Amsterdam heeft het één na hoogste kostenplaatje voor openbaar vervoer onder Europese hoofdsteden, concludeert milieuorganisatie Greenpeace na een vergelijkend onderzoek. Alleen Londen staat volgens de organisatie bovenaan de ranglijst. Sinds het vorige onderzoek, uit 2023, zijn de tarieven in Amsterdam met 55 procent toegenomen.
Onderzoeksopzet en scope
Greenpeace onderzocht de prijzen van maand- en jaarabonnementen in de hoofdsteden van de 27 Europese Unie-lidstaten, plus hoofdsteden uit Zwitserland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk, in totaal dertig hoofdsteden. De organisatie richtte zich expliciet op abonnementen omdat die volgens Greenpeace het meest bepalend zijn voor de keuze van reizigers om de auto te laten staan en over te stappen op het openbaar vervoer.
Stijgingen en koplopers
Amsterdam staat niet alleen hoog qua absolute kosten, maar ook wat betreft de snelheid waarmee de tarieven zijn gestegen. Met een stijging van 55 procent sinds 2023 neemt de stad de tweede plaats in op de lijst met de sterkste prijsstijgingen. De koppositie wordt ingenomen door Nicosia, de hoofdstad van Cyprus, waar de kosten voor abonnementen met 67 procent zijn toegenomen.
- Aantal onderzochte hoofdsteden: 30
- Focus: maand- en jaarabonnementen
- Amsterdam: 2e duurste hoofdstad; abonnementen +55% sinds 2023
- Nicosia: grootste stijging met +67%
- Londen: enige stad met hogere abonnementskosten dan Amsterdam
Betekenis voor reizigers en beleid
De bevindingen van Greenpeace spelen in op twee knelpunten die vaak terugkomen in het openbaar-vervoer- en klimaatdebat: betaalbaarheid en modal shift. Hogere abonnementskosten kunnen particuliere autobezitters ontmoedigen om over te stappen op bus, tram of metro, juist een centrale doelstelling in beleid dat inzet op minder autoverkeer en lagere CO2-uitstoot.
De nadruk van Greenpeace op maand- en jaarabonnementen onderstreept het belang van structurele tarieven voor forenzen en vaste gebruikers. Dit wijst beleidsmakers op het effect van prijsstelling op dagelijkse vervoerskeuzes en op ongelijkheid in mobiliteit: hogere vaste lasten voor openbaar vervoer kunnen huishoudens met lagere inkomens relatief zwaarder treffen.
Tabel: Beknopte vergelijking
| Hoofdstad | Opmerking |
|---|---|
| Amsterdam | Één na duurste; abonnementen +55% sinds 2023 |
| Nicosia | Grootste stijging: +67% |
| Londen | Enige hoofdstad met hogere abonnementskosten dan Amsterdam |
Reacties en vervolg
Greenpeace presenteert de cijfers als een signaal aan overheden en vervoerders om tarieven en toegankelijkheid van het openbaar vervoer te heroverwegen. Vanuit beleidshoek kan dit aanleiding zijn om te voorzien in gerichte maatregelen, zoals subsidies of kortingsregelingen voor groepen met lagere inkomens, tarieven voor abonnementen die reiskosten spreiden, of investeringen die aanbod en kwaliteit verbeteren zodat de prijs-kwaliteitverhouding verbetert.
Op nationaal en stedelijk niveau is betaalbaarheid van vervoer al langer onderwerp van discussie. De nieuwe vergelijking tussen Europese hoofdsteden kan die discussie verder aanwakkeren en druk geven op lokale en landelijke politici om maatregelen te nemen die het openbaar vervoer zowel financieel aantrekkelijker als toegankelijker maken.
Het Greenpeace-onderzoek beperkt zich tot prijsvergelijkingen en de ontwikkeling daarvan; het houdt geen rekening met verschillen in service, netwerkdichtheid of beschikbaarheid van kortingen die per stad kunnen variëren. Voor reizigers en beleidsmakers betekent dit dat de cijfers een belangrijke, maar niet volledige indicatie geven van de reële lasten en baten van reizen met het openbaar vervoer.