maken zich zorgen over concentratie en stress. Zoals een moeder het verwoordde:
"Geen kind zou zo lang op een bus mogen zitten."
Haar zoon, die net naar het buitengewoon onderwijs was overgestapt en autisme heeft, zou volgens haar onvoldoende kunnen leren na uren reizen en prikkels onderweg. Omdat reizen met het gezin organisatorisch niet mogelijk was, plaatste ze een oproep op sociale media. Vanhay en Van San reageerden en boden aan hun busje te gebruiken voor enkele extra kinderen die naar dezelfde school gaan.
Praktische aanpassing binnen het gezin
Om de ritten mogelijk te maken, veranderde het gezin zijn werkschema. Thierry werkt nu vier/vijfde en deelt de vervoersdagen met zijn partner. Op woensdag regelen zij het ophalen en thuisbrengen, en op de overige dagen wisselen zij elkaar af achter het stuur. De roulerende aanpak maakt het voor beide partners mogelijk hun werk en de ritten te combineren: Van San heeft een zelfstandige activiteit in het bakken van themataarten, terwijl Vanhay als taxichauffeur werkt.
Wat het de kinderen brengt
Het samen reizen blijkt meer te zijn dan een oplossing tegen lange reistijden. Volgens de ouders ontstaan er vriendschappen en structuur: kinderen stappen elk ochtend samen in het busje richting school, waardoor het vervoer minder stresvol en socialer wordt. Voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte, zoals gevoeligheid voor lawaai en drukte, kan dit het verschil maken in hun schooldag.
Breder probleem en beperkingen van De Lijn
De cijfers tonen ook de beperkingen waar vervoerders mee kampen. De Lijn meldt dat het huidige budget onveranderd is, terwijl het aantal leerlingen dat gebruikmaakt van het leerlingenvervoer is toegenomen. Door die financiële en operationele krapte zijn er volgens de vervoerder weinig mogelijkheden voor grote aanpassingen in de routes en tijden.
| Kenmerk | Gegevens |
|---|---|
| Totale leerlingen buitengewoon onderwijs met bus | 41.000 |
| Leerlingen met rit > 1,5 uur (enkele reis) | 2.400 (5,9%) |
| Percentage vorig jaar | 4,5% |
Lokale betekenis en vervolg
Het initiatief uit Tongeren laat zien dat ouders bereid zijn zelf oplossingen te vinden wanneer beleid en aanbod tekortschieten. Tegelijkertijd is het geen structurele oplossing voor het landelijke probleem van te lange ritten naar het buitengewoon onderwijs. Ouders dragen extra werk en organiseren zich, maar de vraag blijft of dit model op grotere schaal houdbaar en wenselijk is.
- Praktisch: ouders regelen zelf vervoer om reistijd en prikkels te beperken.
- Financieel: De Lijn werkt met onbewezen marge door onveranderd budget en meer leerlingen.
- Sociaal: samen reizen bevordert vriendschappen en kan welzijn van leerlingen verbeteren.
Voor ouders en verzorgers in Limburg die met soortgelijke problemen kampen, biedt het voorbeeld uit Tongeren een concreet alternatief, maar het roept ook vragen op voor gemeenten, schoolbesturen en vervoerders over structurele oplossingen. Zolang budgetten en capaciteit krap zijn, zullen creatieve lokale initiatieven waarschijnlijk vaker opduiken — met alle positieve effecten voor betrokken kinderen, maar ook met beperkingen en afhankelijkheid van vaak al drukbezette gezinnen.
Als correspondent zie ik in dit soort kleinschalige alternatieven zowel de kracht van onderlinge zorg als de noodzaak van politieke en bestuurlijke aandacht: om ervoor te zorgen dat álle leerlingen, en zeker de meest kwetsbaren, een realistische en humane reistijd naar school hebben.